Leiden – Een voormalig klooster naast de Leidse Schouwburg staat centraal in een fel debat over erfgoed, cultuur en stedelijke ontwikkeling. De gemeente Leiden wil het historische pand verbouwen tot een centrale locatie voor muziekeducatie, met een geraamde investering van vijftien miljoen euro. Erfgoedorganisatie Historische Vereniging Oud Leiden heeft echter officieel bezwaar aangekondigd. Volgens de vereniging is bij de plannen onvoldoende rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van het gebouw. De gemeente spreekt van “een onvermijdelijke keuze”.
In het pand werken momenteel kunstenaars via leegstandsbeheer. Beeldend kunstenaar Marjolijn Graustra heeft er sinds februari vorig jaar haar atelier. “Het is geweldig om hier te werken”, zegt ze. “Een toplocatie, een prachtig historisch pand. Maar het blijft tijdelijk en dat is ook pijnlijk.”
Volgens Graustra raakt die onzekerheid vooral jonge makers. “Er zijn nauwelijks ateliers in Leiden. Veel kunstenaars weten niet waar ze straks heen moeten.” Tegelijkertijd ziet zij kansen in de gemeentelijke plannen. “Een combinatie van muziekschool en ateliers zou ideaal zijn.” Overleg met de gemeente is er volgens haar niet. “We zijn tijdelijke gebruikers. Er wordt niet met ons gesproken.”
Nieuwe huisvesting noodzakelijk
De gemeente Leiden en culturele organisatie BplusC stellen dat ingrijpen noodzakelijk is. Het huidige muziekgebouw aan het Rapenburg kampt met achterstallig onderhoud, slechte isolatie en voldoet niet meer aan hedendaagse eisen. Daarnaast zijn muzieklessen nu verspreid over meerdere locaties in de stad.
De bedoeling is om alle muziekeducatie te concentreren in één toekomstbestendig pand in gemeentelijk bezit. De verbouwing kost naar verwachting vijftien miljoen euro. Als de planning wordt gehaald, moet het nieuwe muziekgebouw in 2030 in gebruik worden genomen.
Ingrijpende verbouwing achter de gevel
Om ook popmuzieklessen mogelijk te maken, zijn zwaar geïsoleerde ruimtes nodig binnen het bestaande gebouw. Dat is volgens de gemeente technisch noodzakelijk, maar heeft grote ruimtelijke gevolgen. Voor de constructie moeten aanzienlijke delen achter de gevel worden gesloopt.
Juist daar ontstaat spanning met de historische waarde van het pand.
‘De giraf moet in de koelkast’
Volgens Reinier Verbeek van de Historische Vereniging Oud Leiden wordt er fundamenteel verkeerd omgegaan met erfgoed. “Dit is alsof je zegt: de giraf moet in de koelkast”, zegt Verbeek. “Als dat niet past, dan slopen we de koelkast maar.”
In opdracht van de gemeente is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarde van het gebouw. Daaruit blijkt dat het voormalige klooster uit 1925 meerdere bijzondere historische elementen bevat. Sommige delen dateren zelfs uit de zeventiende eeuw, waaronder een oude kapel met een opvallend interieur. “Dat rapport is er”, zegt Verbeek. “Maar het is nauwelijks meegenomen in de besluitvorming. Alsof het er niet is.”
Geen monument, wel monumentale waarde
Hoewel het pand geen formele monumentenstatus heeft, onderschrijft de monumentencommissie volgens Oud Leiden dat die status wel degelijk gerechtvaardigd zou zijn. Het college besloot anders en juist dat besluit vormt de kern van het bezwaar. Extra gevoelig ligt volgens de vereniging de manier waarop het proces is verlopen.
“Projectontwikkelaars betrekken ons altijd vanaf het begin bij plannen met historische panden”, zegt Frits van Oosten, voorzitter van Oud Leiden. “Van de gemeente mag je dat minstens ook verwachten. Dat is hier niet gebeurd.”
Argumenten van gemeente en BplusC
In schriftelijke reacties benadrukken de gemeente en BplusC dat het geen luxeproject betreft, maar een noodzakelijke investering in muziekonderwijs voor duizenden Leidenaren. Duidelijkheid is volgens hen nodig voor leerlingen, docenten en ouders.
Alternatieve locaties zijn schaars, nieuwbouw binnen de stad is nauwelijks mogelijk en spreiding over meerdere panden zou financieel onhaalbaar zijn. Het kloostercomplex geldt volgens hen als de best beschikbare optie, ondanks de ingrepen die nodig zijn.
Geen alles-of-niets
Volgens Oud Leiden zijn er wel degelijk alternatieven. De vereniging pleit voor een aangepast plan: wel een muziekschool, maar zonder popmuziek. “Dan hoeft er veel minder te worden gesloopt en blijft het gebouw grotendeels intact”, stelt Van Oosten. Bovendien zou er dan ruimte blijven voor ateliers, waarvoor in Leiden een groot tekort bestaat.
De gemeente waarschuwt echter dat zo’n aanpassing kan leiden tot extra kosten en vertraging, waardoor het hele project onder druk komt te staan.
Bezwaarprocedure volgt
Met het aangekondigde bezwaar belandt het plan nu bij de bezwaarschriftencommissie. Daar wordt opnieuw gekeken naar de afweging tussen erfgoed, cultuur, onderwijs, financiën en ruimtegebrek.
“Het is geen gelopen race”, zegt Verbeek. “Als je alle belangen écht objectief weegt, is dit plan op z’n minst zeer discutabel.”

