Vroegtijdige integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening zal leiden tot minder onderzoekskosten, tot meer gebiedseigen ontwikkelingen en een duurzaam beheer van het bodemarchief. De structuurvisie biedt hiervoor volop kansen die we in de praktijk nog te weinig benutten. Ingenieur en beleidsadviseur Bart Moonen schetst die praktijk en de wenselijke ontwikkeling. Vele bladzijden uit ons bodemarchief zijn helaas al ‘ongelezen’ verloren gegaan en dit proces dreigt onverminderd door te gaan.
Erfgoedzorg is van belang om drie redenen. Ten eerste om een sterker historisch bewustwording te creëren, ten tweede om de wetenschappelijke waarde ervan te bescher- men en ten derde vanwege het respect. Daarnaast is archeologie gewoon leuk. Het bezoeken van een opgraving blijkt voor veel mensen een leuke vrijetijdsbesteding te zijn. En de boeken, tijdschriften, websites en musea over archeologie zouden zonder publieke belangstelling niet bestaan. Omdat het leuk is, zit er natuurlijk ook toeristische potentie in.
Bewustwording
Erfgoed een verhaal laten vertellen, zorgt voor culturele verrijking van de samenleving, de omgeving en het individu. Het versterkt de bewustwording dat onze huidige maatschappij het resultaat is van eeuwenlange ontwikkeling. Wat voor onze maatschappij geldt, geldt ook voor onze omgeving. Er was een tijd dat het hier ‘s nachts donker was, het landschap bijna volledig uit bos bestond, dat de mens leefde van jagen en verzamelen, de eerste akkers werden aangelegd en dat de eerste dijken werden gebouwd. Door maatschappelijke bewustwording hiervan zullen we overblijfselen die ons daaraan herinneren anders waarderen en een plek willen geven in onze huidige maatschappelijke- en gebiedsontwikkelingen.
Verankering
In 1992 tekende een aantal Europese lidstaten op Malta een verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. In artikel 5 gaat het verdrag in op de integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening (http://www.raap.nl/pages/wetenregel/Verdragstekst_Malta.pdf). Sinds 1 september 2007 hebben we de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ). Daarvoor is de Monumentenwet uit 1988 herzien. Het eerste lid van artikel 5 van het Verdrag van Malta is geland in artikel 38a. Het komt erop neer dat bij het bestemmen van de grond rekening wordt gehouden met archeologie. Waar de archeologische zorg eerst bij het Rijk en daarna ook bij de provincies lag, is deze zorg nu een gemeentelijke aangelegenheid geworden.
Ondergeschikt
Hoe wordt artikel 38a uit de Monumentenwet 1988 toegepast? Mijn ervaring is dat de archeologie zich meestal moet ‘voegen’ naar de ruimtelijke ontwikkelingen. In veel bestemmingsplannen komt dit tot uiting in de dubbelbestemmingen ‘waarde-archeologie’ die hele plannen bedekken. Bij planuitvoering leidt dat tot archeologisch onderzoek. Pas bij een positief archeologisch resultaat (behoudenswaardige vindplaats) gaat men nadenken over integratie. Deze werkwijze is niet wat het verdrag en de wet beoogden en ook niet wat vanuit archeologisch belang wenselijk is.
Archeologie moet zich niet ‘voegen’, het is een bouwsteen voor de ruimtelijke structuur. Daarom is het essentieel dat een archeoloog aanschuift zo gauw er wordt gesproken over de ruimtelijke structuur en ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Pas dan is op voorhand te bepalen welke archeologische risico’s verbonden zijn aan bepaalde ontwikkelingen. Dit kan door:
- het bewustzijn creëren dat iedere plek een eigen verleden/identiteit heeft;
- bij de ruimtelijke ordening van een gebied proberen dit verleden een duurzame toekomst te bieden, bijvoorbeeld door functies op elkaar af te stemmen of door beschermingsmaatregelen te tre?en;
- bij planontwikkeling afvragen of die ontwikkeling past in dat verleden of bij die identiteit;
- bij planontwikkeling afvragen of het verleden/identiteit van de plek gebruikt kan worden bij de ontwikkeling;
- bij planontwikkeling afvragen of die ontwikkeling het verleden/identiteit mag uitwissen.
Als we dat rijtje goed toepassen, leidt dit tot landschappen of plekken met een zichtbaar, beleefbaar verleden en identiteit, tot planontwikkelingen met een ‘eigen gezicht’ en minder eenheidsworst en tot duurzaam beheer van het bodemarchief. Het wordt tijd dat we meer werk maken van een betere en vooral vroegere integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. De structuurvisies bieden daarvoor tal van mogelijkheden. Op naar een landschap met een verleden!
Ingezonden bericht Romagazine

