In Nederland staan honderden gebouwen leeg die hun oorspronkelijke functie in de loop der jaren verloren hebben. Er zijn genoeg ‘bevlogen gekken’ die potentie zien in een vervallen watertoren of een verwaarloosde loods en die deze graag nieuw leven zouden willen inblazen. Echter, zonder hulp van een actieve gemeente aan deze pioniers blijft de toekomst van deze gebouwen ongewis.
Dit is de conclusie van mijn onderzoek naar de herbestemming van gebouwd erfgoed door burgers en de inzet van gemeentelijke overheden hierbij. In dit onderzoek zijn herbestemmingsprojecten in het Deventer Havenkwartier vergeleken met herbestemmingsprojecten in de binnenstad van Doetinchem. Vanwege de succesvolle samenwerking tussen burger en overheid ziet de gemeente Doetinchem het Deventer Havenkwartier als voorbeeld. In beide gemeenten wordt de burger een belangrijke rol toegedicht, maar deze rollen zijn wel verschillend.
Doetinchem beschikt, in tegenstelling tot Deventer, over weinig monumentale gebouwen in de binnenstad. Bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, in combinatie met grootschalige stadsvernieuwing in de daaropvolgende jaren, hebben hiervoor gezorgd. Sinds het afgelopen decennium is deze lokale overheid steeds meer overtuigd geraakt het nog resterende erfgoed te behouden. Momenteel is de aandacht gericht op de binnenstad. Voor dit onderzoek zijn vier losstaande herbestemmingsprojecten binnen dit gebied onderzocht, waarvan sommige al enkele decennia geleden zijn gestart.
In beleidsnotities van gemeente Doetinchem wordt de burger een actieve rol toegedicht bij de bescherming en het behoud van erfgoed. “Er zal een appèl moeten worden gedaan op de persoonlijke inzet van Doetinchemmers zodat de zorg voor het erfgoed iets vanzelfsprekends wordt”. Immers, zo wordt gesteld, “investeren in cultuurhistorie zal zich uiteindelijk dubbel en dwars terugbetalen als kwaliteitsimpuls, als schatkist van onze herinneringen en samengevat ten slotte, als de zo noodzakelijke maatschappelijke baten” (Gemeente Doetinchem, 2010, p. 1).
Uit het onderzoek blijkt echter dat in Doetinchem actieve en betrokken burgers over een uitzonderlijk lange adem en een dikke portemonnee moeten beschikken om zonder gemeentelijke ondersteuning een herbestemming van de grond te krijgen. Moeilijkheden waar deze burgers o.a. tegenaan lopen zijn het financieren van de kostbare verplichte onderzoeken voor wijziging van het bestemmingsplan of het moeten zoeken naar subsidiemogelijkheden, óók met een monumentenstatus.
Van een afwachtende gemeentelijke overheid is in het Deventer Havenkwartier geen sprake. Het Havenkwartier – ten zuidoosten van de binnenstad – is een voormalig industriegebied met verschillende loodsen en twee kenmerkende hoge silo’s. In de jaren ’90 heeft de gemeente hier vastgoed gekocht ten behoeve van nieuwbouw. Dit plan is uiteindelijk gestrand. Na structurele leegstand heeft het gebied vanaf eind jaren ’00 een impuls gekregen door de vestiging van kunstenaars, creatieve bedrijfjes en culturele organisaties, die geselecteerd werden door de gemeente. Omdat de gemeente eigenaar bleef kon de huurprijs laag blijven.
Om het gebied na afloop van de vijfjarige huurperiode structureel tot ontwikkeling te brengen werd gekozen voor het zogenaamde Vlaams Model: organische gebiedsontwikkeling, drijvend op initiatieven van ondernemers en particulieren, onvoorspelbaar en zonder een vooraf tot in detail uitgewerkt plan, maar wel gebaseerd op enkele uitgangspunten. De rol van de overheid is hierin ondersteunend/faciliterend.
De uitgangssituaties in Deventer en Doetinchem verschilden sterk, en ook tussen de Doetinchemse gebouwen onderling was verschil op te merken. Zo was de gemeente soms wél of juist geen eigenaar van het vastgoed en waren enkele projecten al gestart toen de publieke belangstelling voor erfgoed minder was. Toch konden algemene aanbevelingen voor gemeentelijke overheden worden geformuleerd. De belangrijkste zijn:
- Een flexibel bestemmingsplan of het faciliteren van een bestemmingsplanwijziging;
- Het opstellen van een gebiedsvisie en hiermee proberen aan te sluiten bij provinciaal beleid inzake herontwikkeling van erfgoed, dit met het oog op het verkrijgen van provinciale subsidie;
- Het toekennen van een beschermde status om sloop of aantasting van de historische waarde te voorkomen en zo mogelijk financieel ondersteunen;
- Potentiële initiatiefnemers gericht benaderen en uitnodigen ideeën te leveren voor herontwikkeling;
- Een open communicatie met de participerende burger;
- Een coördinerend aanspreekpunt bij de gemeente voor (potentiële) initiatiefnemers;
- Denk ook aan gebieden met minder voor de hand liggende erfgoedobjecten.
De scriptie kan hier in zijn geheel worden gelezen.
Master thesis Urban Geography (R.C. Alferink)
Bron
Gemeente Doetinchem (2010). Aanvulling Structuurvisie “Doetinchem: Cultuurhistorierijk!”. Doetinchem: Gemeente Doetinchem

