Bijzondere ontdekkingen bij hunebed D29 in Borger

Tijdens het onderzoek in Borger bij hunebed D29 hebben archeologie studenten van de Rijksuniversiteit Groningen fascinerende ontdekkingen gedaan, onder leiding van professor Dr. Daan Raemaekers.

Raemaekers vertelt: “We hebben deze uitgekozen omdat er nog nooit onderzoek was gedaan, maar ook omdat het er een beetje rommelig uitziet rond het hunebed. Dat is positief. Wij hoopten dat een deel van de heuvel die er ooit overheen heeft gelegen bewaard was gebleven, en dat is het geval.”

De meest opmerkelijke vondsten werden gedaan in de restanten van de grafheuvel. Op maar vijf centimeter onder het gras kwamen de onderzoekers aardewerkscherven tegen. ” We zijn heel voorzichtig de aarde weg gaan halen en direct onder de grasmat staken al scherven van aardewerk de grond uit”, aldus Raemaekers.

Bijzonder fenomeen

Een verrassend fenomeen was de ontdekking van een kleine kuil, gegraven door de hunebedbouwers zelf nadat de grafheuvel was voltooid. Ze braken een pot, kozen grote scherven uit en plaatsten die in het kuiltje. Daarna voegden ze een vuurstenen mes toe en vulden de kuil op met overgebleven scherven. Dit verschijnsel was nieuw voor de archeologen, aangezien ingravingen in heuvels van deze aard niet eerder waren gezien. Het wijst erop dat mensen na de bouw van het hunebed terugkwamen om belangrijke voorwerpen in de grond te plaatsen.

Hoewel de reden voor deze handelingen niet direct duidelijk is, zijn de archeologen verheugd over de vondsten. “Vijf centimeter onder het gras heeft dit dus 5.000 jaar op ons liggen wachten.”

Bot en vuursteen

De opgraving bracht ook vuursteenstukjes naar boven, wat suggereert dat mensen op deze heuvel plaatsnamen om hun werktuigen scherper te maken – een ander nieuw aspect dat aan het licht kwam.

Verder werden er kleine stukjes verbrand bot gevonden, waarvan nog moet worden vastgesteld of ze afkomstig zijn van mens of dier. “Maar ook dat is erg interessant om over na te denken. Dat mensen in de prehistorie naar deze plek terug zijn gegaan om deze verbrande resten neer te leggen. Dat kan uit de tijd van de hunebedbouwers zijn, maar ook bijvoorbeeld duizend jaar later”, legt Raemaekers uit.

Momenteel bevinden de vondsten zich bij de universiteit, en na de vakantie zullen de onderzoekers ermee aan de slag gaan. Bovendien hebben twee studenten aangeboden om de scherven aan elkaar te lijmen, dus dat zal ook gebeuren. Na de analyse zal er een rapport worden opgesteld, naar verwachting is dat komende winter klaar.