Onbestraft verwaarlozen en vernielen

Handhavingspiramide Beeld via Johan Teters

Een boer, die een vliedberg wegschuift. Een winkelier, die een prachtige en beschermde schouw kapot mokert. Een pandjesbaas, die een monument willens en wetens laat verloederen. Zo maar wat willekeurige en niet eens ongebruikelijke vergrijpen ten opzichte van erfgoed.

De overheid staat meestal machteloos tegen deze handelingen. In het huidige monumentenrecht staan twee sancties tegen deze overtredingen open. De eerste is herstel (via een handhavingsactie), waarbij de schade aan het monument zo veel mogelijk ongedaan moet worden gemaakt op kosten van de veroorzaker. De tweede optie is de veroorzaker voor de strafrechter slepen. Beide mogelijkheden worden weinig gebruikt en hebben slechts een lage succeskans. Met andere woorden: iemand moet wel heel dom en heel driest te werk zijn gegaan om gestraft te worden voor moedwillige vernieling of verwaarlozing van een monument.

Om het straffeloos verwaarlozen van erfgoed tegen te gaan, is in de Erfgoedwet een onderhoudsplicht opgenomen. Eigenaren van Rijksmonumenten mogen hun objecten de allernoodzakelijkste vormen van onderhoud niet onthouden. Van uitzonderlijk belang is deze plicht overigens zeker niet, omdat het Rijk dit instrument nauwelijks heeft uitgewerkt.

Naar aanleiding van een paar grote handhavingdrama’s (bv de welbekende cafébrand in Volendam, waar vele jonge mensen voor het leven werden getekend) heeft de Rijksoverheid de zogenaamde handhavingspiramide omarmd. De gedachte hierachter is dat bij kleine overtredingen met voorlichting en geduld de overheid de zaken probeert te regelen. Hoe zwaarder de overtreding, hoe krachtiger en dwingender het ingrijpen van de overheid, waarbij de nadruk is verlegd van kan ingrijpen naar moet ingrijpen. Bij crimineel handelen, doelbewust en weloverwogen, wordt de overtreder vervolgd.

Onlangs heeft de Vereniging Wageningen Monumentaal voor de tweede keer aangifte gedaan tegen de eigenaar(s) van het pand Grebbedijk 6 te Wageningen. De eerste keer werd geseponeerd omdat het Openbaar Ministerie niet de noodzaak van vervolging inzag, en ook geen tijd en kennis van de materie had. Ter informatie: niet onvermogende eigenaars laten hun rijksmonument in anderhalve decennia dusdanig expres verkrotten dat het pand verworden is tot een zieltogende en gevaarlijke puinhoop. Dat zeg ik overigens niet zelf, dat zegt de Raad van State. In deze zaak is (om een vergelijking te maken met het strafrecht), de dader bekend, het mogelijke motief duidelijk, het lijk aanwezig, het pistool rokend, en een verhelderend vonnis aanwezig. Maar de daders lopen nog ongestoord rond. Het vonnis van de Raad van State ging namelijk niet over de schuldvraag van de eigenaar(s) van Grebbedijk 6, maar over het nut van herstelmaatregelen aan het monument, zodat een strafrechtelijke vervolging nog open ligt.

Een belanghebbende bestuurslaag met verstand van zaken zou de bal een laatste zetje kunnen geven. Dat gebeurt echter niet. Blijkbaar is er bij de overheid wel geld voor het praten en schrijven over handhaving en erfgoed, en het houden van bijeenkomsten en cursussen over handhavingsbeleid, maar blijkt het uiteindelijke doen toch een onoverkomelijke zaak. Treurig maar waar is dat de motor achter het tegengaan van de verwaarlozing van het pand sinds jaar en dag een aantal onbezoldigde burgers in het Wageningse is met slechts beperkte middelen en kennis.

Nogmaals: er is hier niet sprake van een sneuhals, die per ongeluk zijn vervallen 19e-eeuwse kozijn vernield, maar een van de zwaarste overtredingen op grond van de Erfgoedwet en de Monumentenwet. Als men inderdaad werk wil maken van de onderhoudsplicht in de Erfgoedwet, is nu de tijd voor actie aangebroken.

The following two tabs change content below.

Johan Teters

Johan Teters is planoloog, milieukundige en historisch geograaf. Hij heeft als erfgoeddeskundige gewerkt bij diverse gemeenten, de provincie Noord-Brabant en bij de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Hij werkt nu freelance en heeft zich gespecialiseerd in erfgoedrecht en erfgoed in de ruimtelijke ordening. Daarnaast publiceert hij met enige regelmaat over historische geografie, monumentenzorg en erfgoedrecht.

Laatste berichten van Johan Teters (toon alles)

  1. Beste heer Teters,

    Zojuist las ik uw artikel over het onbestraft verwaarlozen en vernielen van monumenten uit 2017.
    Ik kan het u nog sterker vertellen. Onze overburen (met eigen bouwbedrijf) hebben illegaal, dus zonder vergunningen, gesloopt en geheid in een beschermd dorpsgezicht, naast een Rijksmonument en tegenover een gemeentelijk monument (onze woning) in de winterperiode, met een methode die helemaal niet is toegestaan (valblok). Alles heeft schade opgelopen. Wij hebben direct melding gedaan bij de gemeente en die heeft de bouw stil gelegd.
    En wat als de overheid gewoon meewerkt aan het vernielen van die monumenten: zonder ons in kennis te stellen heeft het Waterschap hiervoor achteraf en op valse gronden (zou trillingsvrij geheid zijn) Watervergunning afgegeven en de gemeente achteraf omgevingsvergunning.
    Al vijf jaar proberen wij verhaal te halen voor de schade aan ons monument, maar nog zonder resultaat. Wij hebben alle instanties al zo’n beetje ingeschakeld. Mogelijk gaat het Heemschut aangifte doen tegen de gemeente. Maar het is een ware lijdensweg voor ons persoonlijk geworden omdat de hele buurtgemeenschap probeert alles onder tafel te schuiven en ons te intimideren. Onze banden worden lek gestoken, onze monumentale schuur beklad, beschadigd, en allerlei rechtszaken tegen ons aangegaan om ons zo te verarmen dat wij vwb het heien ons gelijk niet meer kunnen halen.

    Ik moest dit even aan u kwijt.

    Met vriendelijke groet,

    Jozina Staal
    Nieuwlandsedijk 68
    4926 AS Lage Zwaluwe
    jc.staal@outlook.com
    06-29365811

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.