Van de bulldozer en de archeologische vondst

CC BY SA 3.0
Bulldozer Foto: U.S. Army via wikimedia

Elke wet, elke beleidsregel, elke verordening heeft zwakke punten. Hoe goed de overheid ook probeert dingen te regelen, soms heeft regelgeving slechts weinig invloed op de weerbarstige realiteit. Een voorbeeld in de erfgoedwetgeving is het toevallig vinden van archeologische vondsten (en het daarvan melding doen aan de overheid).

In de perfecte wereld loopt de vinder van een middeleeuwse gouden ring onmiddellijk naar de gemeentelijke archeologische dienst en biedt het kostbare kleinood trots ter bewaring aan… zeker niet gaat de vinder bij nacht en ontij met schop en metaaldetector naar de vindplaats terug, daarbij de overheid een denkbeeldige middelvinger gevend. In diezelfde perfecte wereld stopt een aannemer met zijn graafwerkzaamheden bij het vinden van de resten van een oud landhuis, belt opgetogen het bevoegd gezag (“wat ik nu gevonden heb!”) en wacht met de pet in de handen deemoedig tot de hooggeleerde heren archeologen het zint om eens polshoogte te nemen… zeker niet zal de aannemer met gezwinde spoed een shovel laten aanrukken om een hoop gedoe te voorkomen.

Er zijn inderdaad veel Nederlanders (godlof) die naar eer en geweten met dergelijke archeologische vondsten om gaan, er zijn er echter ook veel die dat niet doen. Soms is er sprake van luiheid of onwetendheid… in andere gevallen is sprake van botte calculatie. De bovengenoemde aannemer loopt gerede kans op bouwvertraging door het eventuele archeologische onderzoek. Weliswaar is in de wet kostenvergoeding gegarandeerd, deze is in de praktijk echter met moeilijkheden omgeven. In het kort: archeologie brengt voor hem niets op.

De Erfgoedwet ziet de oplossing in het verscherpen van het wettelijke regime. Tot voor kort gold de regeling met betrekking tot (het bewaren van) toevalsvondsten alleen voor roerende vervaardigde zaken (potten, pannen, munten ed.). Dit leidde tot de rare situatie dat een oude smeedijzeren pan niet mocht worden vernield, maar de bouwkundige restanten van een zeventiende-eeuwse keuken vogelvrij waren. In de huidige wetgeving zijn alle archeologische vondsten (voorwerpen, bouwkundige zaken, grondsporen) beschermd en dienen bij het bevoegde gezag te worden gemeld..en daar valt natuurlijk helemaal niets tegen in te brengen.

Er is echter een “maar”: Er blijft gelden dat vondsten niet mogen worden vernield en een half jaar ter beschikking moet worden gehouden voor nader archeologisch onderzoek. De genoemde pan kon in de oude situatie (en nog steeds) opgetild worden en op een veilig plekje worden neergezet. De bouwwerkzaamheden kunnen dan worden voortgezet. Maar wat als de aannemer (in tijd- en geldnood) nu eens een vermoedelijk middeleeuwse stenen muur vindt, die zich over het grootste gedeelte van het plangebied slingert: een muur groot genoeg om het hele bouwproject stil te laten leggen. De muur afbreken en dan veilig weer op een andere plaats opbouwen is archeologisch gezien volstrekt zinloos en bijkans geheel gelijk aan vernieling (wat verboden is). Zou deze haastige aannemer nu echt de boel stop zetten, het bevoegde gezag bellen en gedwee gaan wachten tot binnen zes maanden iemand eens de boel archeologisch gaat verkennen? En wat als binnen een paar dagen een archeoloog de bouwplek visiteert en constateert dat de vermeende middeleeuwse muur een weliswaar fraaie, maar toch onbelangrijke negentiende-eeuwse muur is, die zonder pardon mag worden neergehaald: Denkt u dat de staat (of onder de Omgevingswet de gemeente of de provincie) het chequeboekje pakt en zonder problemen de paar dagen vertraging voor de aannemer vergoed?

