Het Verdrag van Faro in de praktijk: erfgoed voor en door de samenleving

Overhandiging van de Intentieverklaring van het erfgoedveld en de Faro Uitvoeringsagenda. Foto: Jeronimus van Pelt

Op 10 januari 2024 ondertekende Nederland het Verdrag van Faro. Dit is een belangrijk signaal dat Nederland het verdrag wil honoreren en uitvoeren. Het verdrag, opgesteld door de Raad van Europa, legt de nadruk op de mens en samenleving én hun relatie tot cultureel erfgoed. Maar wat houdt het verdrag precies in? En hoe wordt het in Nederland geïmplementeerd? Machteld Linssen, programmaleider van Faro bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, vertelt over het verdrag en de uitvoering ervan.

Het Verdrag van Faro is opgesteld in 2005 naar aanleiding van de conflicten in de Balkan-landen. Tijdens deze conflicten werd cultureel erfgoed van gemeenschappen stelselmatig vernietigd om hun identiteit te ontnemen en ze te demoraliseren. “Daaruit kwam het besef voort dat mensen het recht hebben op erfgoed waar ze zich mee identificeren en dat dat niet zomaar mag worden gemarginaliseerd  of vernietigd,” legt Machteld uit.

In het verdrag staat de mens centraal bij het denken over en waarderen van cultureel erfgoed. Daarbij wordt ook goed gekeken naar de waarde van het erfgoed voor een democratische samenleving. “Eigenlijk stelt het verdrag een aantal gewetensvragen: waarom en voor wie bewaren wij erfgoed, hoe is iedereen betrokken en wie bepaalt wat erfgoed is? Het verhoudt zich daarmee heel goed tot allerlei maatschappelijke ontwikkelingen.”

Het Verdrag van Faro werd in eerste instantie al in veel Oost-Europese landen ondertekend, het besef van het belang van dit verdrag sijpelde pas later door in West-Europa. Zo ook in Nederland. Voordat wij ons als land aansloten bij het verdrag, ging er een uitgebreide verkenningstocht aan vooraf.

“We hebben met allerlei partijen uit het veld symposia, excursies en labs georganiseerd en praktijkprojecten gesubsidieerd. Daarbij keken we niet naar wat wij vanuit onze professie belangrijk vinden, maar wat de mensen die elke dag in aanraking komen met erfgoed belangrijk vinden. Toen zijn we samen op een aantal kernwaarden uitgekomen.”

Foto: Maarten Reith

Participatie, beleving en een betere samenleving

Met deze kernwaarden geeft het Nederlandse erfgoedveld aan welke aspecten van het verdrag zij het belangrijkst vindt. De eerste kernwaarde gaat over participatie. “Dit is een woord waar je heel veel onder kan verstaan, maar in het verdrag zelf gaat het echt over democratische participatie.” Het betekent dat mensen niet alleen toegang hebben tot erfgoed, maar dat ze zich er ook mee kunnen identificeren en er wat over te zeggen hebben. “Participatie betekent hier eigenlijk dat je een stukje mede-eigenaarschap hebt en medeverantwoordelijkheid draagt voor het erfgoed, het is breder dan alleen toegang krijgen.”

Daarnaast hanteert het verdrag een breed erfgoedbegrip. “Als je met mensen in gesprek gaat over wat zij belangrijk vinden en over willen dragen aan volgende generaties, praten zij niet in termen als onroerend erfgoed, archeologie en immaterieel erfgoed. Ze praten vanuit beleving, herinnering en identiteit, waardoor er ruimte ontstaat voor nieuwe erfgoedbegrippen. De definitie van erfgoed wordt in het verdrag niet in allemaal hokjes ingedeeld.”

Een laatste kernwaarde is dat erfgoed kan worden ingezet als hulpbron voor een betere samenleving. In Nederland wordt erfgoed veel ingezet voor recreatie, toerisme, de creatieve industrie en behoud van kwaliteit in de leefomgeving, maar nog niet zo veel voor sociale vraagstukken en welzijn, geeft Machteld aan. “Het erfgoedveld heeft gezegd dat ze de relatie met het sociale domein meer wil verkennen en versterken, het is een belangrijke richting in het verdrag waar Nederland sterker in kan worden.”

Van ratificatie naar implementatie

Na de verkennende fase werd er vanuit het veld een intentieverklaring opgesteld waarin de minister van OCW werd aangespoord om het verdrag te ondertekenen. Ook kwam er een uitvoeringsagenda met ambities en een aantal thema’s dat aansloot bij de vastgestelde kernwaarden.

Uiteindelijk werd het Verdrag van Faro op 10 januari dit jaar ondertekend door de Nederlandse regering. Maar daarmee kan het verdrag niet gelijk geïmplementeerd worden. “Het moet eerst nog door de Tweede en daarna Eerste Kamer, dat noemen we ratificeren. Daarbij moet je ook vertellen wat je dan concreet gaat doen om het verdrag te implementeren in beleid en wet- en regelgeving.” Op dit moment zijn er gesprekken op gang, waarin de rol van het Rijk, de provincies en gemeentes en andere overheden wordt onderzocht. “Parallel daaraan zijn we nu ook bezig met een soort pre-implementatie, waarbij we initiatieven steunen die uitvoering geven aan de opgestelde agenda. Daar heeft voormalig staatssecretaris Uslu een bedrag voor beschikbaar gesteld.”

Eind 2023 werden in een eerste ronde al 26 initiatieven gehonoreerd. Variërend van de ontwikkeling van een minor door verschillende opleidingen in het HBO en WO, het ontwikkelen van een andere manier van kijken naar en waarderen van Post-65 wijken en migrantenwijken vanuit het perspectief van de inwoners, tot een kritische reflectie op de mogelijkheden voor participatie in de archeologie door vrijwilligers, burgerinitiatieven, beroepskrachten en beleidsmensen.

Maar bij het verdrag komen ook uitdagingen kijken. “Faro is een heel talig verdrag, dat eigenlijk niet veel meer zegt dan ‘beste overheid, u zult uw beleid aanpassen aan het gedachtegoed in dit verdrag’. Het is niet zo directief als andere verdragen die wij kennen, er is veel meer ruimte voor interpretatie.” Alhoewel het aan de ene kant een uitdaging is, biedt het volgens Machteld ook kansen. “Je voert dit verdrag niet vanachter je bureau uit, maar je bent voortdurend in gesprek met anderen en bedenkt samen welke kant je op gaat. Er komen steeds nieuwe dingen bij en het gezelschap waar we mee samenwerken wisselt ook geregeld.”

Faro Initiatievendag oktober 2023. Foto: GEWOON ELS

Vanzelfsprekend verdrag

Het Verdrag van Faro is nog maar net ondertekend en de onderzoeken zijn nog in volle gang, maar Machteld heeft ook al een duidelijke doelstelling: overbodig worden. “Als je een verdrag wil implementeren, dan hoop je dat het op een gegeven moment vanzelfsprekend gevonden wordt en goed wordt nageleefd. We zijn als programmateam voortdurend bezig om onszelf stapje voor stapje overbodig te maken en onze rol als aanjager en facilitator over te dragen aan andere erfgoedpartijen.”

Inmiddels is een nieuwe Faro-ronde gestart. Initiatieven die uitvoering geven aan de ambities in de Uitvoeringsagenda Faro en een structurele ontwikkeling in gang willen zetten om de erfgoedzorg meer Faro te maken, zijn welkom zich aan te melden. Kijk voor meer informatie op faro.cultureelerfgoed.nl.