Terugkeer van het ministerie van Ruimtelijke Ordening – een goed idee?

Vinex-Wijk Amersfoort-Vathorst. Vinex wijken zijn de laatste woonwijken die centraal uit de grond zijn gestampt. Tussen 1995 en 2005 werden 680.000 woningen gebouwd.
Vinex-Wijk Amersfoort-Vathorst. Vinex wijken zijn de laatste woonwijken die centraal uit de grond zijn gestampt. Tussen 1995 en 2005 werden 680.000 woningen gebouwd. Foto: Wikimedia commons

Het is 2010. Woningbouwprojecten gaan te traag en we verzanden in wet- en regelgeving. Dit moet anders. Met het credo ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, besluit de Kamer om de regie bij ruimtelijke projecten over te dragen aan gemeenten en provincies. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) is nu overbodig en doeken we na 63 jaar op. Dit moet resulteren in meer draagvlak en vlotte procedures. Nu, tien jaar later, verlangen steeds meer mensen terug naar centrale regie.

Omgekeerde redenering?

Op dit moment willen bijna alle politieke partijen en steeds meer natuur- en erfgoedorganisaties de minister van Ruimtelijke Ordening terug. Deze moet ‘onvermoeibaar duwen, trekken en sleuren aan woningbouw’ (CU) én oog houden voor ruimtelijke kwaliteit. De redenering is volledig omgedraaid. Alleen centraal vanuit Den Haag kunnen we de woningnood – met behoud van natuur en waardevol landschap – oplossen.

Energietransitie

Ook in de energietransitie zien critici graag centrale regie. In 2018 besloot Het Rijk nog tot dertig regio’s die ieder een Regionale Energie Strategie (RES) opstellen. Nu deze bijna klaar zijn, nemen de zorgen in het land toe. Kan dit wel decentraal afgewogen worden? Oud-Rijksadviseur Berno Strootman: “Ik houd mijn hart vast. Dit wordt een grote hagelslag: een windmolen hier, een paar zonneparken daar. Het is een optelsom van plaatselijke initiatieven. Er zit geen overkoepelend idee achter.”

Cultuurlandschappen beschermen?

De grote ruimtelijke vraagstukken gaan hoe dan ook impact hebben op ons landschap. Hierbij willen we de cultuurhistorisch meest waardevolle en kwetsbare gebieden sparen. Maar hoe doen we dit? Kunnen we landschappen wel hoger of lager waarderen en naast elkaar afwegen? En als dat mogelijk is, moet dat dan centraal of decentraal afgewogen worden?

Wat denkt u?

Het lijkt voor mij alsof we in een cirkel denken. Van centraal naar decentraal en terug. Dit roept bij mij vragen op. Ligt het probleem niet dieper? Wat maakt dat grotere ruimtelijke projecten niet van de grond komen? En wat is nou beter voor behoud van ons landschap – centraal of decentraal? Ik ben benieuwd naar uw mening.

Reacties zijn welkom onder dit bericht.

The following two tabs change content below.

Gertjan de Boer

Gertjan de Boer (1989) werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Als correspondent schrijft hij op persoonlijke titel. Hij studeerde Monumenten- en Landschapszorg in Antwerpen en werkte eerder bij Erfgoed Leiden, gemeente Groningen, gemeente De Ronde Venen en Natuurmonumenten.
  1. Een persoonlijke reactie.

    Of je de taak nu toebedeeld aan de rijksoverheid of aan de gemeenten behoeft geen verschil te maken met de uitkomst van de uitwerking van het beleid. Van belang is vooral wie binnen díe overheid het beleid en uitvoering bepaald. Wordt cultuurhistorie belangrijk geacht? Krijgt de cultuurhistorie de aandacht die het nodig heeft of zijn er andere zaken die belangrijker worden geacht? Heeft de gemeente voldoende middelen gekregen om de taken uit te voeren? Veranderingen in instrumenten, bijvoorbeeld de nieuwe omgevingswet, kost heel veel geld en moeite om daar weer in thuis te raken. Probeer dat te voorkomen. Pas eerder het instrumentarium aan. Geen nieuwe termen als de bestaande termen kunnen volstaan.

