We zullen het echt zelf moeten gaan doen

Gisteren ging ik naar de uitreiking – door de staatssecretaris – van het eerste exemplaar van de ‘Gids voor eigenaren van een Rijksmonument’. Dat vond plaats in Leiden, het Rijksmuseum voor Oudheden. Deze gids (zie persbericht) is een gezamenlijke actie van onder andere de Rijksdienst en het Restauratiefonds. Tussen alle handreikingen en informatiebrochures waarmee mijn boekenkast inmiddels volstaat, was dit initiatief toch iets dat mijn verbeelding prikkelde:

Krijg je deze mooie gids automatisch als je een Rijksmonument koopt?
Komt er een koppeling naar de nieuwe website van Rijksdienst en Restauratiefonds (waarbij, zo heb ik begrepen, ieder Rijksmonument straks een eigen, door de eigenaar mee te beheren pagina heeft) ?
En is dit  dan misschien toch de start van een meer persoonlijke band tussen overheid en eigenaar?

De moeite waard om even te gaan kijken dus.

In het Rijksmuseum voor Oudheden
Door de stromende regen liep ik het museum binnen, laat en gehaast. Tot mijn verbazing was werd ik niet naar de aula maar naar een klein zaaltje met dames en heren geleid. Schuin rechts in de hoek stond de Staatssecretaris, in gesprek met een paar mensen, zijn pols in het verband.

In was amper binnen of er werd naar me gewezen. ‘Erfgoedstem’ hoorde ik fluisteren (dat komt nog eens op m’n graf te staan). Direct daarop kwam er een charmante dame naar me toe die vroeg of ik wellicht wat vragen aan de Staatssecretaris wilde stellen. Daar had ik bepaald niet op gerekend.

Verregend en wat verbouwereerd vroeg ik wat bedenktijd. Je krijgt niet elke dag zo’n kans om een omstreden politicus te spreken. Maar wat zou ik hem dan moeten vragen?? Ik kende het persbericht voor de bijeenkomst, heb de debatten in de beide Kamers redelijk gevolgd en kon dus ook wel voorspellen wat voor antwoorden er te verwachten waren. Bovendien was ik onvoorbereid en ongeschoold en plus.

Het wegvallen van Erfgoed Nederland
Ik drentelde wat rond. Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het. Ik had wel een vraag voor de staatssecretaris. Ik werd voorgesteld als ‘journalist’ en zag dat ook een van de ambtenaren bijschoof.  “Wat kunnen we van dit kabinet verwachten op het gebied van vrijwilligersondersteuning” vroeg ik. Ha, ja dat is wel een hele brede vraag antwoordde hij  lachend.

Ik preciseerde dat het om vrijwilligers in monumentenzorg ging en haalde en passant ook de geplande handreiking voor vrijwilligers en het wegvallen van Erfgoed Nederland aan.

Het antwoord van de staatssecretaris ging over het verschuiven van taken. De nieuwe taken van de Rijksdienst en ook nieuwe taken voor ‘het museum’, ik wist niet of ik dat goed verstond en interpreteerde het als ‘het openluchtmuseum’ al was dat een antwoord uit een andere kwestie.
Dat waren de te verwachten soundbytes.

Vast in het grote ‘Njet’
Toen de vrijwilligers ter sprake kwamen startte hij iets in de richting van ‘die mensen zijn natuurlijk vooral ‘…. “vrijwilligers” vulde ik aan. Daarmee aanvoelend dat we ook daar in vaste patronen zaten.

Ik worstelde met mijn onverwachte rol van ‘journalist’, ik was eigenlijk gekomen als gepassioneerd lobbyist voor een sterkere erfgoedsector. Maar, zo voelde ik wel, het zou hier toch ongepast zijn om te gaan discussiëren.

Bovendien was ik ook gewoon geen partij voor deze man in wiens gehele professionele houding het grote Njet zich had vastgezet en die zo’n beetje iedereen al over zich heen had gekregen en van zich had afgeschud. Ik bedankte voor zijn tijd.

Wie schuift houdt schone handen
In ieder geval had ik er even aan het kabinet geroken. Zeker geen onaangename man. Hij stond professioneel zijn functie uit te oefenen en deed dat op een aardige manier. Er zijn mensen die dat anders doen.

Inhoudelijk gezien voelde het alsof er over de keuzes die gemaakt worden toch een beetje een rookgordijn werd gelegd: een handreiking, een website, schuiven van taken naar die en naar die.

De ervaring leert dat de mooie beelden die daarmee worden opgeroepen niet altijd overeenstemmen met de resultaten die er uiteindelijk geboekt worden. En wie doorschuift houdt schone handen. Laat ik het daar bij houden.

We zullen het zelf moeten gaan doen
Wat in ieder geval is blijven hangen van dit ‘surprise – interview’, is dat de overheid zich ook hier gewoon terugtrekt. Willen we als monumentensector professionalisering, onderlinge betrokkenheid en  draagvlak in de maatschappij verwerven, dan ligt de bal gewoon bij ons. Noem het een uitdaging.  We zullen het de komende jaren echt zelf moeten gaan doen.

  1. Zoals U ongetwijfeld heeft gelezen is men van plan om de aftrek voor monumenten onderhoud en restauratie te maximeren. Dat zou bovenop het huurwaarde forfait komen. Vooral de hogere bedragen die met restauraties zijn verbonden zullen daaronder lijden waardoor die in wezen onmogelijk worden voor particulieren. Hoe het gaat met het onderhoud van grotere monumenten, waar alleen al het bouwen van een steiger een klein vermogen kost, is nog onbekend, maar het zal lonen voor monumenteneigenaren om zich krachtig te roeren. Het gaat om vrij kleine bedragen op rijksschaal: zeg 20 miljoen, maar voor de betroffen eigenaren ” make or break”.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.