Red het molenerf

Recent werden de zeldzame knechtenwoningen op het molenerf van houtzaagmolen De Jager in Woudsend met sloop bedreigd. In een “vijf voor twaalf”-situatie zijn deze aangewezen tot gemeentelijk monument. Voor het behoud van waardevolle molenerven is structureel beleid nodig.

Vrijwel alle molens zijn beschermde monumenten. De meeste molenaarswoningen en andere bijgebouwen zijn daarentegen vogelvrij. Het is noodzakelijk dat het molenerf en de opstallen daarop beleidsmatig aandacht krijgen. Wat zijn de waarden hiervan? Wat is nodig om deze in de toekomst te beschermen?

De omgeving van een molen wordt aangeduid met het begrip molenbiotoop. Het gaat dan meestal over de strijd tegen windbelemmering. De eerste component van het containerbegrip ‘molenbiotoop’ is gericht op het functioneren van de molen en wordt bepaald door formules en windtunnelonderzoek. Het tweede element van de molenbiotoop is de beeldbepalendheid van een molen in zijn omgeving. De derde en laatste component bevat diepere betekenislagen: de historischecontext. Hierbij gaat het om stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en nabij gelegen historische gebouwen. Zijn we op het schaalniveau van het terrein waarop de molen staat, spreken over het molenerf. Dit is de molenbiotoop op het kleinste schaalniveau. Desalniettemin zijn een passende inrichting van het molenerf en het behoud van historische molenaarswoningen en andere bijgebouwen onderbelicht. 

Wat is de waarde van een molenaarshuis en andere bijgebouwen?

Monumenten worden tegenwoordig niet alleen meer gewaardeerd omdat ze paleis, kerk, kasteel of molen zijn. Binnen de monumentenzorg is de aandacht in de afgelopen decennia verbreed naar de historische context van monumenten. Een gemiddeld molenaarshuis is op zichzelf niet altijd een topmonument. Het zelfde geldt overigens voor een gemiddeld pand in een beschermd dorpsgezicht. Molenaarshuizen en andere bijgebouwen ontlenen hun erfgoedwaarde aan de ensemblewaarde. Tevens zijn ze een onlosmakelijk onderdeel van het verhaal dat de desbetreffende molen vertelt. Een historisch gaaf molenerf met daarop de molen, een molenaarshuis met eventuele andere bijgebouwen en een passende groeninrichting vertelt het volledige verhaal van de desbetreffende molen inclusief de vroegere leefwijze van de molenaar en zijn arbeiders. Zouden het molenaarshuis en bijgebouwen verdwijnen of worden verminkt, dan wordt dit afleesbare verhaal uitgewist. 

Wat is nodig om deze waarden in de toekomst te beschermen?

Om waardevolle molenerven en historische opstallen daarop beter te beschermen, moeten we deze eerst waarderen en die waarde ook uitdragen. 

Plotselinge sloop kan zomaar gebeuren, zo leren voorbeelden in Halsteren, Ootmarsum en Nispen. En wat komt ervoor in de plaats? Je moet er niet aan denken! Het is nodig dat er gericht beleid komt waarmee waardevolle molenaarshuizen en andere historische bijgebouwen worden beschermd en een bij de molen passende inrichting van het molenerf wordt geborgd. 

Acht bouwstenen:

  • Niet alles kan worden beschermd. Selecteer welke molenaarshuizen en overige historische bijgebouwen waardevol zijn en omschrijf deze. Het betreft op zichzelf niet altijd topmonumenten, maar ensemblewaarden zijn hierbij van doorslaggevend belang. 
  • Een ander doel van het beschermen van het molenerf moet zijn het voorkomen van toekomstige nieuwbouw en begroeiing die afbreuk doet aan de molen. Dit is te zien als een equivalent van het beschermde dorpsgezicht, maar dan op postzegelformaat. Molenbehoud kost de maatschappij veel geld. Dit billijkt de zorg voor een bijpassend omliggend cultuurlandschap.
  • Ten behoeve van de financiële robuustheid van het toekomstige molenbehoud is tegelijk heroverweging van de monumentenstatus van een aantal ahistorische molens zinvol. Molens zonder monumentale waarde kunnen worden afgevoerd als monument ten faveure van de aanwijzing van waardevolle molenaarshuizen bij andere molens. Kwaliteit voor kwantiteit en ook kritisch durven herverzamelen. 
  • Eigenaarschap is op lange termijn het meest effectieve middel. Wie baas is, bakt koek. Beperkende voorwaarden opleggen aan de eigendommen van iemand die niets met erfgoed heeft, wordt steeds moeilijker. De molen, het volledige molenerf en waardevolle opstallen zouden idealiter eigendom moeten zijn van dezelfde eigenaar. Een organisatie met erfgoedbehoud als primaire doelstelling.
  • Qua aankoopbedrag is het verwerven van molenaarshuizen c.a. zonder strategie een utopie. Bij een door de landelijke erfgoedwereld onderschreven beleid en strategie zijn er wellicht sponsoren die deze doelstelling willen helpen realiseren. Zo is de toekomst van ‘Epema State’ in Ysbrechtum recent veiliggesteld door aankoop door een bemiddelde stichting met als doelstelling het behoud van buitenplaatsen. Hiermee is voorkomen dat het landgoed (bij doorverkoop op termijn) in handen valt van een type als de hoofdrolspeler van de realityserie Massa is Kassa.
  • Een molen rendeert nooit. Een verhuurbare woning en/of bijgebouw bedruipt zichzelf echter wel. 
  • Waak voor het toevoegen van historiserende elementen die op het desbetreffende molenerf nooit hebben bestaan. Het doel is het behoud van aanwezige historische gebouwen en het terugbrengen van de historische groenvoorziening, passend bij het cultuurlandschap.
  • Bescherming van historische molenaarswoningen en molenerven betekent niet dat er niets aan mag worden gewijzigd of toegevoegd. Het continueren van de woonfunctie of een andere gebruiksfunctie onderbrengen vraagt aanpassingen op het gebied van thermische isolatie en vanuit andere hedendaagse eisen. De uitwerking van dit type opgaven vraagt inbreng van ontwerpers die gespecialiseerd zijn in slow architecture en in een fijnzinnige inpassing van nieuwe elementen tegen het bestaande. 

ir. Frank Terpstra, Beetsterzwaag, lid Erfgoed Academie