Natuurlijk is bovenstaande wel een vrij uitzonderlijke situatie, die niet te vaak voorkomt. Maar het zijn juist wel deze speciale situaties die archeologisch de krenten in de pap vormen. Te vrezen valt dat onder deze nieuwe wetgeving een aannemer des te sneller de bulldozer aanzet.

The following two tabs change content below.

Johan Teters

Johan Teters is planoloog, milieukundige en historisch geograaf. Hij heeft als erfgoeddeskundige gewerkt bij diverse gemeenten, de provincie Noord-Brabant en bij de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Hij werkt nu freelance en heeft zich gespecialiseerd in erfgoedrecht en erfgoed in de ruimtelijke ordening. Daarnaast publiceert hij met enige regelmaat over historische geografie, monumentenzorg en erfgoedrecht.

Laatste berichten van Johan Teters (toon alles)

  1. Toch vergist u zich, John Teters, in de aanname dat dit soort onwettelijke praktijken weinig door aannemers wordt verricht. In een tijdsgewricht waar we gegrepen zijn door het principe tijd is geld wordt des te meer naar onwettelijk handelen uitgeweken, ik spreek uit mijn meer dan 10 jarige ervaring in het veld. Sommige archeologen worden door de aannemers zelfs van de locatie afgetreiterd om er maar vanaf te zijn, waarbij gemeenten zich evenzeer schuldig maken, namelijk aan het niets doen, ondanks de wettelijke afspraken. Menig archeoloog is er ziek van. Dit is namelijk niet het soort archeologiebeoefening waar de archeologen voor staan.
    Belangrijk is te beseffen dat waar geïnformeerdheid regeert, adequaat handelen de norm is. Dus zodra alle gemeenten zich adequaat en volgens de wet inzetten voor cultuurhistorisch beleid, en wanneer zij de opdrachtgevers en aannemers volgens wettelijk beleid doetreffend, tijdig en juist informeert, kunnen archeologen zeer nuttig werk doen. Dan is er geen sprake van ‘zinloosheid van archeologie’ en ‘kostenverspilling’. Dat archeologen pas na weken of zelfs maanden zouden reageren bestaat niet.
    Kortom: we moeten allemaal dezelfde kant op kijken en meedoen. Informering is daarbij cruciaal.

    Wettelijke overheden zouden archeologie ook eindelijk als kans moeten beschouwen, om bijvoorbeeld de eigen gemeente op de kaart te zetten, om daarmee toerisme en bedrijvigheid aan te lokken. Dit past in de huidige maatschappij.

    John Teters, ik wens u veel succes binnen uw vak als planonloog en ik hoop dat u (iets van) mijn reactie in uw werk en in samenwerking met het gemeentelijk apparaat meeneemt, zodat we allemaal beter begrip hebben voor elkaars werk en allen goed samen kunnen werken om mooie dingen te bewerkstelligen.

  2. Honderden, mogelijk enkele duizenden, prehisorische grafheuvels zijn door archeologen weg-gegraven. Ze hebben er geen respect voor en ze blijken er bitter weinig van te leren. Alle grondplannen worden weggestopt in een digitale databank, opgezet met belastinggeld, maar die de burger niet mag inzien. Het compleet wegvagen van een grafheuvels sites in Heiloo en een 5000 jaar oude Steentijd site te Dalfsen en daarna de mensen uitnodigen om te komen kijken is maar een voorbeeld van de kromme redenaties en botheid van de commerciele archeologen. Het is een feit dat na de ondertekening van de Verdrag van Malta de commercele archeologie zich almaar gestaag uitbreidde, met rampzalige gevolgen voor ons aller prehistorisch erfgoed.

  3. Is dit wel goed onderbouwd? Archeologen wordt doorgaans veel verweten, zonder goed inzicht in zaken. Archeologie is geen afvoerput, maar een relevante onderzoeksgroep, kijk maar naar de wetgeving. Zie verder mijn eerste reactie op dit artikel.

  4. De huidige wetgeving beschermt de grafheuvels niet. Voor het onderzoek,- waar ze uiteindelijk niets mee doen,- graven ze het graf van de gezamenlijke voorouders weg. Zouden ze ook het graf van hun eigen moeder weggraven? De commerciele archeologie heeft inderdaad één goed inzicht; namelijk in geld-zaken.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.