De overstap van vervuilende energiebronnen als kolen en olie naar de schone energievorm van windkracht heeft tot gevolg dat overal in het land en de aanpalende zee hoge windmolens verrijzen. De verschijning van (rijen van) deze slanke torens zorgt voor gemengde gevoelens. De een ziet er wel een zekere schoonheid in, terwijl een ander van afschuw zijn hoofd afwendt.
Vervelend wordt voor menigeen de situatie als de molens gepland zijn langs een mooi stuk natuur, in een pittoresk landschap of in de onmiddellijke nabijheid van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Vele burgers zullen zich storen aan de uitbreiding van het mooie oude stadssilhouet met een aantal moderne molenwieken. Aangezien een beschermd stads- of dorpsgezicht zo’n beetje de heilige graal van het gebouwde erfgoed is, komen al snel diverse al dan niet in allerijl opgerichte comités en verenigingen in het geweer tegen deze visuele aantasting.
De aanleg van windmolens (of torenflats, hoge zendmasten en schoorstenen etc.) in een beschermd gezicht is bijkans onmogelijk en kan makkelijk gedwarsboomd worden. Voor dergelijke projecten is vrijwel altijd een afwijking van een bestemmingsplan nodig en de ontwikkelaar in kwestie moet wel zeer overtuigende redenen hebben om zijn plannen door te drukken.
Anders liggen de kaarten als deze bouwsels net buiten het beschermde gezicht worden aangelegd. In een aantal uitspraken heeft de Raad van State zich namelijk onverbiddelijk opgesteld: de regelgeving van het beschermde stads- of dorpsgezicht strekt zich uit tot de grenzen van het beschermde gezicht (aangeven in het bestemmingsplan). Wat daarbuiten gebeurt, is geen zaak van het beschermde gezicht. Wel dient een mogelijke invloed op het beschermde gezicht meegenomen te worden in de afweging van het ruimtelijke plan, dat de cultuurhistorische waarden zo zou kunnen benadelen. Dan is deze “horizonvervuiling” echter één van vele belangen geworden (zoals veiligheid, kosten, milieu, verkeer, natuur etc.) waar een gemeentebestuur rekening mee moet houden en kan hieraan geen speciale en dominante betekenis (meer) worden gegeven. Het windmolenpark op enige afstand van het beschermde gezicht moet dan ook een zeer storende, bijna vernietigende invloed hebben op de cultuurhistorische waarden van het beschermde stads- en dorpsgezicht om te worden afgekeurd. De trapgeveltjes zouden bij wijze van spreken moeten klappertanden onder al dat visuele geweld. In de praktijk komt een dergelijk desastreuze uitwerking nauwelijks voor. Pogingen om projecten buiten het beschermde stads- en dorpsgezicht te voorkomen op grond van nadelige visuele invloed zijn dan ook bijna zonder uitzondering kansloos.
Johan Teters
Laatste berichten van Johan Teters (toon alles)
- Twee deskundigen, twee meningen - 4 september 2017
- Onbestraft verwaarlozen en vernielen - 6 juni 2017
- Landschappen als beschermd dorpsgezicht? - 20 april 2017

