Er zullen maar weinig mensen zijn, die beweren dat een interieur niet van invloed is op de beleving van een monument. Een ridderzaal in een fraai kasteel met harnassen tegen de muur, hellebaarden aan de wand en in het midden een fraaie eikenhouten tafel met statige zetels maakt toch meer indruk dan dezelfde zaal gevuld met verhuisdozen. Toch kunnen vrij kale, onafgewerkte interieurs van een hoge schoonheid zijn. Wie weleens de Grote Kerk van Goes heeft bezocht, weet wat ik bedoel.
De mogelijkheden onder de (op zijn laatste benen lopende) Monumentenwet interieurs te beschermen zijn zeer beperkt. Er geldt namelijk het aard- en nagelvastprincipe: als het onderdeel (de klok, de stoel, het wandtapijt) niet fysiek verbonden is met het monument, dan valt het niet onder de Monumentenwet. Daarbij moet ook duidelijk sprake zijn van een onderdeel van een monument zonder welke het monument als incompleet moet worden beschouwd. Schouwen, deuren, plafondschilderingen worden dus wel beschermd, maar de eerder genoemde hellebaarden, zetels, harnassen en tafel (vrijwel) nooit. De regelgeving is wel een beetje grillig, want bij het interieur van kerken vallen doopvonten, preekstoelen en kerkbanken vaak wel onder de Monumentenwet. En dan is er natuurlijk een grijs tussengebied: wat te denken van wandtapijten en kroonluchters?
De bescherming van interieurs wordt in de Monumentenwet en diens voorganger stiefmoederlijk behandeld. Daar is alle reden voor: men moet zich maar indenken hoe ‘fijn’ het is te leven in een huis, waar aan het verhangen van een schilderij of het verschuiven van een tafel een vergunningsprocedure van een half jaar is gekoppeld. Aan de andere kant: de belevingswaarde en het belang van een monument schuilt vaak niet alleen in de bouwkundige massa.
In de nieuwe Erfgoedwet is daarom een kleine stap gezet naar een omvattender bescherming van interieurs. In deze wet is de mogelijkheid geschapen om monumenten en bijbehorende roerende zaken (dus ook interieurs) samen aan te wijzen als ensemble. De maatregel is echter louter administratief van aard: monument en roerende zaken worden samen bijgeschreven in het rijksmonumentenregister. De plicht om de boel bij elkaar te houden is er niet. De eigenaar mag desgewenst zijn fraaie inboedel veranderen, dan wel aan Jan en Alleman verkopen (aan verkoop kunnen echter bij uitzonderlijk belangrijke objecten ook voorwaarden worden gesteld). Maar zo hoopt de regering in ieder geval wel kennis en begrip bij eigenaren, gemeente en het grote publiek te kweken voor het belang van interieurs voor monumenten.
Johan Teters
Laatste berichten van Johan Teters (toon alles)
- Twee deskundigen, twee meningen - 4 september 2017
- Onbestraft verwaarlozen en vernielen - 6 juni 2017
- Landschappen als beschermd dorpsgezicht? - 20 april 2017

