Nederlandse kasteelmusea maken nog nauwelijks gebruik van de grote publiekspotentie die ze hebben in binnen- en buitenland. Dit blijkt uit nieuw onderzoek dat op 14 maart 2016 op het Muiderslot is gepresenteerd. Het onderzoek vond plaats onder 35 kastelen, buitenplaatsen en landhuizen met een museale functie en is uitgevoerd in opdracht van Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL). Ondanks het enorme potentieel trekken de ondervraagde kasteelmusea jaarlijks nu ruim 1.3 miljoen bezoekers. Met enige inspanning kan dit aantal hoger.
Wat zijn Kasteelmusea?
Ons land telt 700 kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Hiervan worden er 50 benut als museum. Landelijk bekend zijn het Muiderslot, Paleis het Loo, Kasteel Keukenhof, Huis Bergh en Kasteel De Haar. Buitenplaats Voorlinden waar Wim Pijbes recent is benoemd, behoort ook tot deze groep. Uit het onderzoek blijkt voorts dat niet alle kasteelmusea hun park of tuin in de exploitatie benutten. Dat is opmerkelijk gezien de aantrekkingskracht van dit groenonderdeel op het grote publiek. Verder groeit het aantal kasteelmusea dat particuliere kunstcollecties toont.
Bezoekers en kasteelmuseum-bedrijfsvoering
Kijkend naar de bezoekersgroepen moet gezegd dat een klein percentage kasteelmusea (15%) meer dan de helft van het totaal aantal bezoekers trekt. Het gemiddelde jaarlijkse bezoekcijfer per locatie is 39.000. De bezoekcijfers voor de 35 locaties verschillen van enige duizenden tot 200.000 bezoekers per jaar. Rondleidingen worden op alle kasteelmusea uitgevoerd door levende gidsen al benut men ook apps hiervoor. In totaal werken 265 fte’s bij de kasteelmusea en ruim 2.200 (deeltijd)vrijwilligers leveren een onmisbare bijdrage aan de openstelling en dus de exploitatie van deze groep musea. De eigen website ziet men bijna overal als het belangrijkste promotiemiddel.
Samenwerkende kasteelmusea
Maar liefst 70% van de kasteelmusea geeft aan samenwerking binnen de sector als noodzakelijke toekomststrategie te zien terwijl 21% hier in neutrale termen over denkt. In Europa ziet men ons land niet als een kastelenland. Dit is opmerkelijke omdat wij in dit onderwerp (neem de Amsterdamse buitenplaatsen) een volstrekt unieke positie in Europa innemen. Meer samenhang en samenwerking in de ‘collectie’ Nederlandse kasteelmuseum zal in Europa en daar buiten meer interesse opwekken voor dit slecht gekende maar unieke en bijzondere toeristische aspect van Nederland.
sKBL lanceerde als eerste in ons land in 2015 een site met een overzicht van bezoekersmogelijkheden van 700 kastelen en buitenplaatsen in Nederland. Voorts vormt de culturele ANBI stichting een landelijke koepel voor kastelen, buitenplaatsen en landgoederen. Ruim 100 particuliere eigenaren, natuurorganisaties (waaronder Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) maar ook horecagedreven buitenplaatsen en kasteelmusea zijn in dit initiatief verenigd. Vier provincies ondersteunen sKBL.

