Karel Loeff adviseert als directeur van Monumentenadvies.nl overheden en particulieren op restauratiegebied. Hij is tevens directeur van Bond Heemschut, een erfgoedvereniging die zich al honderd jaar inzet voor de bescherming van monumentaal cultureel erfgoed. Als jurylid is Karel verbonden aan de Bankgiro Loterij Molenprijs en de BNG Erfgoedprijs.
Prinsjesdag 2016 was een dag vol positieve geluiden. Het gaat goed met de economie en wij burgers gaan er in koopkracht op vooruit. Helaas, wie de begroting doornam en de begeleidende stukken bestudeerde, kwam erachter dat zo’n dertigduizend monumenteneigenaren erop achteruit zullen gaan. Tenminste, als zij de komende jaren hun panden nog willen onderhouden.
De particuliere monumenteneigenaar kent, anders dan professionele eigenaren, geen subsidieregeling. Voor hen is er een goed functionerend stelsel opgezet waarbij voor restauratiedoeleinden een voordelige lening kan worden afgesloten via het Nationaal Restauratiefonds. Bij het onderhoud, de instandhouding zoals dat in vaktermen heet, is in plaats van een subsidieaanvraag een fiscale aftrek mogelijk op de gemaakte instandhoudingskosten. Dat stelsel loopt via de inkomstenbelasting en is gerelateerd aan de hoogte van iemands inkomen. Een eerlijk stelsel dus, dat volgens onderzoek ook prima functioneert.
Dit systeem van subsidies, hypotheken en fiscaliteit vormt het ‘huis’ waarmee het Rijk eigenaren tegemoetkomt. Maar nu trekken minister Bussemaker en staatssecretaris Wiebes één poot – die van het onderhoud – finaal onder dit solide stelsel uit. De reden? Een bezuiniging: het sluitend maken van de begroting van het ministerie van OCW. Waarom deze ondoordachte zet? Om elders met miljoenen te kunnen strooien en te roepen dat men daar extra in investeert? Of is het een maatregel die vooruitloopt op de vereenvoudiging van het belastingstelsel, dat voor de leek evengoed ondoorzichtig en complex zal blijven, en waarvan het nog maar de vraag is hoe en of het gaat slagen?
Inmiddels dreigen alle private eigenaren te worden gedupeerd. Want ondanks een afbouwregeling is er sprake van een substantiële bezuiniging van vijfentwintig miljoen euro. Tien miljoen daarvan wordt gereserveerd voor de Eusebiuskerk, de Domtoren en monumenten in het aardbevingsgebied in Groningen. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost, integendeel.
In 2018 zal het hele stelsel van subsidie en premies, zoals men dat in Vlaanderen zo mooi noemt, worden geëvalueerd. Dat is prima, want dan kunnen we ons hopelijk ook baseren op meer recente onderzoeken. Dat er geld nodig blijft voor onderhoud is een gegeven. Dat er meer geld nodig is voor grote restauraties en herbestemmingen is ook evident.
Wat voor mij als een paal boven water staat is dat het Rijk niet zonder meer instandhoudingsbijdragen kan schrappen. De geleverde motivatie is dun, hapsnap en soms gewoonweg krom. En dat terwijl er juist een instandhoudingsplicht is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet! De erfgoedzorg in Nederland is gebaseerd op een evenwicht tussen particuliere investeringen en een beperkte overheidsbijdrage. Dat de overheid zich nu eenzijdig afwendt van de particuliere eigenaar, is onverkoopbaar. Het kabinet miskent daarmee de waarde en de passie die zij pretendeert te hebben voor onze gebouwde monumenten.
Deze column verscheen eerder in het tijdschrift Herenhuis.

