Van wie is zo’n scheepwrak eigenlijk?

Afgelopen week was er sprake van een spectaculaire scheepsvondst voor de kust van Trinidad en Tobago. Er zou mogelijk het scheepswrak gevond van een 17e eeuws Nederlands schip. In eerste instantie zou het volgens de berichten gaan om een VOC schip dat voor de kust was gezonken, later zou het met grote waarschijnlijkheid gaan om het admiraliteitsschip Huis te Kruiningen. Dat schip zou daar bij een zeeslag op 1 maart 1677 gezonken zijn.

Er zijn bijzondere vondsten gemeld, waaronder grote kanonnen, aardewerk en bakstenen die precies lijken op bakstenen die in die tijd in Leiden gemaakt werden. Aan de hand van de afmetingen van de kanonnen, concluderen de onderzoekers van de Universiteit van Connecticut, dat het moet gaan om dit grote admiraliteitsschip.

Maar van wie zijn die vondsten en het schip eigenlijk? Stel dat er nog hele bijzondere vondsten uit het schip komen. Kan Trinidad zich het schip dan toe-eigenen omdat het in hun wateren ligt? Is de Nederlandse staat gemachtigd om het schip op te eisen? De Erfgoedstem sprak met Andrea Otte van het Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze dienst is namens de minister van OCW verantwoordelijk voor het beheer van Nederlandse scheepswrakken in het buitenland.

Van wie is dat schip eigenlijk?
“Als het een VOC schip is, claimt de Nederlandse staat de eigendomsrechten. Die heeft na het faillissement van de VOC alle boedel overgenomen, dus ook de scheepswrakken en -ladingen. Als het een admiraliteitsschip (dus oorlogsschip) is, dan is het militair eigendom. De Admiraliteiten zijn namelijk de voorlopers van de Koninklijke Marine. Het schip is volgens internationaal recht dan soeverein gebied, dus niet van het land in wiens wateren het ligt.”

Wat als Trinidad het schip zou opeisen?

“. In principe proberen we altijd afspraken te maken met het betrokken land over de eigendomsrechten. De vondsten in het schip behoren aan Nederland toe, maar worden niet per se naar Nederland gehaald. Het gaat ons er niet om dat wij die spullen krijgen, het gaat erom dat ze goed geconserveerd en onderzocht worden en dat die kennis dan gedeeld wordt.
Met Australië bijvoorbeeld hebben we een verdrag gesloten waarin staat dat eventuele Nederlandse schepen in hun wateren automatisch onder beheer vallen van de Australische overheid. We proberen er dus altijd gezamenlijk uit te komen. Tot nu toe is dat goed gegaan.”

Hoe weten jullie zo zeker dat het om een admiraliteitsschip gaat?

“Dat weten we dus niet zeker. Er is daar een zeeslag tussen de Nederlanders en de Fransen geweest, dat is zeker. Er moeten verschillende schepen gezonken zijn, maar we weten niet of het hier ook echt om het Huis te Kruiningen gaat. Er zijn verder maar weinig historische bronnen over de zeeslag dus alles wat we willen weten moet uit die schepen komen. Totdat we zekerheid hebben over de resultaten van het onderzoek, wordt het dus gissen waar het eigenlijk over gaat.
De contacten met de onderzoekers en de Tobago Museum Trust zijn er.”

C.S.

The following two tabs change content below.

Caspar Steinebach

Caspar Steinebach (Leiden, 1984) woont in Utrecht. Hij studeerde journalistiek in Zwolle en archeologie in Amsterdam. Sinds 2013 is hij redacteur archeologie bij de Erfgoedstem. Voor TGV Teksten en Presentaties in Leiden deed hij onderzoek naar de beeldvorming van Nederlandse archeologie in de media. In 2014 richtte hij, CultureRoad op, dat zich bezig houdt met culturele producties.