Monumenten uit de steentijd

Harrie Wolters, directeur Hunebedcentrum

Grote, strategisch op elkaar gestapelde keien vormen een uniek beeld in het Drentse landschap. Het zijn archeologische monumenten van duizenden jaren geleden, uit de tijd van dat onze allereerste voorouders het jager-verzamelaar leven achter zich lieten en op een plek begonnen te vestigen. Om hun voorouders tevreden te houden bouwden ze hunebedden: kamers van op elkaar gestapelde stenen waar offers werden gedaan en overledenen werden begraven. Het Hunebedcentrum in Drenthe zet zich in voor het behoud en educatie van deze mysterieuze monumenten. Harrie Wolters, directeur van het centrum, vertelt over de hunebedden en de organisatie.

Hunebedden zijn niet uitsluitend grafmonumenten. Dat wil Harrie allereerst duidelijk maken. “Het is namelijk veel meer dan dat. Er werden ook wel mensen in begraven, maar het was echt een monument gebouwd voor de voorouders. Men kwam daar samen, er werd gevierd, geofferd en er vonden rituelen plaats rondom de hunebedden.”

De hunebedden stammen uit een periode van ongeveer 5000 jaar geleden, uit de tijd van de trechterbekercultuur. Dit volk, de hunebedbouwers, reisde van zuidoost Turkije naar het een groot gebied in noordwest Europa, waar ze hunebedden bouwden in Denemarken, Zweden Duitsland, Nederland en Polen. “Het was een vrij groot gebied waar de hunebedbouwers terechtkwamen. Toentertijd waren er misschien wel 35.000 hunebedden verspreid over deze landen. Nu is daar nog maar 10% van over, waarvan het overgrote deel in Denemarken staat. Hier in Drenthe hebben we nog 52 hunebedden.”

Hoog en droog

Dat er zoveel hunebedden in Drenthe zijn, komt grotendeels door het landschap. “We zitten hier in het Hondsruggebied, een hooggelegen gebied wat van Groningen tot Coevorden loopt,” legt Harrie uit. Dit gebied ontstond in de ijstijd en heeft aan de oppervlakte een grote keileem laag. Uit die laag kwamen de keien tevoorschijn die werden gebruikt voor de bouw van de hunebedden. “Daarnaast waren de gebieden links en rechts van de Hondsrug erg moerasachtig, waardoor er geen ideale leefomstandigheden waren. Maar de Hondsrug was hoog en droog, je kon er landbouw bedrijven, aan de randen was er water en er was ruimte voor vee en wild, dus de bewoners konden ook jagen.”

De landschapssamenstelling van de Hondsrug zorgde ervoor dat het gebied dit jaar werd benoemd tot UNESCO Global Geopark. “Wereldwijd zijn er honderd van dit soort Global Geoparks, die allemaal een unieke geologische structuur hebben. De Hondsrug is uniek doordat het geologische verhaal uit de ijstijd samenkomt met hoe de mens hier heeft geleefd en het landschap heeft ingericht.”

Monumenten beschermen

Het Hunebedcentrum belicht deze mensen en hun archeologische monumenten, met als doel de hunebedden te beschermen en onder de aandacht te brengen bij het grote publiek. “Dit doen wij in het museum wat we hebben, maar ook door samen te werken met verschillende organisaties als Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap. Verder verzorgen we landelijk het onderwijs over de prehistorie en hunebedden.”

Naast de provinciale en landelijke taken is het Hunebedcentrum ook internationaal actief, voornamelijk in andere gebieden waar hunebedden liggen. Er worden gezamenlijke projecten gedaan en er is veel kennisuitwisseling tussen de landen. “Het Hunebedcentrum is veel meer dan alleen een museum,” benadrukt Harrie. “Het is echt bedoeld om de archeologische monumenten, waaronder hunebedden, grafheuvels, Celtic Fields en karrensporen te beschermen, onder de aandacht te brengen bij het grote publiek, zowel nationaal als internationaal. We proberen mensen bewust te maken dat het unieke onderdelen zijn in het landschap van Drenthe.”

Breder verhaal

Met de UNESCO nominatie van de Hondsrug, kijkt het Hunebedcentrum ook naar het eigen verhaal over de hunebedden. “De grootste concentratie hunebedden ligt niet per toeval in het Hondsruggebied, dat moet een relatie hebben. We gaan het verhaal in het museum nu langzamerhand wat breder invullen met de samenhang tussen het landschap, de archeologie, geologie en natuur.”

De nieuwe insteek van het Hunebedcentrum hoort bij grotere plannen voor een vernieuwd centrum, dat samen met het Drentse Landschap en het UNESCO Geopark het brede verhaal over de Hondsrug en hunebedden vertelt. Het is voor de kleine organisatie van het Hunebedcentrum namelijk lastig om alles zelfstandig overeind te houden. “We willen met dit vernieuwde centrum uiteraard meer bezoekers trekken, maar het biedt ons ook weer perspectief op de toekomst. Het is noodzakelijk dat het Hunebedcentrum blijft doorgroeien, en we zijn samen met het team en alle vrijwilligers altijd op zoek naar creatieve manieren om dit te kunnen.”