Stichting Monumentenzorg Curaçao, de Technische Universiteit Delft (TU Delft), Stichting Monumentenfonds Curaçao en de University of Curaçao organiseren met medewerking van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een driedaags programma over zoutschade aan monumentale gebouwen. Aanleiding is het onderzoeksproject Saltcura, waarin wordt onderzocht of en hoe nieuwe pleistermortels met een verhoogde weerstand tegen zoutschade kunnen worden toegepast bij de restauratie van historische gebouwen op Curaçao.
Zoetschade probleem bij onderhoud en de restauratie van monumenten op Curaçao
Zoutschade is een van de meest hardnekkige problemen bij het onderhoud en de restauratie van monumenten op Curaçao. Veel historische gebouwen zijn opgetrokken uit zouthoudende, poreuze materialen zoals koraal- en breuksteen, terwijl bij de bouw vroeger ook mortels werden gebruikt die met zout of brak water waren aangemaakt. Hierdoor kunnen al van oorsprong aanzienlijke hoeveelheden zout in het metselwerk aanwezig zijn. Daarnaast zorgt het warme, winderige zeeklimaat voor een voortdurende aanvoer van zouten en wisselende vochtomstandigheden. Wanneer vocht uit het metselwerk verdampt, kunnen de achterblijvende zouten kristalliseren en schade veroorzaken aan pleisterlagen en metselwerk. Bestaande behandelmethoden bieden niet altijd een duurzame oplossing en kunnen soms zelfs nieuwe problemen veroorzaken.
Wetenschappelijke ontwikkelingen en praktijkervaringen gedeeld op symposium
Tijdens een symposium op woensdag 21 oktober aan de University of Curaçao werden verschillende wetenschappelijke ontwikkelingen en praktijkervaringen besproken. Het programma trok niet alleen lokale belangstellenden, maar ook deelnemers uit Nederland, Aruba en Bonaire, die speciaal voor deze bijeenkomst naar Curaçao waren afgereisd.
Barbara Lubelli (TU Delft) opende het symposium met een presentatie over haar onderzoek naar pleistermortels waaraan ingekapselde kristallisatie-inhibitoren zijn toegevoegd. Deze stoffen beïnvloeden de manier waarop zout kristalliseert, met als doel de schade aan de pleisterlaag te beperken. De resultaten van eerder laboratoriumonderzoek en praktijkproeven in Nederland vormden de basis voor haar presentatie, waarin zij de werking en mogelijke toepassingen van deze experimentele mortels toelichtte.
Haar collega Erik Schlangen (TU Delft) ging in op andere ontwikkelingen op het gebied van zelfherstellende bouwmaterialen. Hij besprak onder meer beton waarin micro-organismen bij toetreding van water en lucht kalkafzettingen kunnen vormen die kleine scheuren dichten, en asfalt waarbij inductieverwarming wordt gebruikt om beschadigde verbindingen te herstellen.
Michiel van Hunen (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) behandelde verschillende Nederlandse monumenten waar zoutschade is aangepakt. Aan de hand van praktijkvoorbeelden liet hij zien hoe uiteenlopend de resultaten van verschillende behandelmethoden kunnen zijn en welke complicaties daarbij kunnen optreden.
Michael Newton (Newton Heritage Consulting) gaf een historisch overzicht van onderzoek naar zoutschade en pleistersystemen op Curaçao, dat vanaf 1957 in samenwerking met onder meer TU Delft en TNO werd uitgevoerd. Gregory Zandwijken (Stichting Monumentenzorg Curaçao) sloot hierop aan met een overzicht van de ervaringen die Monumentenzorg sindsdien heeft opgedaan bij de behandeling van zoutschade. Hij besprak de resultaten, beperkingen en valkuilen van verschillende methoden waarmee in de restauratiepraktijk is geëxperimenteerd.
Demonstratie aanbrengen pleistermortel met ingekapselde kristallisatie-inhibitoren
Op donderdagochtend 22 oktober werd bij het monumentale pand Pachi de Sola aan de Scharlooweg 150 gedemonstreerd hoe een pleistermortel met ingekapselde kristallisatie-inhibitoren wordt aangebracht. De demonstratie bood gelegenheid om de praktische verwerking van het materiaal te beoordelen en ervaringen uit te wisselen tussen onderzoekers en lokale vaklieden.
En nu?
De afsluiter van het programma was een bijeenkomst voor vertegenwoordigers uit de bouw- en restauratiesector op vrijdag 23 oktober, om gezamenlijk te komen tot een antwoord op de vraag ‘en nu?’. Daarbij is gesproken over vervolgstappen in het onderzoek, de ontwikkeling van geschikte materialen en behandelmethoden en de mogelijkheden om zoutschade aan monumenten met een hoog zoutgehalte in de oorspronkelijke bouwmaterialen beter te beheersen.
De Saltcura Week werd gecoördineerd door TU Delft, in samenwerking met Stichting Monumentenzorg Curaçao en Stichting Monumentenfonds Curaçao, met medewerking van de University of Curaçao. Het programma is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

