De tegenstelling tussen stad en platteland legt een diepe gespletenheid in de menselijke geest bloot. Het ongerepte platteland en de overbevolkte stad trekken elkaar aan maar stoten elkaar ook af. De Hollandse hoftuinier Jan van der Groen schreef al in 1669 dat er niets boven het landleven ging. Daar was voedsel in overvloed, de lucht was er vers en er hingen geen ‘vuile stinkende dampen’ zoals in de stad. In de stad dreigden bovendien allerlei verlokkingen, overdadige maaltijden, ‘gasten en brassen, drinken en klinken’. Het platteland daarentegen, was nog onbezoedeld. Daar heersten orde en regelmaat en vond je een afspiegeling van hoe de Schepper de aarde had geschapen.

Het Groene Woud Foto: RCE Via wikimedia
