Bijzondere archeologische vindplaats in Emmen verdwenen door bouw distributiecentrum

Oud Dorpsaanzicht Oranjedorp

De gemeente Emmen heeft onlangs toestemming gegeven voor de bouw van een groot distributiecentrum op een terrein dat een unieke archeologische vindplaats herbergt, tegen de geldende regels in. Volgens onderzoek van Zembla zijn alle waardevolle bodemschatten definitief verloren gegaan, aangezien de bouw al is gestart. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is geschokt en benadrukt in de Zembla Podcast ‘De verloren schatten van Emmen’ dat de gemeente Emmen haar wettelijke verplichting om het archeologisch erfgoed te beschermen, heeft verzuimd. De gemeente erkent dit en betreurt het niet naleven van de wet.

Van mei tot juni 2023 voerde het archeologisch onderzoeksbureau Earth Integrated Archeology op verzoek van een betrokken aannemer een booronderzoek uit op het terrein. Daarbij werd een vindplaats uit de steentijd ontdekt, met onder meer door mensen bewerkte vuursteenresten. Volgens Daan Raemaekers, hoogleraar Archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gaat het om een unieke vindplaats vanwege de omvang van het terrein en de uitstekende conservering van de archeologische resten.

Deze bijzondere vindplaats bevindt zich op het Bedrijvenpark A37 in Oranjedorp. Omwonenden hadden eerder bezwaar gemaakt tegen de bouw van het distributiecentrum vanwege de omvang van het complex en de nabijheid tot hun woningen. Desondanks verkocht de gemeente Emmen het terrein in 2022 aan vastgoedontwikkelaar Solidiam.

Uit e-mailcorrespondentie tussen de vastgoedontwikkelaar en de gemeente, verkregen via een beroep op de Wet Open Overheid door buurtbewoners, blijkt dat beide partijen overeenkwamen dat er geen rekening hoefde te worden gehouden met de archeologische vondst. Dit werd vastgesteld ondanks het feit dat het archeologisch onderzoeksbureau nog moest bevestigen of de verwachtingen over archeologische resten op het terrein reëel waren.

Vergunning zonder beschermingsvoorwaarden

De gemeente verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van het distributiecentrum zonder voorwaarden te stellen ter bescherming van het archeologisch erfgoed, wat in strijd is met het Verdrag van Malta. Dit verdrag verplicht Nederland om dergelijk erfgoed te beschermen. Het feit dat de gemeente het vervolgonderzoek van het archeologisch onderzoeksbureau stopzette nadat de vergunning was verleend, verbaasde Timo Vanderhoeven van Earth Integrated Archeology.

Het archeologisch onderzoeksbureau meldde de zaak bij de RCE, die overwoog de locatie aan te wijzen als beschermd rijksmonument. Echter, voordat dit kon gebeuren, bleek de grond al bouwrijp te zijn gemaakt, waardoor de vindplaats voorgoed verloren ging.

Motie van wantrouwen

De gemeenteraad van Emmen werd nooit geïnformeerd door het college van B&W over de unieke archeologische vindplaats en de gevolgen van de bouw van het distributiecentrum. Daan Raemaekers noemt dit een ernstige nalatigheid. Robart de Jong van Hart voor Emmen dient een motie van wantrouwen in tegen wethouder René van der Weide en eist een bouwstop van het distributiecentrum.

Wethouder René van der Weide weigerde commentaar te geven aan Zembla. Zowel vastgoedontwikkelaar Solidiam als aannemer Goldbeck wilden niet reageren en verwezen naar de gemeente Emmen. De gemeente betreurt in een schriftelijke reactie dat ze de gewijzigde wetgeving van 2007 niet heeft toegepast en erkent dat de aanname dat het gebied al eerder was vergraven, onjuist was.