Een zeventiende-eeuwse tijdscapsule op de bodem van de Waddenzee

Baardmankruik met kurk. Foto: RCE

De Reede van Texel was tussen de zestiende en de achttiende eeuw een onmisbaar logistiek knooppunt voor de Nederlandse scheepvaart en een natuurlijke haven. Op deze beschutte ankerplek lagen soms wel honderden schepen te wachten op gunstige wind om uit te varen. Echter sloeg de harde zuidwestenwind regelmatig schepen van hun anker waardoor een groot aantal wegdreven, lek sloegen op de zandbanken en zonken naar de bodem van de Waddenzee. Een aantal schepen ligt daar nog altijd. Zo ook het historische scheepswrak de Burgzand Noord 17, wereldwijd bekend geworden als het ‘Palmhoutwrak’. Thijs Coenen, maritiem archeoloog bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), vertelt over de bijzonderheid van het scheepswrak, het aanvullend waarderend onderzoek dat recent is gedaan en de mogelijke toekomstplannen.

Het zeventiende-eeuwse handelsschip, dat vermoedelijk rond 1650-1660 is vergaan, werd door sportduikers gevonden in 2009. “Het Palmhoutwrak was een zogenaamde straatvaarder: een schip dat door de straat van Gibraltar moest varen om in de Middellandse Zee terecht te komen”, vertelt Thijs. De enorme lading Mediterraan palmhout dat aan boord van het schip werd gevonden, leidde uiteindelijk tot de naam waar het wrak bekend mee is geworden.

De Nachtwacht van de Waddenzee

Palmhout was niet het enige product dat werd gevonden aan boord van het schip. Ook tapijten, Italiaans aardewerk, Griekse mastiekhars en anijs werden ontdekt in het scheepswrak. Thijs: “Vanwege al deze goederen die afkomstig zijn vanuit het Mediterrane gebied, weten we vrij zeker dat dit schip vanuit het Middellandse Zeegebied terugkwam van een handelsreis.” De meest bijzondere vondst werd gedaan in 2014, toen sportduikers een nog vrijwel volledig intacte jurk ontdekten. “Die jurk is de hele wereld over gegaan. De ‘Nachtwacht van de Waddenzee’, werd ‘ie ook wel genoemd.”

Dat de inhoud van scheepswrak de tand des tijds voor een groot deel heeft doorstaan, is te danken aan de bovenste bodemlaag van de Waddenzee. “De Waddenzee wordt gekenmerkt door een bodem van mobiel zand”, legt Thijs uit. “Daardoor zakken de scheepswrakken langzaam weg in de bodem. En als dat maar snel genoeg gaat, raakt het afgedekt en vindt er nauwelijks erosie meer plaats. Als zo’n wrak eenmaal afgedekt is geraakt kunnen er geen beestjes meer bij, heeft golfslag geen effect meer en vanaf 20-30 cm zand komt er ook geen zuurstof meer bij waardoor bacteriën geen kans maken. Als zoiets dan honderden jaren goed afgedekt blijft, kunnen zelfs jurken bewaard blijven.”

Aanvullend onderzoek

Na het duikend onderzoek dat in 2014 en 2015 door de Rijksdienst is uitgevoerd naar het Palmhoutwrak, is het schip vervolgens afgedekt met steigergaas om het te behouden. Dit jaar is er aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van Kamervragen die in 2023 zijn gesteld. Thijs: “Het Palmhoutwrak heeft al lange tijd veel aandacht gekregen, ook vanuit de politiek. Want zo’n scheepswrak waar zulke mooie vondsten uit zijn gekomen en afgedekt lag, moest daar niet iets mee gebeuren?”

De toenmalige staatssecretaris voor Cultuur en Media Gunay Uslu heeft vervolgens de Tweede Kamer beloofd een nadere verkenning uit te voeren en een scenariostudie te doen naar de toekomst van het wrak. En daar ligt de rol voor de RCE. “Alle mogelijke scenario’s moeten wij nu gaan opstellen: van afgedekt laten liggen op de zeebodem tot aan volledig opgraven en musealiseren en alle scenario’s daar tussenin”, vertelt Thijs. “Maar om die scenario’s te duiden, moet je eerst weten hoeveel vondsten nog aanwezig zijn, hoeveel van de scheepsconstructie nog intact is en welke specialisten en faciliteiten je voor al die scenario’s nodig hebt.”

Om daar achter te komen, heeft het onderzoeksteam van de RCE afgelopen zomer drie proefsleuven gegraven. “We zijn op zoek gegaan naar het voorschip en het achterschip, zodat we zeker weten hoelang het schip is en welke scheepsconstructie in de bodem zit.” Ook wilde het onderzoeksteam ontdekken hoe diep het middenschip is – de plek waar sportduikers eerder de meeste vondsten vandaan hebben gehaald. “We wisten niet of daar nog 1 meter of 3 meter van over zou zijn”, laat Thijs weten. Tijdens dit onderzoek zijn ook weer een aantal bijzondere vondsten aangetroffen, zoals een Astrolabium (navigatie-instrument) en een baardmankruik met de kurk er nog op. Die objecten worden nu door specialisten onderzocht.

Toekomstplannen

De planning is om in het tweede kwartaal van 2025 de scenario’s naar de Tweede Kamer te sturen. Welk scenario uiteindelijk zal worden gekozen voor het Palmhoutwrak is lastig te voorspellen. Hoe groot de kans is dat het schip bijvoorbeeld zou worden gemusealiseerd, is giswerk. “Niet vaak is iets in zijn compleetheid gemusealiseerd”, vertelt Thijs. “Een recent voorbeeld is de IJsselkogge, een scheepstype uit de vijftiende eeuw. Die is in 2016 in zijn geheel uit het water gehaald en gaat straks naar een museum bij Kampen.”

Dit voorbeeld biedt echter absoluut geen garantie voor de musealisering van het Palmhoutwrak. Dit wrak is namelijk minder compleet, waardoor het niet mogelijk is om in één geheel naar boven te halen. Bovendien wordt langzaamaan de grens bereikt wat betreft mogelijkheden omtrent conservering en onderzoek in Nederland. “Er zijn hier helaas niet veel specialisten en conserveringsfaciliteiten. Als je echt grootschalig wilt opgraven, moet je ook flink investeren in faciliteiten en het opleiden van mensen”, geeft Thijs aan.

Wat het toekomstscenario gaat worden, moeten we dus afwachten.