Een blikje met een gegraveerd portret, een naam in Cyrillisch schrift en een datum werd eind april opgegraven bij voormalig Kamp Amersfoort en is het tastbare bewijs van de aanwezigheid van honderd Sovjet-krijgsgevangenen in het kamp.
“We weten vrijwel niets over deze mannen, als er dan iets persoonlijks wordt gevonden, raakt me dat. Het confronteert ons met het gebrek aan kennis,” zegt Martijn Eickhoff, Niod-onderzoeker en bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zo’n blikje kan nog een andere functie hebben. Eickhoff: “Nu er steeds minder getuigen zijn, zijn plekken en voorwerpen nodig om de herinnering levend te houden.”
Dit artikel bevindt zich achter een betaalmuur. De Volkskrant biedt u zeven artikelen gratis aan.

