Vijf vragen aan… Matthias Francken, directeur van Herita

Matthias Francken. Foto: Wim Kempeneers


In de rubriek ‘Vijf vragen aan…’ stelt de redactie van de Erfgoedstem vijf vragen aan prominente of opvallende mensen in de sector. Deze keer is dat Matthias Francken, Algemeen Directeur bij het Vlaamse Herita.

1. Wie ben jij?

Matthias Francken, sinds begin 2021 algemeen directeur van Herita vzw. Ik woon in Antwerpen, met mijn vrouw en 3 kinderen. Ik ben 32 jaar en erfgoedliefhebber, uiteraard. Met een grote goesting om de liefde voor erfgoed mee te helpen overdragen naar jongere generaties. Ik voel bij generatiegenoten heel vaak dat er intrinsiek een grote interesse is voor erfgoed, we willen dat omzetten in echt engagement voor erfgoed, bijvoorbeeld als vrijwilliger op één van onze locaties. Ons erfgoed heeft enkel een toekomst indien we er als gemeenschap samen zorg voor dragen.

2. Wat zijn je ambities voor Herita?

In de eerste plaats de vzw echt doen groeien, we hebben de ambitie Herita op de kaart te zetten als ‘National Trust van Vlaanderen’. Naar het voorbeeld van de Trust in de UK, maar ook naar het voorbeeld van de Landschappen in Nederland. We willen zorg dragen voor plekken van schoonheid en geschiedenis, en deze open stellen voor de gemeenschap. Momenteel hebben we 10 locaties in eigen beheer, verspreid over heel Vlaanderen, maar we willen minstens gaan naar een verdubbeling. Zodat we vanuit onze filosofie als erfgoedstichting zo goed mogelijk zorg kunnen dragen voor ons erfgoed, en het toekomstbestendig maken.

3. Welke ontwikkelingen van de Vlaamseerfgoedsector moeten wij in de gaten houden? 

Er is wel wat beweging in de sector. Zeker interessant om te volgen is het beschermingsbeleid. We hebben in Vlaanderen iets meer dan 11.000 beschermde monumenten, met daarnaast nog ongeveer 80.000 locaties op de erfgoed ‘inventaris’. De beschermde monumenten lijken onder druk te staan, met zelfs een aantal vragen of het er niet ‘te veel’ zijn. De 80.000 locaties op de inventaris kennen dan weer quasi geen echte bescherming, en regelmatig worden er locaties gesloopt. Er is wel een vrees dat er een evolutie is naar enkel het bewaren van wat ‘exemplarisch’ is. Terwijl elk stuk erfgoed in zijn context uniek is. We kunnen 10 keer qua typologie exact dezelfde kerk beschermen in Vlaanderen. Gaan we er dan maar 1 van bewaren als type-voorbeeld? Maar ze hebben wel alle 10 lokaal bijgedragen een de lokale identiteit, het dorpsgezicht, enzoverder. Een kwalitatief erfgoedbeleid is ook een kwantitatief beleid, erfgoed moet in de diepte én de breedte aanwezig zijn in ons straatbeeld, het mag niet beperkt worden tot enkele unieke stuks waar we een stolp rond zetten. Dat is een heel interessant debat dat loopt.

Een andere interessante ontwikkeling is hoe we zullen omgaan met de waardevolle cultuurhistorische landschappen en historische parken en tuinen. In Vlaanderen is het algemeen besef dat we in de toekomst op een betere manier moeten omgaan met onze open ruimte, en daarrond ook veel actiever beleid moeten voeren. Een grote stap in de goede richting. Maar een goed openbare ruimte beleid is zeker niet gelijk aan het wegduwen van de menselijke factor in de landschappen. Veel van onze waardevolle landschappen zijn door de mens gecreëerd, het is vanuit erfgoedperspectief belangrijk ook dat verhaal te brengen én te tonen. Het zal interessant zijn welke evenwichten daar ontstaan.

4. Herita organiseert samen met Nederland Monumentenland een congres ‘Het Onroerend Goed’, waarom kunnen wij dit congres niet missen?

Omdat het een unieke kans is om met de collega’s uit Vlaanderen en Nederland te netwerken. Op een prachtige locatie, de Handelsbeurs in Antwerpen, voorzien we een groot aantal interessante lezingen en debatmomenten. Geen voorgesneden koek, we hebben echt de bedoeling om aan Vlaamse én Nederlandse kant nieuwe perspectieven en inzichten te creëren.

5. Welke Belgische erfgoedlocatie kun je ons aanraden eens te bezoeken? 

Een aanrader is zeker en vast de Koloniën van Weldadigheid, in Wortel en Merksplas. Prachtig ontwikkeld door de collega’s van Kempens Landschap. Ondertussen zijn de koloniën ook UNESCO Werelderfgoed, een mooi voorbeelddossier van wat Vlaanderen en Nederland samen kunnen bereiken als we aan dezelfde kar trekken.