Tot op heden vereiste de gemeente toestemming van de pandeigenaar om dit te doen. SGP-raadslid Jan van den Brink is van mening dat het oneerlijk is dat eigenaren straks niets meer te zeggen hebben.
Alle raadsleden zijn het erover eens dat er meer gebouwen in Putten tot monumenten moeten worden benoemd, zoals het stationsgebouw uit 1929. Tot nu toe kon de gemeente een gebouw alleen als “karakteristiek” aanmerken en de eigenaar hoogstens vragen om een aanvraag in te dienen om het gebouw als gemeentelijk monument te laten registreren.
Bevoegdheid om monumenten aan te wijzen
Dit zal nu veranderen. Putten heeft niet langer de toestemming van de pandeigenaren nodig en zal zelf gemeentelijke monumenten aanwijzen. Hiermee kan de gemeente voorkomen dat een gebouw wordt gesloopt, aangezien monumentale panden niet zomaar mogen worden gesloopt. Hiervoor is een vergunning nodig. Hoewel er veel sympathie is voor het idee, plaatst SGP-raadslid Jan van den Brink vraagtekens bij de nieuwe regels. “We leggen een grote claim op persoonlijke eigendommen”, aldus van den Brink tijdens de raadsvergadering.
Naast de verplichting om een monumentaal pand in stand te houden, is het ook niet toegestaan om het pand zomaar te verbouwen. Bovendien brengt de monumentale status een onderhoudsplicht met zich mee. Van den Brink maakt zich zorgen dat pandeigenaren daardoor “op lange termijn op kosten worden gejaagd”. Van den Brink: “Ik vind dat we die consequenties tegemoet moeten komen”
Financiële aspecten en subsidieregelingen
Met betrekking tot de financiële aspecten, is er op dit moment een subsidieregeling die 25 procent van de onderhoudskosten dekt voor de renovatie van monumentale panden. Van den Brink vindt dit percentage echter “erg mager”.
Maar welke panden worden dan precies aangemerkt als monument en op basis van welke criteria? De gemeente heeft een lijst opgesteld met ongeveer vijftig panden, voornamelijk gelegen in en rond het centrum. Hierover uit de SGP’er zijn kritiek. Van den Brink: “Ik heb de lijst gezien, en er staan tien boerderijen op. Van dat soort boerderijen zijn er nóg wel tien. En misschien wel twintig en misschien zelfs dertig”.
Wethouder Sander van Nieuwenhuizen benadrukt de noodzaak van de nieuwe erfgoedregels. “Als we echt werk kunnen maken van behoud van ons dorpscentrum, hebben we een instrument nodig om dat af te dwingen”. De gemeente zal echter niet lukraak overal monumenten aanwijzen. De nadruk ligt voornamelijk op het centrum. Van Nieuwenhuizen: “Voor alles buiten het centrum gaan we niet als een gek allemaal monumenten aanwijzen.”

