Archeologische ‘Dalfsen-regeling’ heeft nog wel duwtje nodig

Een oproep aan de regering om te voorkomen dat onverwacht belangrijke archeologische vondsten niet zomaar in het depot verdwijnen, heeft in ieder geval de steun van SP, D66 en CDA. Op 3 december zal de Tweede Kamer stemmen over deze ‘motie Dalfsen’. De motie heeft in ieder geval nog steun nodig van één van de twee regeringspartijen PvdA en VVD.

Commissie OCW
Op 30 november vond, op de laatste (stormachtige) dag van de maand, het commissiedebat over de cultuurbegroting voor 2016 plaats. Cultuur-experts van de Tweede Kamerfracties kwamen bijeen voor het zogenaamde ‘wetgevingsoverleg over de begroting OCW voor 2016’. Hierbij kwam, naast podiumkunsten en andere culturele zaken, ook de archeologie aan bod. De SP diende, gesteund door D66 en het CDA, tijdens het debat een motie in waarbij gevraagd werd om “een fonds voor de wetenschappelijke uitwerking en presentatie van archeologische ontdekkingen van (inter)nationale waarde.” Geconcludeerd kan worden dat het goed is dat de motie wordt ingediend, maar dat een potentiële ‘Dalfsen-regeling’ nog wel een extra duwtje nodig heeft.

Topvondst
Wat was er ook al weer aan de hand? Begin dit jaar werd in de kleine gemeente Dalfsen een archeologische topvondst gedaan van internationale betekenis. Overal vandaan kwam de pers kijken. Nu het stof is neergedaald rijst de vraag: wie gaat er betalen voor de behandeling die zo’n topvondst verdient. De huidige wetgeving voorziet niet in een vangnet voor dit soort situaties. Zonder oplossing dreigen de vondsten in kartonnen dozen in het depot te verdwijnen.

De kwestie in Dalfsen staat niet op zich. Schatting is dat soortgelijke situaties, waar onverwacht een vondst van nationaal belang tevoorschijn komt, gemiddeld 1 tot 2 keer per jaar voorkomen. In de meeste gevallen wordt er met deze toevalsvondsten gekruidenierd: half opgegraven, half uitgewerkt, opgeslagen of zelfs weggegooid. Vanuit de archeologische beroepsgroep is actie ondernomen richting politiek. Die actie leidde ertoe dat ‘Dalfsen’ 30 november op de agenda kwam.

Motie
De vergadering begon met een eerste ronde waarbij alle woordvoerders hun op- en aanmerkingen over de begroting konden tentoonspreiden. Dalfsen was hierbij één van de vele punten die aan de orde moesten komen. Al heel snel ontsponnen zich debatten over allerlei andere punten. De miljoenen vlogen over de tafel en partijpolitiek werd allesbehalve geschuwd. Op zich was er voor de geïnteresseerde leek genoeg te beleven.

Twee partijen (SP en D66) hebben tijdens die eerste ronde Dalfsen op de agenda gezet. SP-cultuurwoordvoerder Ronald van Raak, die Jasper van Dijk tijdelijk vervangt, en Alexander Pechtold van D66 gaven aan dat er iets moest gebeuren aan situaties zoals die in Dalfsen. Pechtold noemde Dalfsen een ’testcase’ en vroeg in zijn spreektekst o.a. “het nationale belang van deze opgraving te erkennen” en riep op “krachten én kennis van de gemeente, musea en onderwijsinstellingen te bundelen”.

Van Raak gaf aan zelfs een motie in te willen dienen over dit onderwerp, waarin verzocht wordt om; “in overleg met de beroepsgroep, tot een voorstel te komen voor een fonds voor de wetenschappelijke uitwerking en presentatie van archeologische ontdekkingen van (inter)nationale waarde”.

De Minister
Nadat alle Kamerleden aan het woord geweest waren, was het aan minister Jet Bussemaker. Als reactie op de vragen en opmerkingen van Van Raak en Pechtold, zei de minister dat ze “het jammer vond dat haar eerdere reacties (op een brief van de Gemeente Dalfsen aan de minister) wat negatief werden geïnterpreteerd als alleen een felicitatiebrief.” Ze stelde dat ze in haar antwoorden steeds aangegeven heeft dat ze de mogelijkheden wil verkennen voor ‘verdiepend onderzoek’. In dat kader gaf ze aan in het voorjaar van volgend jaar met nader bericht te komen voor beide Kamers. Verder noemde ze in haar reactie dat ze keek naar de bestaande regeling ‘Oogst van Malta’ en dat er gesprekken gaande zijn met het Rijksmuseum van Oudheden, het RMO. De minister wil dus wel degelijk dat er iets geregeld wordt. Een lichtpuntje aan de horizon. Althans, zo lijkt het.

