Waarom Ochten rouwt over een waardeloos/waardevol gemeentehuis


In het hart van Ochten staat een gemeentehuis. Voor de expert zonder waarde, maar voor de 4500 inwoners een zeer dierbaar gebouw. Het is de plek waar zij afspreken voordat ze samen gaan wandelen of naar school fietsen. Ook zijn de meeste dorpsbewoners er getrouwd. Deze liefde voor het gebouw is echter niet genoeg. Het staat op de slooplijst om ruimte te maken voor een supermarkt. Voor de Ochtenaren onbegrijpelijk. Is hun genegenheid voor het gebouw dan niet genoeg om het te behouden?

Grote emotioneel-sociale waarde, of helemaal geen waarde?
Ochten is aan het eind van de Tweede Wereldoorlog compleet verwoest. De bekroning van de wederopbouw was het herrijzen van het gemeentehuis. Tot 2013 was het gebouw beschermd als gemeentelijk monument. In dit jaar wilde de Aldi graag verhuizen. Ze wilden van de rand van het dorpscentrum naar het middelpunt. Hier was geen ruimte voor, tenzij het oude gemeentehuis werd geslecht. Oplossing: de monumentenstatus werd ontbonden, en het gemeentehuis werd op de slooplijst geplaatst. De Ochtenaar werd pas naderhand ingelicht. Sindsdien zien zij met lede ogen hun gemeentehuis verpauperen.
Voor de Ochtenaar van waarde, maar volgens de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed niet. Bij toetsing met hun waardebepaling komt het gebouw er zeer bekaaid af: geen wetenschappelijke waarde, geen bekend architect, nauwelijks historische waarde, zeker niet zeldzaam, geen bijzonder materiaalgebruik – en ga zo maar door. Voor de experts is het gebouw dus niet van waarde – maar weegt hun oordeel zwaarder dan die van de dorpsbewoners? Ik vind van niet.

“Als ze het slopen ga ik er voor staan”
Ik heb eerder geschreven over een zeer geliefd gemaal dat ruimte moest maken voor een woonwijk. In beide gevallen vind ik dat de dorpsbewoners te makkelijk genegeerd wordt. Om draagvlak te creëren voor de monumentenzorg is het nodig om te luisteren naar hun bezwaren. We bewaren de monumenten immers voor hen; voor de samenleving – toch?

Ik sluit af met de woorden van de 82-jarige Riek van Driel in het Reformatorisch Dagblad: “Velen van ons zijn in het oude gemeentehuis getrouwd. Dit is altijd het hart van het dorp geweest. Toen we in 1945 na negen maanden evacuatie terugkwamen, lag het dorp in puin. Het gemeentehuis was de kroon op de wederopbouw. Als ze het slopen ga ik er voor staan.”

The following two tabs change content below.

Gertjan de Boer

Gertjan de Boer (1989) werkt bij Natuurmonumenten. Hij studeerde Monumenten- en Landschapszorg in Antwerpen en werkte eerder bij Erfgoed Leiden, gemeente Groningen en gemeente De Ronde Venen. Als correspondent schrijft hij op persoonlijke titel.