In de reeks Monumentale Verhalen uit ARTIS vertelt Wessel Broekhuis, historicus en medewerker Erfgoed bij ARTIS, over de historie en het erfgoed van ARTIS. Het ARTIS-Park is met 186 jaar niet alleen de oudste dierentuin van Nederland, maar behoort ook tot de vijf oudste dierentuinen ter wereld. Op een gebied van 14 hectare in de Plantagebuurt in Amsterdam bevinden zich 26 rijksmonumenten en een gemeentelijk monument. Een aantal van deze elementen zijn zelfs ouder dan het eigenlijke park en dat brengt ons in dit eerste verhaal terug naar waar het allemaal begon.
De Plantagebuurt en ARTIS: sieraden voor de stad
Het ontstaan van ARTIS in de Plantagebuurt is in een langere traditie te plaatsen: dit gebied, tegenwoordig gelegen het centrum van Amsterdam, was altijd al een groen oord met cultureel hoogstaand vermaak. In de zeventiende eeuw was in dit gebied een industrieterrein geprojecteerd. Rampjaar 1672 zorgde echter voor economische malaise, waardoor een andere bestemming werd bedacht. In 1682 besloot het stadsbestuur om de nog onbebouwde erven te verhuren als ‘pleijsiertuijnen’ en houtwallen (houtopslag; hier was destijds veel behoefte aan). Stadsingenieur Jacob Bosch (*-1705) verdeelde het terrein in vijftien parken met elk honderd erven. Deze waren niet bedoeld voor permanente bewoning, maar werden verhuurd, bijvoorbeeld als zomerverblijf. Er werd een centrale weg aangelegd die naar de Muiderpoort leidde: de nog altijd bestaande Plantage Middenlaan. In hetzelfde jaar, 1682, werd de Hortus Botanicus verplaatst van het Binnengasthuis naar de meest westelijke hoek van de Plantage. Eerder was dit enkel een medicinale plantentuin voor geneeskundigen, maar op de nieuwe locatie werden ook perken met sierplanten aangelegd. De Hortus Botanicus had niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een publieke functie en sloot aan bij de Plantagebuurt als groen cultuurgebied, dat ‘vermaek ende verbeteringe’ als doel had.
Het uiteindelijke ontstaan van een diergaarde in de negentiende eeuw paste goed in die visie. Toen boekhandelaar G.F. Westerman (1807-1890), geen wetenschapper maar wel voorzien van een grote interesse in de natuur, plannen vormde voor een dierkundig genootschap met bijbehorende tuin, liet hij zijn oog vallen op de Plantagebuurt. In 1838 werd voor 64.000 gulden de tuin ‘Middenhof’ aangeschaft en op 1 mei 1838 opende daar de tuin van het Amsterdams zoölogisch genootschap Natura Artis Magistra: in het Latijn ‘Natuur is de leermeesteres van kunst en wetenschap’. Hoofddoel was volgens het toenmalige missiestatement ‘het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze’: de vestiging in een lommerrijk wandelpark gaf gestalte aan dit streven.
In de daaropvolgende decennia zou ARTIS geleidelijk meer percelen aanschaffen en uiteindelijk acht van de vijftien eerdere parken beslaan. De structuur van het oorspronkelijke Plantage-raster is in het huidige ARTIS nog zeer herkenbaar: de omtrek van de gehele tuin is strak en rechthoekig. Vanaf de hoofdentree van ARTIS zie je dat de oorspronkelijke indeling zelfs naadloos overgaat in de parkstructuur. De hoofdentree met aansluitend de Papegaaienlaan (vernoemd naar de papegaaien die voorheen aan weerszijden van de laan op staanders getoond werden), ligt precies in het verlengde van de Henri Polaklaan en is een restant van de voormalige Plantage Franschelaan. Voorbij de toegangspoorten van ARTIS loopt de straat naadloos over in het park, een bijzonder moment, waarna het dwalen over de slingerende paden van het ARTIS-Park kan beginnen.

Van gracht naar vijvers
Dwars door de Plantagebuurt liep vanaf het Entrepotdok De Nieuwe Prinsengracht de binnenstad in, waarover vrachtschepen af en aan voeren. Mede door de aanwezigheid van havenarbeiders, ontwikkelde de Plantagebuurt zich tot een gevarieerd gebied met zowel ‘cultureel’ en ‘volks’ vermaak: er was de Hortus, een theater en een theepaviljoen, maar er waren ook illegale tapperijen, gokhuizen en volgens overleveringen ook bordelen.
ARTIS kocht vanaf de jaren 1840 ook kavels aan de overzijde van de Nieuwe Prinsengracht. Bezoekers werden met een pontje, geschonken door een bestuurslid, van de ene naar de andere kant van het park gebracht. Dat bleek zeer onhandig in combinatie met de scheepvaart, om nog maar te zwijgen over de matrozen die ‘s nachts de tuin inklommen. In overleg met het stadsbestuur werd de gracht daarom in 1866 omgelegd en werden hier drie vijvers aangelegd, die tezamen met de door G.B. Salm (1831-1897) ontworpen en in 2020 gerestaureerde bruggen tegenwoordig een rijksmonument in ARTIS-Park vormen.
Kroegen en tuinhuizen
Op de percelen die ARTIS aanschafte, stond dikwijls al bebouwing die onderdeel werd van de diergaarde. Eén van die gebouwen was herberg Eik en Linden, een kroeg van twijfelachtig allooi als we dit negentiende-eeuwse vers mogen geloven:
“ Al in de Plantage daar staat een kroeg
Al tussen de groene bomen;
Daar drinken ze laat, daar drinken ze vroeg
Daar drinken ze nooit haast jenever genoeg
Mijn lief zeit, ik mag er niet komen… ”
Toen ARTIS het kavel waar dit gebouw op stond in 1863 opkocht, werd het eerst gebruikt voor een feestelijk diner ter ere van het 25-jarig jubileum. Daarna werd het geïntegreerd als dierverblijf en werd dit het ‘Wolvenhuis’ genoemd. Tegenwoordig zijn de Afrikaanse wilde honden hoofdbewoner. Deze voormalige herberg annex Wolvenhuis is eén van de locaties die het ARTIS-Park zo uniek maakt – want waar elders ter wereld leven dieren in een monumentale kroeg?
Een ander gebouw dat van vóór de oprichting dateert, is het Masmanhuisje, een tuinhuis van de familie Masman. Sinds 1863 vormt dit het centrale gebouw van de Fazanterie. De ornamenten die onderdelen van bomen weergeven, een samenspel van onderdelen van echte bomen en boomdelen uit gietbeton, hebben als bedoeling de bezoeker te laten begrijpen dat ook architectuur haar oorsprong heeft in natuur.
Tot 1859 gold in de Plantagebuurt een verbod op permanente, stenen bebouwing. Gebouwtjes waren van hout en tijdelijke aard. Huize Welgelegen (1750), aan de Plantage Middenlaan, is een zeldzaam restant van deze houten bebouwing en daarom eén van de rijksmonumenten op het ARTIS-terrein. Lange tijd werd het bewoond door een voormalige oppasser (dierverzorger) van ARTIS. tegenwoordig dient het als gastverblijf en vergaderruimte.
De oorspronkelijke sfeer van de Plantagebuurt als groen wandel- en cultuurgebied is in ARTIS bijzonder goed bewaard gebleven.
Hoe in het ARTIS-Park de afgelopen 186 jaar gebouwd is voor dieren, wordt besproken in de volgende aflevering van de reeks.

