Heemschut merkt dat cultureel erfgoed niet altijd in goede handen is bij Brabantse gemeenten

Heemschut Logo Foto: Heemschut

Heemschut

De commissie Noord-Brabant van Heemschut ziet dat gemeenten in Noord-Brabant niet voldoen aan de wettelijke eisen die gesteld zijn aan een monumentencommissie in de Monumentenwet 1988. Dit heeft grote gevolgen voor de manier waarop omgegaan wordt met het cultureel erfgoed in Noord-Brabant. Door de willekeur zijn Brabantse monumenteigenaren in de ene gemeente beter af dan in de andere. Dit baart Heemschut zorgen. Daarom stuurt Heemschut aan alle Brabantse gemeentebesturen een brief met een overzicht van de wettelijke voorwaarden waaraan een goede advisering moet voldoen. Heemschut zal het komende jaar bezien hoe de gemeenten deze taak oppakken.

Deskundigheid
In de Monumentenwet van 1988 wordt er vanuit gegaan dat een gemeente een deskundige commissie instelt. Uitgangspunt daarbij is het gemeentelijk belang van kwalitatief goede adviezen en daarvoor is een deskundige commissie nodig. Uit jurisprudentie is gebleken dat de deskundigheid voldoende moet zijn gewaarborgd binnen de leden van de commissie en het daaruit voortkomend aantal leden. Ook de onafhankelijkheid en advisering is verbonden aan de Monumentenwet. De monumentencommissie moet bestaan uit een aantal leden waarbij tenminste uitgegaan moet worden van drie leden met deskundigheid. Naast deskundigheid moet de commissie ook onafhankelijk zijn ten opzichte van gemeentebesturen en moet belangenverstrengeling voorkomen worden.

Advisering
De relatie tussen de monumentencommissie en gemeentebestuur is vaak niet optimaal. Het is van groot belang dat een commissie goed weet wat haar rol en taken zijn en dat gemeentebesturen goed met de adviezen van de commissie omgaan. Besluiten dienen teruggekoppeld te worden naar de commissie.

Persbericht Heemschut