Recht versus ongerechtigheid: In 1945 werden 24 kastelen of edelmanshuizen in Limburg als ‘vijandelijk bezit’ geconfisqueerd

Kasteel Vaalsbroek, Vaals
Kasteel Vaalsbroek, Vaals (Één van de geconfisqueerde kastelen) Foto: Kaldenbach, Vaals via Lou Heynen

Bij de komende ‘dag van het kasteel’, 9 juni, lijkt het mij goed opnieuw kort aandacht te wijden aan een nogal veronachtzaamd hoofdstuk uit onze erfgoedgeschiedenis. Het betreft hier onze in 1945 door de Nederlandse Staat als Duits, dus ‘vijandelijk’, bezit geconfisqueerde kastelen en overige bezittingen. Alle Duitsers (onderdanen) als behorende tot het vijandelijke volk, werden zonder onderscheid des persoons als vijand beschouwd en onteigend. Het vijandelijke vermogen, dat wil zeggen eigendom van Duitse onderdanen in ons land, ging na de bevrijding op grond van artikel 3 Besluit Vijandelijk Vermogen (BVV) van rechtswege in eigendom over op de Nederlandse Staat.

Dit besluit was door de regering te Londen in 1944 vastgesteld. Het geconfisqueerde vermogen diende als reparatiebetaling voor de door Duitsland in Nederland berokkende oorlogsschade. De onvoorwaardelijke eigendomsovergang op de Nederlandse Staat volgde automatisch krachtens de wet zonder dat het nodig was voor ieder geval afzonderlijk een onteigeningsbeschikking te nemen. Vele voormalige eigenaren spanden na 1945 een procedure aan tegen de Nederlandse Staat waarin zij trachtten hun goederen terug te krijgen. Hiervoor was in het genoemde besluit een speciale rechtsgang in het leven geroepen. De Duitser kon bij het Nederlands Beheersinstituut, dat de goederen beheerde, een verzoek tot ontvijanding indienen. Ontvijanding kon leiden tot teruggave van het vermogen of indien de bezittingen al verkocht waren op een financiële vergoeding. Hij kwam voor ontvijanding en teruggave van de eigendom (vergoeding) in aanmerking indien er sprake was van ‘positieve verdiensten jegens de Nederlandse Staat en zich voldoende had ingezet voor de geallieerde zaak’ zodanig dat het onaanvaardbaar zou zijn hen langer als vijand te beschouwen. Werd het verzoek afgewezen, dan kon hij hoger beroep aantekenen bij de afdeling rechtspraak van de Raad voor het Rechtsherstel.

Het huidige onderzoek is fragmentarisch en de belangrijkste studies beperken zich tot een paar bekende kastelen zoals Doorn en Amerongen en hun eigena(a)r(en). Een te sterke focus op de ‘Duitse’ eigenaar verdringt vaak, de (foute) eigenaar die behoort tot de Nederlandse adel en/of een dubbel paspoort heeft, uit beeld. Ook werden kastelen geconfisqueerd met een Nederlandse eigenaar van wie de nauwe Duitse familiebanden niet duidelijk waren, of dat Duitse verwanten een financieel aandeel in het bezit hadden en dien tengevolge ‘ontvijand’ moesten worden. De familiebanden en bezitsverhoudingen zijn niet altijd in één zin helder te maken of te begrijpen daar, bijvoorbeeld ook ‘foute’ zwagers of aangehuwden, een bron van verdachtmaking of van reden tot confiscatie kunnen zijn. De familiebanden – ook de binnenvertakkingen – zijn echter zonder kennis van de genealogiën in het Nederland’s Adelsboek of het Duitse Genealogisches Handbuch des Adels niet te begrijpen.

De lijst in het Kasteelkatern (mei 2012) gepubliceerde onderzoek van mevrouw Marieke Oprel, Mphil., telt voor Nederland 32 kastelen met landgoederen die geconfisqueerd zijn waarvan 15 in Limburg. Het aantal was voor mij reden in het Nationaal Archief door hernieuwd onderzoek het Limburgs ‘vijandelijk’ bezit opnieuw in kaart te brengen. Het resultaat leverde een aantal van 24 huizen met landgoederen op, een getal dat hoogstwaarschijnlijk nog aangevuld kan worden. De verdeling is 9 voor Noord- en Midden-Limburg en 15 voor Zuid-Limburg. Van vier kastelen/landgoederen was een burger de eigenaar terwijl een kasteel eigendom was van een Duitse kloosterorde, wat dit onderzoek grotendeels tot een adellijke aangelegenheid maakt.

