Toenemende zorgen over verkoop bunker Seyss-Inquart aan commerciële partij

oSevenoBunker van Seyss-Inquart (Wassenaar) CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Deze week berichtten Trouw en het Algemeen Dagblad over de zorgen over de verkoop van de bunker van Seyss-Inquart op landgoed Clingendael. Het rijksmonument lijkt in handen te komen van de commerciële vastgoedinvesteerder Jeroen de Wilde. Erfgoedorganisaties vrezen dat de cultuurhistorische betekenis van de bunker onvoldoende wordt gewaarborgd.

Vastgoedinvesteerder zonder noemenswaardige ervaring

Trouw meldde op 6 oktober dat de Haagse vastgoedinvesteerder Jeroen de Wilde de enige overgebleven kandidaat is in de verkoopprocedure. Volgens de krant heeft hij geen noemenswaardige ervaring met de herontwikkeling van erfgoed van deze omvang en betekenis.

Volgens het biedboek, in bezit van Trouw, hoefde een deelnemer in de afgelopen vijftien jaar slechts bij één herontwikkelingsproject van een monument betrokken te zijn geweest. De Wilde bezit drie monumentale panden op het Noordeinde in Den Haag, waarvan één rijksmonument. Het Rijksvastgoedbedrijf verkocht dat gebouw in 2018 aan de gemeente, die het doorverkocht aan tassenontwerper Omar Munie. Hij had het plan om een maatschappelijk initiatief met vluchtelingen op te zetten. De Wilde was zijn geldschieter. Munie verkocht het pand volgens Trouw binnen korte tijd door aan De Wilde. Deze kwestie werd destijds breed uitgemeten in de pers en leidde tot Kamervragen en een formeel onderzoek. Uiteindelijk leidde dit tot een kabinetsbesluit om rijksgebouwen niet meer onderhands te verkopen.

Kort geding BOEi

Erfgoedorganisatie BOEi diende ook een plan in, maar werd uitgesloten nadat andere partijen hadden geklaagd dat de organisatie de geheimhoudingsregels zou hebben geschonden door haar plannen aan buurtbewoners te presenteren. Maandag 12 oktober dient hierover een kort geding dat is aangespannen door BOEi. Zolang de zaak loopt, kan de bunker niet definitief worden gegund.

Zorgen en kritiek

Het Algemeen Dagblad berichtte op 8 oktober dat Stichting WO2 Sporen en de Historische Vereniging Oud Wassenaer grote zorgen hebben over de mogelijke verkoop. Zij vinden dat een monument dat zo nauw verbonden is met de geschiedenis van de Duitse bezetting niet zonder meer aan een commerciële partij mag worden overgedragen.

Ook Erfgoedvereniging Heemschut uitte kritiek op de procedure. In Trouw stelt Directeur Karel Loeff dat bij dergelijk beladen erfgoed een ervaren erfgoedorganisatie voor de hand ligt. Loeff geeft aan dat er in Nederland ruim dertig organisaties met een POM-status (Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud) zijn, die elk minimaal twintig rijksmonumenten beheren. Volgens hem is het logisch dat er gezocht wordt naar een erkende erfgoedpartij. Hij meent dat voor het Rijksvastgoedbedrijf uiteindelijk de hoogste opbrengst telt.

Monumentenbezit bevestigt aan Trouw dat zij één van de partijen was die een plan indiende, maar deze stichting met een POM-status en 32 rijksmonumenten in eigendom, kwam niet door de voorselectie. Het plan schoot op financieel vlak tekort, aldus Trouw.

Kamervragen

Het Rijksvastgoedbedrijf benadrukt volgens Trouw dat bij de beoordeling van de plannen rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarde van het monument. De VVD-fractie heeft in de Tweede Kamer schriftelijke vragen gesteld over de verkoopprocedure.

Over de bunker
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart op landgoed Clingendael bij Den Haag een schuil- en commandobunker bouwen. Het bouwwerk leek vanuit de lucht op een gewone boerderij, waardoor het niet opviel. De muren van de bunker zijn echter 2 meter dik en het dak is 4 meter dik. De bunker werd in 2015 aangewezen als rijksmonument.