De hunebedden, monumenten uit de steentijd, zijn ongeveer 5000 jaar oud en worden zorgvuldig beschermd. Tegenwoordig is archeologisch onderzoek bij of rondom een hunebed zeldzaam en mag dit alleen onder strikte voorwaarden plaatsvinden. Het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vindt dan ook niet in het hunebed zelf plaats, maar juist in het omliggende gebied. De Rijksuniversiteit Groningen heeft toestemming gekregen van de gemeente Borger-Odoorn, Stichting Het Drentse Landschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De vergunning is verleend onder de voorwaarde dat het onderzoek beperkt van omvang is, om zo veel mogelijk van de oorspronkelijke situatie te behouden.
Het doel van het onderzoek is het vergroten van wetenschappelijke kennis over hunebed D29 en het omliggende gebied. De terreinbeheerder, Het Drentse Landschap, kan deze kennis gebruiken bij het beheer van het monumententerrein, terwijl de overheid de kennis kan benutten voor beschermingsbeleid. Bovendien biedt de opgraving de mogelijkheid om archeologie studenten op te leiden.
Bescherming van archeologische locaties
Er is weinig bekend over de rol die het gebied rondom het hunebed in het verleden speelde. Prehistorische boeren bouwden de hunebedden als grafkamers van grote stenen, die vervolgens werden bedekt met een zandheuvel. In deze kamers werden mensen begraven, waarvan de botten inmiddels al lang vergaan zijn. Er valt echter nog veel te ontdekken over de betekenis en functie van het omliggende gebied.
Met als doel om belangrijke archeologische locaties in Nederland voor de toekomst te behouden, heeft de rijksoverheid wettelijke bescherming geboden. Een van deze beschermde locaties bevindt zich in de gemeenten Borger-Odoorn, waar de hunebedden D28 en D29 te vinden zijn. Hunebed D28 is reeds opgegraven en onderzocht, maar hunebed D29 en het omliggende terrein zijn tot op heden niet wetenschappelijk onderzocht.

