Ontrafeling van mysterieus massagraf met paarden in Borgharen

Foto: RCE

Na de ontdekking van het paardengraf bij Borgharen bleef er een aura van mysterie omheen hangen. Nieuw onderzoek werpt licht op een gruwelijk tafereel in 1673: de paarden vonden hun dood tijdens een bloedige veldslag, onder het toeziend oog van de Franse Zonnekoning, Louis XIV. De archeologen werden verwonderd en verbijsterd toen ze op een lentedag in 2010 keer op keer paardenbotten blootlegden. Ze vonden rugwervels, hoeven en schedels, bijna allemaal keurig uitgelijnd.

Een Sensationele Ontdekking

Bij elke graafbeweging leek er een nieuw skelet tevoorschijn te komen, en elke nieuwe ontdekking vergrootte de verbazing. Dit was zonder twijfel sensationeel. Was dit een massagraf? Uiteindelijk onthulde de bodem 65 skeletten, verspreid over bijna 40 meter. De paarden lagen in onnatuurlijke posities, met opgetrokken benen of kromme ruggen. Dit zou kunnen wijzen op rigor mortis, de stijfheid na de dood, of op de ruwe manier waarop ze in de greppel waren gesleept. Mat Delarue, een amateur-archeoloog, kan zich de opwinding van die ontdekking nog levendig herinneren. “Het was fantastisch, uniek. Ze lagen helemaal door elkaar; de kop van de een tussen de benen van de ander. En elke dag kwamen er meer botten uit, het hield niet op.”

In de zomer van 2010 veroorzaakte het paardengraf een ware sensatie. Het was groot nieuws en de open dag op de opgraving trok massaal bezoekers. Het paardengraf bleef echter omgeven door mysterie. Wie waren deze dieren en waarom waren ze hier op deze massale wijze begraven? Waren ze gevallen aan een besmettelijke ziekte? Niemand had een antwoord. In het begin stonden historici en archeologen voor een raadsel.

Bodemonderzoek

De vondst werd gedaan tijdens bodemonderzoek in opdracht van het Consortium Grensmaas. Een archeozoölogische analyse van de botten onthulde dat het voornamelijk volwassen dieren waren, waarvan veel hengsten. Duidelijk was dat ze afkomstig waren van een slagveld. Er waren breuken en sporen van buitensporig geweld, zelfs kogelinslagen. In acht paardenschedels werden kogels aangetroffen, wat aanduidde op genadeschoten of frontale confrontaties tussen twee ruiters. Het was namelijk de tactiek van ruiters om hun tegenstanders zo dichtbij te benaderen dat ze tussen het harnas konden schieten.

De kogels en verwondingen wezen onmiskenbaar op oorlogspaarden. De vraag was echter welke oorlog het betrof. De gevonden hoefijzers, ringen en gespen van het paardentuig konden geen definitieve aanwijzing geven, omdat hun vormen eeuwenlang vergelijkbaar waren. Bovendien leverde koolstofdatering (C14) kort na de ontdekking geen betrouwbare resultaten op. Historische bronnen wezen sterk naar het Beleg van Maastricht in 1632, waar bekend is dat er zwaar gevochten werd te paard.

Desalniettemin, op basis van verschillende argumenten, werd in het eerste officiële onderzoek naar het paardengraf 1794 als het meest waarschijnlijke jaar beschouwd. Dit was het jaar waarin de Franse revolutionairen Maastricht belegerden. Belangrijke bewijsstukken waren onder andere een achttiende-eeuws pijpenkopje dat onderin het paardengraf werd gevonden, samen met een gesp uit die periode waar een stukje leer van een paardentuig aan vastzat.

Het onderzoek naar de slag van 1673

Sindsdien heeft archeoloog Willem Dijkman ernstige twijfels over dat jaartal, 1794. “Ik vond het bewijs te pover, ik wilde het zeker weten”, aldus Dijkman.Deze voormalige conservator van Centre Céramique in Maastricht heeft nieuw onderzoek uitgevoerd, wat aantoont dat de paarden eigenlijk meer dan een eeuw eerder, in 1673, zijn omgekomen. Dit gebeurde tijdens het beleg van de Fransen, waarbij d’Artagnan het leven liet. Dijkman en de Franse archeologe Séverine Hurard hebben hierover gepubliceerd in een catalogus die nu beschikbaar is bij een tentoonstelling over de Franse musketiers in Château de Vincennes, het Parijse kasteel waar de Zonnekoning verbleef voordat hij naar Versailles verhuisde.

