Boerderij, Diepenheim (niet de boerderij in het stuk) Foto: Johan Teters

Eens afgewezen, altijd afgewezen?

“Eens afgewezen, altijd afgewezen!”: zo dacht waarschijnlijk de eigenaar van een sjofele keuterboerderij. In 2003 was zijn huis door experts beoordeeld voor plaatsing op de monumentenlijst en kreeg toen het predicaat “beeldondersteunend”: meer zat er niet in voor deze niet al te opvallende boerenwoning uit 1923 in een niet al te opvallende straat in Maarsbergen. De boze droom van plaatsing op de Monumentenlijst ging voorbij en de eigenaar zat al te denken om het in bouwkundig matige staat verkerende pandje tegen de vlakte te laten werpen.

Zes jaar later een nare verrassing: een brief op de deurmat, waarin de gemeente aangeeft dat de keuterboerderij van groot cultuurhistorisch belang is. De armeluiswoning is een zeldzaam voorbeeld van de agrarische geschiedenis in het gebied, van belang wegens de stedenbouwkundige ligging en bovendien van architectonische waarde vanwege de gaafheid en detaillering. En dat de gemeente het voornemen heeft dit juweeltje aan te wijzen als gemeentelijk monument. De eigenaar is, niet verrassend, danig in zijn wiek geschoten en vecht het besluit tot aanwijzing aan tot bij de Raad van State. Hij betoogt dat hij onbegrijpelijk vindt dat iets van weinig waarde zes jaar later een toppertje blijkt te zijn. Bovendien heeft ie zijn pand al een paar jaar laten verkommeren omdat ie sloopplannen heeft, m.a.w. het pand is in veel mindere staat dan in 2003. De Raad van State wikt en weegt en komt tot de conclusie dat er niets mis is met het besluit van de gemeente, en zo heeft de gemeente er definitief een gemeentelijk monument bij.

Bovenstaande is een goed voorbeeld van wat meer huizenbezitters is overkomen: de herwaardering van een pand met twijfelachtige cultuurhistorische kwaliteiten tot trots monument. Soms ligt dat aan nieuwe informatie (bv. de vondst van een middeleeuws balkenplafond), die een gebouw dramatisch laat stijgen in cultuurhistorische waarde. In andere gevallen, zoals in het Maarsbergse geval, is echter geen spannende nieuwe ontdekking gedaan, maar is de blik op het pand zelf veranderd. In dat geval is de rechter duidelijk. Afwijzingen uit het (nabije) verleden zijn geen garantie dat het gebouw alsnog later niet tot monument wordt uitverkoren.

Maar let wel: er moet wel sprake zijn van een goed en nieuw verhaal als een dergelijk pand weer voorgedragen wordt tot monument. In het bovenstaande voorbeeld was kennelijk sprake van herwaardering van kleinschalige landbouw als drager van geschiedenis en was men voorts tot de conclusie gekomen dat keuterboerderijtjes zeldzaam waren geworden: voor de rechter blijkbaar overtuigend genoeg. Anders wordt het als het pand weer in procedure wordt gebracht met als reden dat bijvoorbeeld bij nader inzien het gebouw toch wat gaver en ouder is dan gedacht of dat die fraaie erker toevallig niet bij de vorige beoordeling is betrokken. In dat geval zullen rechter en tegenpartij waarschijnlijk opmerken, waarom de “deskundige” gemeente dit niet eerder is opgevallen. Dan wordt de procedure tot aanwijzing op zijn minst een langlopende zaak, waarbij gemeente en tegenpartij elkaar met contra-expertises bestoken en waarvan de uiteindelijke uitkomst ongewis is.

Het omgekeerde geval, een aangewezen monument dat op een later tijdstip weer van de monumentenlijst wordt afgevoerd, komt slechts sporadisch voor. Dit gebeurt vrijwel alleen als een gebouw danig door brand of nagelaten onderhoud is vervallen en/of een zodanige sta-in-de-weg is geworden dat men het pand geheel of gedeeltelijk wil slopen. Dat men een gebouw vanwege een andere blik op geschiedenis en architectuur een monumentenstatus ontneemt, is zelfs hoogst uitzonderlijk. Dat is op zich soms jammer, want in de grote aanwijzingsprocedures van de afgelopen decennia is er in Nederland een onbekend aantal panden ten onrechte met het predicaat monument bekroond. Het opschonen van het monumentenbestand leidt dan tot vermindering van lasten voor de eigenaar(s) van het monument en bovendien tot een beter focus op cultuurhistorische waarden, die echt het beschermen waard zijn.

The following two tabs change content below.

Johan Teters

Johan Teters is planoloog, milieukundige en historisch geograaf. Hij heeft als erfgoeddeskundige gewerkt bij diverse gemeenten, de provincie Noord-Brabant en bij de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Hij werkt nu freelance en heeft zich gespecialiseerd in erfgoedrecht en erfgoed in de ruimtelijke ordening. Daarnaast publiceert hij met enige regelmaat over historische geografie, monumentenzorg en erfgoedrecht.

Laatste berichten van Johan Teters (toon alles)