Ingang van de vuursteenmijn in het Savelsbos. Foto: Romaine (Wikimedia), CC0.

Oudste mijnen van Nederland worden onder handen genomen

 

In het Zuid-Limburgse Savelsbos, nabij het dorp Rijckholt, zijn in 1881 door Belgische archeologen de eerste sporen van prehistorische vuursteenwinning in ons land ontdekt. In 1910 werden er mijnschachten herkend en in 1914 legde men de eerste mijngangetjes bloot. De vuursteenmijnen zijn door de jaren heen diverse malen onderzocht en uiteindelijk toegankelijk gemaakt voor publiek. De komende maanden worden ze flink onder handen genomen om ze bestendig te maken voor de toekomst. Deze consolidatiewerkzaamheden dragen bij aan het behoud, de ontsluiting en een verbeterde presentatie van de mijnen voor huidige en toekomstige generaties.

Tot ongeveer 4.000 jaar geleden was vuursteen een van de belangrijkste grondstoffen om werktuigen van te maken, zoals bijlklingen, messen, pijlpunten en andere gebruiksvoorwerpen. Vuursteen komt op veel plaatsen in de wereld voor. Eén vuursteensoort uit Rijckholt bleek echter van zeer goede kwaliteit te zijn. Tussen 3950 en 2650 v. Chr. hebben prehistorische gemeenschappen daarom in het Savelsbos bij Rijckholt, gemeente Eijsden-Margraten, een groot mijngebied aangelegd met wel 2000 tot 4000 vuursteenmijnen. Dat gebeurde niet in één keer, de winning strekte zich uit over meer dan 1000 jaar. Om de beste vuursteenlaag te bereiken groeven de mijnwerkers tot 15 meter diepe schachten. Op dat niveau werden vervolgens mijngangetjes uitgehouwen van 60-80 centimer hoog. De gewonnen vuursteen verwerkte men op locatie tot halffabricaten, die via ruilhandel over Noordwest-Europa verspreid raakten.

Opgravingen 1964-1972

Indrukwekkend zijn de opgravingen die tussen 1964 en 1972 werden uitgevoerd door de Werkgroep Prehistorische Vuursteenmijnbouw van de Nederlandse Geologische Vereniging, afdeling Limburg. Veel leden van de werkgroep kwamen uit de Limburgse steenkolenmijnbouw. Met technieken waar zij vertrouwd mee waren, legden ze een 130 meter lange verkenningsgang – nu bezoekersgang – aan, precies op het niveau waar hun prehistorische voorgangers het vuursteen hadden gewonnen. Daarbij sneden ze de gangenstelsels van 76 vuursteenmijnen aan en brachten die in kaart. Hun onderzoek vormde de aanleiding om het prehistorische wingebied in 1979 aan te wijzen als archeologisch rijksmonument. Het wordt beschermd als unieke en eindige, maar ook kwetsbare bron om onze geschiedenis te kunnen schrijven en beleven. Ook zijn de vuursteenmijnen aangemerkt als geologisch monument en als natuurmonument.

Consolidatie

Bij de consolidatie worden maatregelen genomen om het archeologische rijksmonument in stand te houden, het publiek het ondergrondse prehistorische winningslandschap beter te laten beleven en eventueel toekomstig onderzoek te faciliteren. Voor dat doel worden onder meer vier nieuwe zijgangen van de bestaande bezoekersgang aangelegd door deels ingestort gebied. Op die manier worden achterliggende, volledig intacte prehistorische gangenstelsels weer bereikbaar gemaakt. Het werk is gestart in juni 2021 en dient voor 1 oktober 2021 afgerond te zijn, in verband met de overwinterende vleermuizen.