  2. het is uiterst noodzakelijk dat er een weer een ministereie komt van RO, cultuur en landschap.Alles is langzamerhand één onduidelijke spagehtti geworden<verdeel en heers, nu moeten er heldere afspraken met betrokkenen , burgers .Aandacht voor duurzaamheid, landschap en cultuur zijn jaren lang gewoon verwaarloosd. en verontachtzaamd. Als we nu niet ingrijpen is strks alles weg. en moet een duidelijke sturing komen van het rijk.

  3. Het begint met een heldere visie op wat je doelen zijn, wat wil je bereiken? Het geven van een taak aan het rijk betekent niet dat doelen beter gehaald zullen worden.

  4. Decentralisatie Monumentenzorg
    Een Ministerie voor Ruimtelijk Ordening dat centraal de inrichting van ons land aanstuurt. Ik ben daar een groot voorstander van. Ik zie een parallel met de ontwikkelingen in de Monumentenzorg.
    Van 1975 tot 2000 was ik werkzaam op het terrein van Monumentenzorg en Stadsvernieuwing in de Gemeente Kampen. Kampen was toen nog een van de weinige gemeenten met een eigen gemeentelijke deskundige in de Monumentenzorg. Het overgrote deel van de gemeenten ontbeerde ambtelijk kennis op dit terrein. Dat bleek pijnlijk in de tachtiger jaren toen het Rijk besloot tot decentralisatie van de Monumentenzorg. Plotseling kregen gemeenten taken toegewezen, waarvoor zij de deskundigheid niet in huis hadden. Probleem is dat gemeentelijke bestuurders het gewichtig vinden Rijkstaken tot de hunne te rekenen, zonder zich te realiseren dat de uitvoering lastig is. Zie Zorgtoeslagen Affaire.
    Ik heb toen meegewerkt aan een landelijk voorichtingsprogramma om gemeenteambtenaren bij te spijkeren in de vaardigheden om met historische ensembles om te gaan. Met gemengde gevoelens, want zoals bijna gebruikelijk bij decentralisaties levert het Rijk geen zak geld extra aan de gemeenten, als Rijkstaken worden overgeheveld. Al met al is er sprake van bezuiniging.
    Ik heb altijd het gevoel gehad dat het riskant is om het behoud van historische ensembles alleen over te laten aan lokale overheden, die vaak gestuurd worden door korte termijn belangen en minder oog hebben voor de effecten op lange termijn. De aanwijzing tot Beschermd Stads- en Dorpsgezicht geschiedt door het Rijk, Gemeente mogen bezwaar maken. De feitelijke beschermingen worden geregeld in door de Gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen, waarbij inspraak van de bevolking mogelijk is. Dus een goed georganiseerd democratisch proces.

    Het behoud van de waarden van het Nederlandse Landschap is te groots is voor een aanpak op lokaal niveau en vereist sturing vanuit de centrale overheid. Anderzijds: er moeten wegen gevonden worden om de burgers van dit land de mond te gunnen.

    Ir.R.G.Busser gepensioneerd ambtenaar Monumentenzorg Gemeente Kampen

  5. Ook helemaal mee eens: wil Nederland niet helemaal verfrommelen c.q. dichtslibben met asfalt, beton en stenen, hebben we weer een minister voor Ruimtelijke Ordening nodig. Geen staatssecretaris, maar een minister!

