Bijzondere vondst aan de Oude Delft

Woonhuis Delft

In de Delftse binnenstad, achter de gevel van een rijksmonument aan de Oude Delft zijn op de houten plafondbalken bijzondere schilderingen aangetroffen: te midden van vele krullen en bladeren is een jachttafereel afgebeeld. Interieurschilderingen met dit thema zijn uiterst zeldzaam. Al eerder zijn geschilderde ‘lange jachten’ op een balklaag aangetroffen, onder meer in Amsterdam, Den Bosch en Leeuwarden. Wat de Delftse ‘lange jacht’ zo uniek maakt is de artistieke kwaliteit en de gaafheid: deze steekt met kop en schouders boven alle andere uit. Alleen al hiermee is de Delftse schildering op slag de toetssteen voor elke toekomstige vondst van soortgelijke taferelen.

Deze schildering is vooral belangrijk vanwege de datering: de personen zijn zo nauwkeurig afgebeeld dat hun kleding tot in details herkenbaar is. Het is een bont gezelschap met onder andere breedgerande hoeden, pofbroeken, kousenbanden en brede sjerpen. Op basis van de kostuums heeft de Delftse kunsthistorica Irene Groeneweg, gespecialiseerd in de Nederlandse kostuumgeschiedenis, de taferelen met zekerheid kunnen dateren in het tijdvak 1610-1620.

De mannen, door hun kleding te identificeren als boeren en officieren, zijn met allerlei wapens aan het jagen. De officieren hebben geweren, de boeren jagen met speren en zelfs een hooivork. Dat er militairen zijn afgebeeld blijkt behalve uit de wapens ook uit hun brede sjerpen, het onderscheidingsteken voor legerofficieren. Deze officieren bieden een ander aanknopingspunt voor de datering. Zij lijken immers als twee druppels water op de figuren afgebeeld in het boek van Adam van Breen, De Nassausche wapen-handelinge …, verschenen in 1618. In de Delftse context is de gelijkenis van deze interieurschilderingen met een aan het Huis van Nassau gelieerde publicatie natuurlijk intrigerend.

Bouwhistorisch onderzoek had al eerder aangetoond dat achter deze voorgevel uit 1850 een schat verborgen zit. Dit pand blijkt nog diverse elementen uit de bouwtijd, 1544, te bevatten. Aanvankelijk was het waarschijnlijk een pakhuis van een nabij gelegen brouwerij. Omstreeks 1575 is het pand tot woning verbouwd, een functie die dit eeuwenoude pand nog altijd heeft.

De datering van deze schilderingen sluit geheel aan op de resultaten van het eerder uitgevoerde bouw- en interieurhistorische onderzoek.
Deze vondst toont opnieuw het grote belang en meerwaarde aan van dergelijke onderzoeken aan monumentale woonhuizen, van de samenwerking tussen de verschillende onderzoeksdisciplines, én van gemeente en rijk.”

De huidige eigenaren en bewoners waren al enthousiast over het huis toen zij het na enkele jaren leegstand kochten. Hun idee om dit bijzondere pand, waarin zich ook nog andere bijzondere interieuronderdelen bevinden, beperkt open te stellen is door de recente vondst alleen maar versterkt. Maar eerst wacht hen de grote uitdaging om dit juweel zorgvuldig te conserveren. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert de eigenaar en de gemeente Delft bij de zorgvuldige omgang met dit kwetsbare en bijzondere interieuronderdeel.

Persbericht RCE

The following two tabs change content below.

Caspar Steinebach

Caspar Steinebach (Leiden, 1984) woont in Utrecht. Hij studeerde journalistiek in Zwolle en archeologie in Amsterdam. Sinds 2013 is hij redacteur archeologie bij de Erfgoedstem. Voor TGV Teksten en Presentaties in Leiden deed hij onderzoek naar de beeldvorming van Nederlandse archeologie in de media. In 2014 richtte hij, CultureRoad op, dat zich bezig houdt met culturele producties.

Laatste berichten van Caspar Steinebach (toon alles)