Zandige ogen
Maar is dat ook zo? Voor een buitenstaander klinkt het antwoord van de minister misschien goed genoeg. Insiders weten echter dat de “Oogst van Malta” (overigens niet te verwarren met de “Oogst voor Malta’), een regeling is die zich richt op het bundelen van kennis uit allerlei verschillende opgravingen. Dat is dus iets heel anders dan waar het in Dalfsen en al die andere, vergelijkbare situaties, om gaat.

De uitwerking van Dalfsen gaat niet om het bundelen van kennis, maar om de gevonden gegevens überhaupt in een basisrapportage te beschrijven op een manier die recht doet aan de omvang van de vondsten én aan wat er in de toekomst met die kennis verder zou kunnen gebeuren. Er moet dus eerst gezaaid worden, voordat ‘Malta’ kan gaan oogsten.

Daarbij gaat het hier ook niet alleen om de wetenschappelijke kant van archeologie. Het gaat ook om de vraag wat het maatschappelijk belang is van archeologie en of er in de toekomst extra middelen vrijgemaakt kunnen worden om het publiek hierbij te betrekken.

En wie kent de inhoud van de gesprekken met het RMO? Er schijnt gesproken te zijn over het overnemen van vondsten door het Leidse museum. Maar wat en of er nog meer met elkaar besproken wordt, is onduidelijk.

Daarnaast is het vreemd dat het plan van burgemeester Han Nooten van Dalfsen om de vondsten internationaal te laten reizen in ruil voor verder onderzoek, niet genoemd werd door de minister. Opmerkelijk, aangezien deze plannen wellicht zelfs wel meer potentie hebben dan de plannen van het RMO.

Verder rommelen gloort
Het antwoord dat de minister gisteren gaf, lijkt een beetje op haar eerdere antwoorden. Archeoloog Evert van Ginkel publiceerde daarover op 13 augustus j.l. een opiniestuk. Hierin fileerde hij op onnavolgbare wijze het antwoord dat de minister aan Dalfsen gaf. Van Ginkel zei dat ‘de minister het vast goed zou bedoelen en dat het ook goed klinkt, maar het bij nadere analyse veel minder steek lijkt te houden.’

Zo lijkt het dat de minister het in haar antwoorden nu vooral heeft over het blussen van het brandje ‘Dalfsen’ terwijl de vraag die op tafel ligt om voor alle soortgelijke situaties een oplossing te bedenken. De antwoorden tijdens het afgelopen debat, nemen de vrees dat de kwestie onopgelost blijft, niet weg.

Motie SP
Gelukkig werd de aangekondigde motie wel ingediend door de SP, met steun van D66 en het CDA. Daarmee is de discussie dus niet gesloten, al moet er op dit moment nog wel een meerderheid worden gevonden. Op donderdag 3 december zal er over de ‘motie Dalfsen’ gestemd gaan worden. In de aanloop naar die stemming hebben de partijen nog één kans om met elkaar te overleggen en de motie eventueel nog aan te passen, zodat iedereen zich er in kan herkennen en de motie kan steunen. Hoewel alle partijen wel vinden dat situaties als nu in Dalfsen ongewenst zijn blijft het politiek!

 

Wat is er volgens de beroepsgroep nodig?

Voor de archeologen is het hopen dat de motie wordt aangenomen en dat de kwestie Dalfsen:

  • Zal leiden tot een structurele oplossing van het daadwerkelijke probleem (wanneer er iets van Nationaal belang wordt gevonden).
  • Niet alleen zal gaan over onderzoek van de resultaten maar ook over
    • Extra middelen voor uitgebreider opgraven
    • Middelen om samenwerking op het gebied van onderzoek en publieksbereik te organiseren.

Daarnaast vragen de archeologen dat er bij het zoeken naar een oplossing wordt samengewerkt met de beroepsgroep (o.a. Stichting Reuvens, AWN, het convent van gemeentelijk archeologen, Stichting Archeologie en Publiek, en andere partijen die ik wellicht hier vergeten ben.)

 

 

Klik op onderstaande foto voor een filmpje van het debat gister:
Schermafbeelding 2015-12-01 om 16.16.40
Klik op het plaatje om de video te bekijken (Video Jesper de Raad)

Lees hier het NRC artikel over Dalfsen

of bekijk het ‘dossier Dalfsen’

The following two tabs change content below.

Caspar Steinebach

Caspar Steinebach (Leiden, 1984) woont in Utrecht. Hij studeerde journalistiek in Zwolle en archeologie in Amsterdam. Sinds 2013 is hij redacteur archeologie bij de Erfgoedstem. Voor TGV Teksten en Presentaties in Leiden deed hij onderzoek naar de beeldvorming van Nederlandse archeologie in de media. In 2014 richtte hij, CultureRoad op, dat zich bezig houdt met culturele producties.

Laatste berichten van Caspar Steinebach (toon alles)