Ook viel mij tijdens het onderzoek op – en dat in toenemende mate – hoezeer recht en onrecht zich in de praktijk in telkens andere verstrengelingen vertoonden. Steeds weer bleek dat recht of onrecht afhing van de voorhanden kennis en expertise van de Raad voor het Rechtsherstel, die haar taak aan het nieuw opgerichte Nederlands Beheersinstituut (NBI) had gedelegeerd. Deze moest het ‘ontvijanden’ van de actoren doorvoeren waarin recht doen, door gebrek aan de juiste informatie, in sommige gevallen tot een karikatuur is verworden. Een ander punt dat in gedrang kwam is dat de tot vijanden verklaarde eigenaren (of deeleigenaren) veel, zo niet alles te winnen hadden, met als gevolg dat alle mogelijkheden te frauderen uit de kast werden getrokken. De eis van ‘positieve verdiensten jegens de Nederlandse Staat en zich voldoende had ingezet voor de geallieerde zaak’ leverde in iedere casus niet alleen het bewijs hoe vindingrijk de (voormalige) bezitters in de zogenaamde ‘wit/wasprocedures’ waren.   Tegelijkertijd moet benadrukt worden dat ook positieve motivaties (met bewijzen) niet altijd het beoogde resultaat hadden.  

De kasteel- en landgoedeigenaren (ook deeleigenaren) moesten de verloop van onderzoek en proces vaak elders afwachten. Dat wachten duurde lang, want de dossiervorming verliep traag terwijl ook de organen voor het Rechtsherstel nog helemaal tot ontwikkeling moesten komen. De onderzochte dossiers (Nationaal Archief) zijn vaak incompleet, zonder eindverantwoording en bevinden zich ten dele in een ondoorgrondelijk chaotische toestand en zo niet de laatste stand van zaken weergeeft.

De Nederlandse media maar ook de samenleving had weinig of geen aandacht voor dit soort zaken, want iedereen was druk bezig in eigen leven orde te scheppen.

Limburgse kastelen. Vijandelijk bezit? En, om welke en om wie het ging het …

  • Kasteel Amstenrade, Amstenrade, Graaf de Marchant et d’Ansembourg
  • Kasteel Arcen, Arcen, Fam. Prof. Deusser *
  • Burchruïne De Oudborch en de Nieuwenhof, Swalmen, Graaf Wolff Metternich
  • Kasteel De Bongard, Bocholtz, Barones de Weichs de Wenne – van Rijckevorsel
  • Kasteel Den Halder, Valkenburg, Fam. Cassalette / P. Schmalbach
  • Kasteel Exaten, Baexem, Duitse Franciscanenorde *
  • Kasteel Heijen, Heijen, Fam. Otten
  • Kasteel Hillenraede, Swalmen, Graaf Wolff Metternich zur Gracht
  • Kasteel Ter Horst, Horst, Graf von Westerholt und Gysenberg *
  • Kasteel Lemiers, Lemiers, Fam. Jhr. von Pelser Berensberg
  • Huis Libeek, St. Geertruid, Baron de Loë
  • Kasteel Mheer, Mheer, Baron de Loë
  • Kasteel Neubourg, Gulpen, Graaf de Marchant et d ‘Ansembourg
  • Kasteel Oost, Valkenburg, Gravin Wolff Metternich zur Gracht – Freiin von Schrader
  • Huis Oyen, Kessel, Baron von Weichs zur Wenne
  • Kasteel Puth, Voerendaal, Graaf zu Stolberg-Stolberg *
  • Kasteel Rimburg, Rimburg, Dr. von Brauchitsch *  
  • Kasteel Rivieren, Klimmen, Graaf de Marchant et d’Ansembourg
  • Kasteel Schaesberg, Graaf von Schaesberg * / Dr. von Brauchitsch *  
  • Kasteel Scheres, Baarlo, Baron von Weichs zur Wenne
  • Kasteel Vaalsbroek, Vaals, Herr von der Mosel */ Freiin von Massenbach *
  • Kasteel Waterloo, Reuver, Graaf von Villers de Grignoncourt *
  • Kasteel Well, Bergen, Dr. Wolters *
  • Huis Wissegracht, Hulsberg, Graaf zu Stolberg-Stolberg*

De kastelen Oost te Valkenburg, Oyen te Kessel, Schaesberg te Schaesberg, Scheres te Baarlo, Vaalsbroek te Vaals en Well te Bergen zijn blijvend aan de Nederlandse Staat gekomen (verkocht). De met een asterik* geduidde casus geeft aan dat de eigena(a)r(en) niet tot de Nederlandse adel behoorden en/of enkel de Duitse nationaliteit bezaten.

Lou Heynens