Sloop dreigt voor steenfabriek Enzelens (Groningen)

Steenfabriek Enzelens, Loppersum Beeld: Erfgoedvereniging Heemschut

De voormalige steenfabriek Enzelens in Garrelsweer (Groningen) dreigt gesloopt te worden. Erfgoedvereniging Heemschut roept de gemeente Loppersum op om de sloopmelding niet direct te accepteren en te bezien of delen van de fabriek niet behouden kunnen blijven.

De steenfabriek Enzelens is rond 1868 gesticht door de toenmalig burgemeester P.W. Tichelaar en is in 1969 gesloten. De steenfabriek is historisch interessant vanwege de aanwezigheid van een aantal uit 1889 daterende gave droogloodsen bij de fabriek.

Droogloodsen uniek voor Groninger baksteenindustrie

Door het hoge ijzergehalte en fijnkorrelige structuur van de vette knikkerklei moesten de geproduceerde drainneerbuizen langzaam drogen, voordat ze gebakken konden worden. Om dit langzame drogen te kunnen regelen werd de luchtstoom gereguleerd door middel van draaibare luiken. Deze manier van drogen is een zeer karakteristiek element van de Groninger baksteenindustrie.

De Groninger baksteen- en grof-keramiekindustrie was ooit een zeer florerende bedrijfstak in de provincie. De droogloods is nu nog de enige droogloods van de in totaal 59 fabrieken die ooit in de provincie stonden.

Ook de ligging aan het Damsterdiep is ook zeer kenmerkend voor deze fabriek. Deze waterweg diende als transportverbinding voor de aanvoer van turf uit de veenkoloniën. In hoogtijdagen stonden aan het Damsterdiep 13 steenfabrieken.

Enige gave Groningse droogloods

De resterende droogloods is de enige uiterlijk nog gave Groningse droogloods in de hele provincie. Het verdwijnen ervan zou een groot verlies zijn voor het cultureel erfgoed in de provincie, en zou daarom voor het nageslacht bewaard moeten blijven.

Heemschut en anderen betreuren het dat het complex, of delen ervan, niet terecht is gekomen op de lijst met karakteristiek panden, ondanks dat ten tijde van het opstellen van de lijst onderkend werd dat het “complex van de steenfabriek Enzelens van hoge cultuurhistorische waarde” was.