In het Noord-Limburgse Beesel hebben medewerkers van IKL-Limburg een middeleeuwse, met doornstruiken omgeven bijenschans aangelegd. Het gaat om de reconstructie van een bijenschans omringd met wallen. In het verleden zou nabij de Berkenweg (naast Dierenrijck in Reuver) een soortgelijke schans voor bijen gelegen hebben. Op oude kaarten is dat overigens niet terug te vinden. Naar men aanneemt lagen er tot in de vroege middeleeuwen vele duizenden bijenschansen in het landschap. Zoals bij veel van dit soort landschapselementen verdwenen ze ongemerkt uit het landschap. Kaartenmakers gingen achteloos voorbij aan dit soort voetnoten bij de nederzettingen, terwijl ze vroeger een hele belangrijke economische functie hadden.
Een lokale imker gaat in de toekomst voorlichting geven over het houden van bijen. Naar verwachting zullen met name scholen gebruik gaan maken van deze educatieve bijenschans.
Van boomstam naar bijenkast
Bijen zijn van oorsprong bewoners van het bos. Eeuwenlang werden ze door de mens “bejaagd en verzameld”, vanwege de honing en de bijenwas. In de vroege middeleeuwen verleenden landheren hun horigen het recht om bijen te houden. Dat gebeurde toen nog in de bossen, waar de bijenvolkeren leefden in holle bomen. Dat leidde regelmatig tot conflicten omdat men het eigendom betwistte. Karel de Grote maakte hier een eind aan toen hij bepaalde dat bijen alleen gehouden mochten op plekken waarvan het eigendom bekend stond.
De bijenvolkeren in de holle boomstronken verhuisden zo naar de eerste imkerijen. Deze bijenwoningen werden al snel vervangen door kunstmatige bijenwoningen van hout, leem, wilgentenen, koemest en stro: de middelen die plaatselijk beschikbaar waren. Zo ontstonden ook de gevlochten bijenkorven van stro en buntgras.
De waarde van bijen
Honing is altijd een kostbaar iets geweest. Eeuwenlang was honing het enige bekende zoetmiddel was. Een goed bijenvolk was in die tijd even kostbaar als een kalf. De bijenwas was helemaal een luxeproduct. Hiervan maakte men zalf, smeersels en kaarsen. De kerk was in dit opzicht een grootverbruiker en hief ook belasting over het bezit van bijen.
Bijenschans
Kortom, bijen en korven waren van grote economische waarde voor de mensen en werden daarom goed beschermd. In de boerengemeenschappen plaatste men de korven achter opgeworpen grondwallen met doornige struiken en hagen. Binnen deze vierkante wallen van tien bij tien meter stonden circa 40 tot 60 bijenkorven. Voor indringers waren deze beschutte plekken moeilijk bereikbaar, maar bijen hadden duidelijk profijt van die beschutting. Medewerkers van de stichting Instandhouding Kleine Landchapselementen in Limburg planten op de aarden wallen ook struikjes aan.
Verdwenen schansen
In Nederland zijn nog slechts op een paar plekken de restanten van bijenschansen te vinden. Deze reconstructie in Reuver is dan ook redelijk bijzonder.
Persbericht Stichting IKL-Limburg

