Vrijwilliger aan het woord: Yttje Knol

Yttje Knot in de ArcheoHotspot Foto: AWN

Onze tandarts in mijn jeugd was amateurarcheoloog. lk herinner me nog dat hij een door mijn broer in Friesland gevonden vuistbijl graag toegevoegd zag aan zijn verzameling. De gedachte dat er duizenden jaar geleden langs de Tjonger vanuit tijdelijke nederzettingen gejaagd werd op onder andere grote herten, in een heel ander landschap dan nu, maakte grote indruk op mij. Mijn nieuwsgierigheid naar het verleden ontwikkelde zich door vakanties in Engeland, Griekenland en Italië. In de loop van de jaren groeide ook de wens om meer aan de weet te komen over archeologie in Nederland.

Wonen in Utrecht helpt daar goed bij. Ik werd gids in de middeleeuwse Pieterskerk en kreeg door mijn groeiende kennis over deze kapittelkerk meer greep op gewoonten en gebruiken uit de geschiedenis. Losse informatie kreeg structuur, verbanden werden zichtbaar. Ook de aanwezigheid van de Romeinen in onze stad sprak zeer tot mijn verbeelding. lk had daar tot dan toe of en toe iets mee gedaan: erover lezen, cursussen en lezingen volgen. Nadat ik gestopt was met (betaald) werken in onder andere de gezondheidszorg, kwam er ruimte om mijn interesse handen en voeten te geven. De aankondiging in het najaar van 2015 dat er in het Universiteitsmuseum in Utrecht een ArcheoHotspot zou komen, kwam als geroepen! De eerste informatiebijeenkomst was een schot in de roos. Tot mijn plezier zag ik een bevlogen clubje met een prachtig plan en een duidelijk verhaal over de opzet en bedoeling. lk werd heel enthousiast van die opzet: het directe contact met vondsten uit de omgeving en het uitoefenen van een publieksfunctie sprak me aan.

Persoonlijke verhalen
Mijn verwachtingen over het project zijn helemaal uitgekomen! Vanaf februari 2016 hebben we een grote diversiteit aan aardewerk onder handen gehad. De middagen verliepen altijd heel prettig, mede dankzij de collega-vrijwilligers, de steeds aanwezige kennisdragers van aardewerk en ‘last but not least’ de belangstelling en inzet van de bezoekers, onder wie veel kinderen. Nooit geweten dat aardewerk zo interessant is. De diversiteit en het leren herkennen van functie, soort baksel en wijze van productie vind ik een echte ‘sport’, mede dankzij de stimulerende begeleiders en hun adviezen over literatuur. Wat betreft de publieksfunctie geniet ik vooral van de kinderen: ze zijn open en nieuwsgierig, sterk in het ontdekken van passende stukken aardewerk. Puzzelen vinden ze leuk en zij hebben interesse in de context: waar is het materiaal gevonden, hoe werd het gemaakt, hoe zagen ovens er uit, waar werd het aardewerk voor gebruikt, hoe oud is het? Als dat ook nog leidt tot een echte ontdekking, een bij elkaar passende rand, wand en bodem van een pot, is het helemaal feest. Mooie momenten zijn dat, net als de persoonlijke verhalen van bezoekers en de soms door hen meegebrachte eigen vondsten. Hoogtepunten waren voor mij de vitrine vol prachtig aardewerk van de opgraving ‘Leeuwestein’, verworven inzicht in de werkwijze van middeleeuwse pottenbakkers door de opgraving ‘Schermerhornstraat’ en het in handen hebben van zó veel prachtig Romeins aardewerk. lk word helemaal warm en trots als ik een mooi stuk terra sigillata vast heb.

Opgaan in de Romeinse tijd
Dit alles heeft ertoe geleid dat ik een basiscursus archeologie heb gevolgd en lid ben geworden van de AWN-afdeling Utrecht. Momenteel ben ik betrokken bij een werkgroep die onderzoek verricht naar inheems-Romeins aardewerk in het Kromme Rijngebied. Het deelnemen aan de ArcheoHotspot heeft voor mij dus geweldig uitgepakt en het eind is nog lang niet in zicht! Toen ik onlangs in onze huisvesting in het Castellum Hoge Woerd weer eens Romeins aardewerk onderhanden kreeg, voelde ik me helemaal opgaan in de tijd van het castellum en de Romeinen. Wat een fantastisch gevoel!