Huis Doorn blijft definitief open voor het publiek. Na de korting die de Rijksoverheid met ingang van 1 januari 2013 doorvoerde op het subsidiebudget was de vrees dat het Huis – van 1920-1941 woonplaats van de laatste Duitse keizer Wilhelm II – zijn deuren voor het publiek moest sluiten. Inmiddels is een reorganisatie doorgevoerd. Veel vrijwilligers (plm. 150) zullen de rol van de vaste krachten overnemen die ten gevolge van de bezuinigingen ontslagen moesten worden. Hierdoor kan Huis Doorn voor het publiek open blijven; vanaf 19 mei (Pinksterweekend) is het museum, zoals in voorgaande jaren, weer zes dagen per week geopend.
Het is voor Huis Doorn absoluut noodzakelijk dat het bezoekersaantal (nu 25.000 per jaar) omhoog gaat, omdat daarmee inkomsten worden verkregen. Om dat te bereiken wil Huis Doorn zich presenteren als plaats van herinnering voor de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Daarmee wordt dus niet alleen de openstelling voortgezet, maar wordt ook een functie toegevoegd: Plaats van herinnering aan de Eerste Wereldoorlog.
Als plaats van herinnering zal Huis Doorn een platform bieden voor discussie over Europese waarden die uit de Eerste Wereldoorlog zijn voortgekomen, zoals tolerantie, vrijheid, democratie en mensenrechten. De betekenis van Huis Doorn wordt zo uitgebreid met een nieuwe, meer actuele functie. Daarmee is de maatschappelijke verankering van Huis Doorn en dus ook zijn toekomst als museum gediend.
Persbericht Huis Doorn

