De gemeente Asten heeft het voornemen een sloopvergunning af te geven voor het rijksmonument Koningsplein 16 om het kavel “schoon’’ op te leveren en zo tegemoet te komen aan de wens van geïnteresseerde investeerders. Vervolgens moet een ontwikkeling worden gestart om het Koningsplein te vervolmaken.
Dit beleid staat haaks op het eigen initiatief van Asten en de omringende gemeenten om te pleiten voor de Peel als een culturele biotoop en toeristische trekpleister. In een artikel in Peelbelang 28-4-2016 staat letterlijk: De Peel gaat kapot aan een tekort aan trots op ons cultureel erfgoed en op de identiteit van het gebied. Met andere woorden Asten koester uw erfgoed en ga op zoek naar iconen en verhalen. Dit geldt blijkbaar niet voor “Anneke de Bruijn”, een van de oudste tastbare plekken in Asten.
De stichting Anneke de Bruijn is ook niet tevreden met de huidige toestand, maar is overtuigd dat het pand en de historische omgeving met respect behandeld dient te worden, dat het pand bij een nieuwe ontwikkeling op die locatie behouden kan blijven en dat het pand toegevoegde waarde geeft aan de plek. Wanneer het pand zal zijn gerestaureerd zal iedereen zeggen dat het de juiste beslissing was geweest. Vooruitgang is hier juist het koesteren van historische panden.

De stichting geeft daarom in een zienswijze te kennen gegeven dat zij tegen sloop van het pand is en pleit voor een duurzame ontwikkeling van de locatie. De belangenafweging tussen het algemeen belang van behoud van cultureel erfgoed en het particulier belang is hier onvoldoende geweest. De stichting verzoekt dan ook om het voornemen van sloop op te schorten.
Koningsplein 16 is al sinds 1977 een rijksmonument. Ondanks de rijksmonumentale status zijn de eigenaren en de gemeente al jaren uit op sloop en doen alles om dit te bewerkstelligen. Zij misbruiken hiervoor een maas in de wet door de panden te laten vervallen. Bij de naastgelegen panden Koningsplein 12 en 14 is dit al gelukt.
Het Anneke de Bruijnpand is niet zomaar een vervallen kruidenierswinkel, maar is een stuk tastbare geschiedenis van Asten, waarvan de wortels nog teruggaan tot de 13e eeuw. Het staat op een beeldbepalend plek op een kruispunt naast de oude kerk.
Identiteit van een gemeente is niet alleen de sociale omgeving, maar ook de ruimtelijke omgeving. Asten is een dorp, hetgeen wordt weerspiegeld in de oude éénlaagse panden. Het verdwijnen van oude panden tast die identiteit van Asten aan. Denk bijvoorbeeld aan de sloop van banketbakkerij Hoes. Door de sloop van dergelijke eeuwenoude panden wordt definitief afscheid genomen van onze tastbare identiteit als dorp. Dit moet een halt worden toegeroepen.
De gemeente zet in op sloop, zonder een sociaal en economisch ingepast plan. Zij volgt met oogkleppen op het particulier belang. Juist van een gemeente zou je verwachten dat moeite wordt gedaan om het collectief belang veilig te stellen in toekomstige planvorming. Er zijn geen modellen onderzocht hoe nieuwbouw dit kan financieren.
De gemeente heeft in vorige coalities geprobeerd om het pand te redden en er is een studie gedaan naar een mogelijke vormentaal. Er is daarna diverse malen belangstelling getoond voor ontwikkeling op de locatie, waarbij het pand werd behouden. Deze ontwikkeling werd ondersteund door de studie en een bouwkundig rapport, dat in opdracht van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed is opgesteld. De belangstellenden kregen echter geen medewerking. De stichting heeft in samenwerking met een ondernemer geprobeerd om samen te werken met de gemeente, maar ook wij kregen geen medewerking. In de argumentatie van de gemeente, bij het voorgenomen besluit voor sloop, worden wij niet eens als organisatie genoemd en betrokken, ondanks enkele gesprekken.
Verschillende erfgoedinstanties als Erfgoedvereniging Heemschut, de Rijksdienst en de monumentencommissie hebben al jaren een negatief advies ten aanzien van sloop en pleiten voor behoud. Dit laat de gemeente domweg links liggen. Door niemand te faciliteren nemen de eigenaren/gemeente moedwillige de wind uit de zeilen, opdat het maar gesloopt wordt.
Rijksmonumenten zijn niet alleen een last, maar leveren juist waarde op voor het dorpscentrum en worden daarnaast ook ondersteund door aantrekkelijke hypothecaire regelingen en subsidiemogelijkheden (waar al jaren gebruik van kan worden gemaakt).
Het huidige beleid levert een tweede “De Gitsels” op inclusief een prijsvraag voor een passende naam voor het nieuwe complex. Dit zou zo maar het doemscenario kunnen zijn voor het zoveelste monumentale pand dat geofferd wordt.


