Onderzoek toont effectiviteit archeologische monumentenzorg

CC BY-SA
Prehistorische grafheuvel in Garderen. Foto Jcb

Een derde van de behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in Nederland wordt niet opgegraven, maar daadwerkelijk in de bodem behouden. Dat concluderen onderzoekers van RAAP Archeologisch Adviesbureau in hun rapport Archeologie voor de Toekomst. Een kwantitatieve analyse van het behoud van archeologische waarden (2007-2011). Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Een belangrijke pijler van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 werd ingesteld, is een betere zorg voor het archeologisch erfgoed, bij voorkeur door behoud in de bodem. Daar blijven archeologische resten namelijk het beste bewaard. Bij de evaluatie van de wet in 2011 stelde de toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra in een brief aan de Tweede Kamer dat het ontbrak aan kwantitatieve gegevens over dit behoud in de bodem. De Rijksdienst gaf daarom RAAP Archeologisch Adviesbureau opdracht hierin te voorzien door het uitvoeren van een onderzoek. Vertegenwoordigers van het archeologische veld begeleidden het onderzoek.

Hoofdvraag van het onderzoek was: ‘Hoeveel archeologische vindplaatsen zijn daadwerkelijk in de bodem behouden?’ De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is daarom in één percentage uit te drukken: 31,9%. Een op de drie behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in Nederland wordt dus in de bodem bewaard. De andere twee worden behouden door ze op te graven of te onderzoeken.

De onderzoekers van RAAP komen tot deze conclusie op grond van een analyse van ruim 6000 onderzoeksrapporten uit de periode van 1 september 2007 (de inwerkingtreding van de Wamz) tot 1 mei 2011, het jaar van de eerste evaluatie van deze nieuwe wet. RAAP heeft in de rapportage van het onderzoek ook inzichtelijk gemaakt welke factoren van invloed zijn op de keuze voor opgraven of in de bodem behouden. Tussen 2007 en 2012 lijkt bovendien een lichte opwaartse trend zichtbaar naar meer behoud: 20% (2007), 28,6% (2008), 24,4% (2009), 36,3% (2010), 36,7% (2011) en 31,3% (2012).

De data uit het onderzoek vormen een onderdeel van de Erfgoedmonitor en worden meegenomen in de komende Erfgoedbalans van de Rijksdienst. Het percentage van 31,9% behoud in de bodem is een nulmeting. Bij het uitgangspunt ‘voldoende behoud, bij voorkeur in de bodem’ is de uitkomst van het onderzoek een reflectie van een tot dusverre effectieve archeologische monumentenzorg. Het is nu aan het archeologisch veld en bestuurders om mede op basis van deze gegevens de koers voor de komende jaren uit te zetten.

Persbericht RAAP Archeologisch Adviesbureau