  6. Centraal of decentraal:
    Het probleem in de huidige situatie is, dat een hierarchische schakel tussen rijk en gemeenten onvoldoende functioneert en ook nog eens gekortwiekt is: de provincie. Overigens hebben deze zich op ruimtelijk gebied vóör de laatste wetswijzigingen ook niet waar gemaakt. De invloed van gemeentelijke bestuurders in Provinciale Staten vormden een rem. Als voorbeeld het
    toezicht op de bestemmingsplannen: in 1966 hadden veel gemeenten nog verschil-lende bestemmingsplannen van voor de oorlog. Zie verder de ordening van industrieterreinen en datacentra (actueel in de/ gemeente de Kroon/met wijfellende begeleiding van GS van Noord-Holland).
    De in de jaren zestig overwogen gewestvorming is politiek afgewezen met als doorslaggevend argument: geen vierde bestuurslaag. In de plaats daarvan (vrij willekeurige)samenvoeging van gemeenten. Bij de gewestvorming was de opzet een overkoepelend orgaan dat de hoofdlijnen uitstippelde, met handhaving van de gemeenten als instituut.
    Het openbaar lichaam Rijnmond dat als gewest kon functioneren, werd kandidaat-provincie, waarna het in een late fase door de politiek werd afgeserveerd.
    Het functioneerde goed . Zo was het beleid eigenstandig ten opzichte van de gemeenten, Waarbij de Rotterdamse meerderheid in de Rijnmondraad het beleid van Rijnmond mee tot stand bracht,
    Gewestvorming: zou de gemeente de Kroon in Noord-Holland in o’n geval zo (los van de andere belanghebbende gemeenten) kunnen opereren ten opzichte van de data-centra? En de gemeente Zandvoort ten opzichte van het circuit? En zou er dan mogelijk wel een aanpak gekomen zijn voor het verkeer dat op stranddagen en bij de activiteiten op het circuit via Bloemendaal, Haarlem en Heemstede zijn weg zoekt door dit stedelijk gebied.
    Maar teruggekeerd naar de huidige situatie. Een ministerie voor Ruimtelijke Ordening c.a. lijkt harde noodzaak. Waarbij de situatie: hoofdlijnen Rijk (we waarderen nu de VINEX-aanpak), streekplannen door de provincies en de verdere uitwerking door de gemeente, met hoger toezicht ter toetsing.
    Wat invoering van de Omgevingswet betreft, de vrij algemene stellingname is: het lijkt te laat om nog op de schreden terug te keren. Dat is een slechte raadgever.
    h.l.

  7. Het antwoord is simpel: het is zo complex. Met 17,5 miljoen mensen wonen, werken en recreëren op een postzegel grond van 200 x 300 km, die ook nog voor de helft onder zeeniveau ligt, en daarbij een acceptabele leefomgeving instandhouden (erfgoed, milieu, natuur, waterhuishouding…), dat is gewoon mega-ingewikkeld. Dat doen ze ons bijna nergens na, zonder dat er uitgebreide gebieden ontstaan waar de weerslag van het realiseren van al die verlangens te zien is (sloppenwijken, niemandsland…).
    Het lukt eigenlijk maar op twee manieren: met harde hand en strenge regels (Singapore, China) of met een uitgebreid apparaat van regels en overlegmechanismen. Dat laatste brengt onvermijdelijk stroperigheid, bureaucratie en vertraging met zich mee.
    Ik loop nu 20 jaar mee in dit vakgebied en m.i. is dit de achterliggende oorzaak waar de auteur naar zoekt. Ik heb de consensus zien verschuiven van een omhelzing van de decentralisatie (met een neoliberaal tintje) naar de huidige roep om meer centralisatie. Als je verder terugkijkt is deze golfbeweging vaker waar te nemen, maar dan over langere perioden. De golfslag lijkt korter te worden naarmate de ruimtelijke druk hoger is. Daardoor valt het nu op; de maatschappij is relatief weinig veranderd (vergeleken met bv de periode 1880-1960) maar er is zeker een parallel te trekken wat betreft de beschouwde oplossingsrichtingen .
    Een oplossing heb ik ook niet; ik onderken dat decentralisatie tot verrommeling lijkt te leiden, maar betwijfel of een nieuw ministerie de boel gaat vlottrekken. Tenzij het op de ‘harde hand’ manier gaat. Maar dat lijkt me al helemaal niet bij de huidige maatschappij te passen.

  8. verstand komt met de jaren. Wellicht komt er dan ook een stop op al die blokkendozen langs de snelweg. Groene inpassing heeft men nog nooit van gehoord. Zeker niet op gemeentelijk niveau.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.