Een cruciaal stuk bewijs wordt geleverd door gedetailleerd kaartmateriaal van de belegering uit 1673. De Franse koning had de stad volledig omsingeld door een circumvallatielinie aan te leggen, bestaande uit een ring van opgeworpen aarden wallen met daaromheen een gracht om de stad compleet te isoleren. Met moderne georeferentietechnologieën liet Dijkman de omtrek van de circumvallatielinie, zoals vastgelegd in authentieke kaarten, projecteren op de locatie van het paardengraf. Het bleek bijna perfect te passen. Het lijkt er sterk op dat de Fransen hun paarden begroeven in de al gegraven gracht.

In tegenstelling tot het beleg van 1794 is van het beleg in 1673 gedocumenteerd dat Louis XIV voor deze prestigieuze strijd een enorme cavalerie-eenheid had meegebracht. “Een groot deel was cavalerie, dan heb je het over tienduizend paarden! Dat zijn honderden eskadrons die rond die stad slingeren. Dan kun je je voorstellen dat er hier een aantal het loodje hebben gelegd”, laat Dijkman weten. Eerder werd, tijdens werkzaamheden in de nabijheid van het paardengraf,  al een graf ontdekt met vier menselijke lichamen. Helaas waren de menselijke resten al vernietigd door de bouwmaatschappij voordat de archeologen werden gewaarschuwd, en konden ze niet meer worden onderzocht. Maar bij dit graf werden uniformknopen en een liard gevonden, een Franse munt die in omloop was tijdens het beleg onder leiding van de Zonnekoning. Een munt die in 1794 niet meer werd gebruikt.

In 1794 legde de vijand geen circumvallatielinie om de stad. De twee voorwerpen die in het paardengraf zijn aangetroffen en die eerder wezen op die datering, vormen op zichzelf geen afdoend bewijs, merkt Dijkman op.

Het zeldzame karakter van het paardengraf

Waarom zouden de Fransen de moeite hebben genomen om deze dieren te begraven? “Paarden worden in Frankrijk met heel veel respect behandeld”, aldus Dijkman. De musketiers waren verbonden met hun paarden, en voor de Zonnekoning zelf waren deze nobele dieren van essentieel belang voor zijn imago als groot veldheer. Na zijn triomf voor Maastricht liet hij zich trots portretteren op een paard, met een zadel bedekt met luipaardvel. De gevechtsschilder Joseph Parrocel creëerde een strijdtoneel van het beleg, waarop de koning zelf rijdend op een paard prijkte, zwaard in de hand, te midden van het oorlogsgeweld met kruitdampen en stofwolken. Op de voorgrond waren diverse bebloede slachtoffers te zien, inclusief dode en gewonde paarden.

Waarom is dit massagraf zo zeldzaam? Wim Dijkman heeft hierover een hypothese. Er zijn mogelijk op andere historische slagvelden ook paarden begraven, maar de beenderen werden vaak gebruikt als meststof. En het waren niet alleen de beenderen van dieren. Bijvoorbeeld, bij de Slag bij Waterloo – met 20.000 doden – is geen enkel massagraf ontdekt. Men denkt dat de suikerfabriek bij Waterloo de beenderen gebruikte om suiker te zuiveren. Het feit dat het paardengraf in Borgharen enigszins afgelegen lag, zou wellicht hebben bijgedragen aan het feit dat het onaangetast is gebleven.

De paardenbotten zijn momenteel opgeslagen in kartonnen dozen in het depot van Centre Céramique. Enkele losse skeletten zijn te bezichtigen voor het publiek, onder andere in de Helpoort in Maastricht, evenals in de huidige tentoonstellingen over 1673 in het Limburgs Museum en Centre Céramique.