Uit het rapport Molentoekomst: Monumentale waarden

De monumentale waarden van molens is het laatste thema uit deze reeks korte artikelen naar aanleiding van het rapport Molentoekomst van De Hollandsche Molen.

Aparte status molens
Lange tijd hadden molens een soort status aparte binnen het monumentenbehoud. Tot het begin van deze eeuw werden ze namelijk primair gezien als werktuig, er werd veel minder naar hun monumentale waarden gekeken. Dat is niet zo vreemd, want ze werden nog altijd gebruikt als maalwerktuig. Bij restauratie stond het weer laten malen van de molen dus voorop.

Behouden als werktuig of als monument?
Moeten molens altijd malen? Dat vroeg Jos Bazelmans van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zich in 2007 af in zijn gelijknamige lezing op een RCE-congres ter gelegenheid van het Jaar van de Molens. Dit was het startsein voor een intensieve en principiële discussie over de uitgangspunten van het molenbehoud. Bazelmans vergeleek de algemene restauratiepraktijk met die van molens, en kwam tot de conclusie dat restauratie bij molens anders verliep dan bij andere monumenten. Hij vroeg meer aandacht voor de monumentale waarden.

Bazelmans’ inbreng leidde tot het visiedocument van De Hollandsche Molen (2009) en de molennota van de RCE (2011), waarmee een begin is gemaakt met een herziening van het molenbeleid. Daarna werd op de Themadag Restauratiepraktijk Molens in 2014 gekeken naar de praktijk van het omgaan met monumentale waarden. Opvallend was de positieve wijze waarop mensen uit het veld daarmee willen omgaan. Het draagvlak voor dit onderwerp bleek groot te zijn.

‘Ken je molen’
In de discussie over hoe we beter en professioneler met monumentale waarden omgaan is vanuit De Hollandsche Molen de vraag gesteld of we molens niet veel systematischer moeten inventariseren. Kennis van monumentale waarden is namelijk nodig om verantwoorde beslissingen te nemen over het omgaan met onze molens. De inventarisatie zou dan bij voorkeur moeten gebeuren door moleneigenaren en molenaars in een vorm van crowdsourcing. Ten eerste omdat daar de kennis van de molen aanwezig is, en ten tweede zodat de bewustwording van specifieke waarden bij de molens in het veld toeneemt. Eerst wordt nu onderzocht of die noodzaak er daadwerkelijk is en of deze ook door het veld gedragen wordt. Mogelijk wordt daarna een pilot ‘Ken je molen’ opgezet in samenwerking met het Groninger Molenhuis.