De olifant in de Faro-kamer

Dit opinieartikel is van Christian Pfeiffer, werkzaam op het Landelijk Bureau van de Bond Heemschut

Onder de noemer van Faro is het participatief denken de afgelopen jaren de erfgoedwereld binnengekomen. Voor tonnen aan euro’s draait de rijksoverheid een programma om het ‘Faro-denken’ tussen onze oren te krijgen, maar lijkt daarbij te vergeten dat de grootste omslag bij de overheid zelf vandaan moet komen.

Met het eindelijk ondertekenen van het verdrag van Faro belooft de Nederlandse overheid dat iedereen voortaan mag meepraten bij het monumenten- en erfgoedbeleid. De erfgoedladder van onderaf beklommen door de burgerij, in plaats van bovenaf bekeken, zoals het al meer dan een eeuw is vormgegeven. Iedereen aan het woord, iedereen gelijk en ruimte voor discussie. Dat idee. 

Nu het programma Faro van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op zijn eind loopt, is het goed de olifant in de kamer te benoemen en een plek te geven: de rol van de overheid zelf. Want met al het faciliteren en mogelijk maken van burgerinitiatieven in het erfgoedveld dient zich de vraag op wat de rijksoverheid in dit speelveld zelf gaat doen? Of verwordt Faro tot een papieren tijger die we diep in de onderste la schuiven op het ministerie als het programma is afgerond? Een politieke keuze. 

Heemschut is Faro, dat roepen we al ruim een jaar heel hard naar elkaar op kantoor. De erfgoedvereniging is 111 jaar geleden opgericht door bezorgde burgers. Nog steeds delen die 5000 burgers als direct lid hun zorgen dagelijks met ons en komen via de achterbannen van de honderden historische verenigingen nog veel meer signalen bij ons binnen. Heemschut is daarmee al ruim een eeuw de thermometer van de erfgoedmaatschappij, daar waar het gaat om bedreigingen zoals sloop en nieuwbouw. 

Wat wij bij Heemschut zien is dat de overheid al sinds 2009 een terugtrekkende beweging aan het maken is in de monumenten- en erfgoedwereld. In de woelige wereld van projectontwikkelaars, lokale bouwbelangen, energietransitie en klimaatadaptie kalft de positie van erfgoed af. De landelijke politiek heeft het monumentenbeleid in de laatste decentralisatierondes volledig over de schutting van de gemeenten gegooid en de voormalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg een andere naam gegeven en tandeloos gemaakt: de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 

En dat heeft heus niet allemaal geleid tot ongelukken. De grote (monumenten)gemeenten blijken prima in staat om hun eigen erfgoedboontjes te doppen. Amsterdam, Utrecht, De Bosch, Leeuwarden: ze hebben het allemaal prima op orde en stellen goed budget beschikbaar. Dat zijn ook de gemeenten waar de Faro-gedroomde-burgerinitiatieven tot wasdom komen en succesvol lijken. De burger bloeit waar de overheid steunt.

Maar als we iets verder kijken dan de bekende klanten, dan zien we een grijs beeld ontstaan van honderden gemeenten waar het allemaal niet zo duidelijk is. De grote middenmoot, veelal fusiegemeenten met tientallen monumenten maar zonder een duidelijk erfgoedprofiel. De gemeenten waar die ene erfgoedambtenaar het dagelijkse monumentenwerk moet combineren met vaak andere aanverwant beleidsvelden, zoals toerisme of stedenbouw.

Het is daar waar de burger mort. Waar de zorgen leven. Waar de lokale projectontwikkelaar het erfgoed weet laten te verdwijnen vanwege diffuse belangen. Waar de historische vereniging vecht tegen de bierkaai. Waar het erfgoedwater na 15 jaar terugtrekkend beleid aan de lippen staat. Waar de schoonheid worstelt. Waar dingen gebeuren met rijksmonumenten die we officieel niet zien. 

De plek waar de rijksoverheid afwezig is omdat adviezen terzijde kunnen worden gelegd, en leidraden onbekend zijn of worden genegeerd. Dit zijn de gemeenten waar een sterkere overheid in de vorm van de Rijksdienst nodig is om op te komen al die burgerinitiatieven die keihard knokken en vragen om een overheid die ze echt steunt: niet met hippe filmpjes of post-it-sessies , maar met monumentenaanwijzingen en beschermde gezichten en met meer zeggenschap over hoe daar mee om te gaan. Zodat erfgoed in ieder geval een rol kan spelen in de belangenafweging die gemaakt moet worden: tussen woningbouw, klimaatadaptatie en energietransitie in. 

Dat maakt volgens mij de Faro-cirkel pas echt compleet. Dat we toegroeien en politiek sturen naar een overheid die zij-aan-zij met de erfgoedburger staat en niet daartegenover. Die samen met al die geweldige initiatieven op de barricade springt en meevecht. Die helpt en steunt, met kennis en kunde. Een overheid die beseft dat wie faciliteert ook klaar moet staan voor het vervolg. Een overheid die niet wegkijkt als het spannend wordt. Laten we dat eens benoemen!

  1. Goed stuk Christiaan.
    Alleen dateert de terugtrekkende beweging al van veel eerder, namelijk Monumentenwet 1988.
    Groet, Jan

    1. Dag Jan,

      Dank voor de steun

      Voor mij is 2009 een duidelijk keerpunt, met de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg van toenmalig Minister Plasterk. Ook stopt dan het aanwijzen van rijksmonumenten (behalve in specifieke gevallen of programma’s).

      Het idee dat monumentenzorg dan ‘af’ is.

      Groet! Christian

  2. Dit is een juiste constatering en een terechte oproep. Hoe gaan we het organiseren dat de ‹ grijze › gemeenten hun erfgoedbeleid wèl correct en liefst ook pro-actief uitvoeren ? De Omgevingswet zou het theoretisch allemaal beter moeten maken maar ik heb daar niet erg veel vertrouwen in. De wet is al enkele malen uitgesteld en ook aan de komende streefdatum wordt door insiders alweer ernstig getwijfeld.

    Ondertussen verdwijnen steeds meer karakteristieke panden en ander erfgoed tussen de wal en het schip, worden sussend noodpleisters geplakt en krijgt het hele beleid meer en meer een houtje-touwtje aanzien.

    1. Dag Marcel!

      Dank en eens. Een idee dat ik wel eens heb geopperd is het aanpassen van het erfgoedbeleid zodat er ‘checks and balances’ ontstaan. Dat systeem ontbreekt nu. Als een gemeente nu niet functioneert is er geen duidelijk aanspreekpunt om dat te melden, laat staan een gemeente te dwingen het erfgoedbeleid beter vorm te geven.

      Er bestaat wel een systeem via het zogeheten Interbestuurlijk Toezicht van de provincies, maar dat systeem piept en kraakt, zoals ook uit onderzoeken blijkt.

      De erfgoedwereld heeft een controleur met tanden nodig. Dat kan een Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn of een Erfgoedinspectie.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.