Wat is het nut van diversiteit?

Boerenkool met halal worst… even voorstellen

De redactie van de Erfgoedstem gaat de komende maanden op onderzoek uit naar culturele diversiteit in de gebouwde erfgoedsector. Aan de hand van brieven nemen reporters Mina en Alma de lezers mee in hun zoektocht.

5 mei, Amsterdam

Beste Alma, 

Je stuurde me op pad met de vraag: weten erfgoedorganisaties wel voldoende wat de nut en noodzaak is van diversiteit? Om een antwoord te vinden, ging ik eerst te rade bij BOEi, een organisatie die zich bezighoudt met de herbestemming van erfgoed. Ik wilde met directeur Arno Boon spreken, maar Yonca Atabay schoof ook aan, die misschien wel de meest interessante toevoegingen had. Wat precies, daar kom ik aan het eind op terug. Eerst wat meer over Atabay: zij doet Erfgoedstudies aan de Universiteit van Amsterdam en liep stage bij BOEi. Daar hield ze zich bezig met wat de eerste stap zou kunnen zijn voor meer diversiteit binnen de organisatie. 

In het specifiek focuste ze zich op de ENKA-fabriek, een voormalige kunstzijdefabriek in Ede. BOEi verzamelt vaak verhalen van mensen die bij monumenten betrokken waren, maar bij deze fabriek merkten ze een gat op. Atabay: ‘Daar hebben tachtig jaar lang allerlei mensen gewerkt met bijvoorbeeld een Turkse, Surinaamse of Marokkaanse achtergrond. Hun verhalen wilden we ook vertellen, maar we bereikten hen niet met oproepen via social media of lokale krantjes.’ Dus was er een directe aanpak nodig. ‘Ik ben naar de moskee in Ede gegaan, waar veel oud-werknemers met een Turkse achtergrond komen. Zo heb ik hun verhalen kunnen verzamelen.’

Atabay was niet specifiek bezig met het onderwerp diversiteit binnen haar opleiding, maar toen BOEi haar vroeg of ze haar stage in het specifiek op dit thema wilde richten, was ze enthousiast. Directeur Arno Boon was maar wat blij met Atabay, want hij was zich er al een paar jaar van bewust dat zijn organisatie op allerlei vlakken te weinig divers was. 

Waarom dat erg is? ‘Onze projecten moeten maatschappelijke betekenis hebben, dus we moeten kijken naar waar de samenleving behoefte aan heeft. Ons erfgoed moet niet alleen de geschiedenis van een deel van de Nederlanders representeren, maar van alle mensen in dit land. We vinden niet dat de wereld af is en dat iedereen dezelfde kansen heeft, dus het is onze taak dat we allerlei groepen includeren in de verhalen die we vertellen.’

Ik sprak ook met Nicole Bakker, directeur van de Hollandsche Molen. Zij hebben eveneens het thema diversiteit en inclusie op de agenda staan, vooral omdat ze een vergrijzend vrijwilligersbestand hebben. ‘Dat is niet meer representatief voor de bevolking van Nederland. Terwijl molens monumenten zijn die bij uitstek van ons allemaal zijn; iedereen heeft wel een van de 1200 molens die ons land rijk is in de buurt staan.’

Bakker benoemde ook dat inclusie voor erfgoedbehoud belangrijk is: ‘Voor het voortbestaan van molens moet iedereen van ze houden. Mensen kunnen ze meer gaan waarderen als ze meer een plek zijn waar je samenkomt met anderen. Je kunt bijvoorbeeld activiteiten organiseren rond het Suikerfeest, zodat je bepaalde groepen er op die manier bij betrekt. En je kunt molens breder trekken dan als icoon van Nederland, want molens komen oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. Als je die geschiedenis vertelt, kunnen meer mensen zich ermee verbonden voelen.’

Terug naar Yonca Atabay. Omdat zij als jonge student met kennis over het onderwerp diversiteit van buitenaf naar erfgoedorganisaties kan kijken, was ik benieuwd naar haar antwoord op de vraag: denk je dat erfgoedorganisaties weten wat de nut en noodzaak is van diversiteit en inclusie? 

Nog niet voldoende, was haar antwoord. ‘Iedereen binnen een organisatie kan er op zijn of haar eigen manier invulling aan geven. Je kunt vanuit je eigen praktijk reflecteren op diversiteit en inclusie, zelfs als je je bijvoorbeeld alleen maar bezighoudt met financiën. Want in de keuzes die je maakt over geldzaken kun je ook inclusiever zijn. Het gaat erom dat je verbanden kunt zien tussen financiën en diversiteit, dus tussen je eigen dagelijkse praktijk en diversiteit.’ 

Mijn conclusie is dat de directeuren die ik gesproken heb wel kunnen verwoorden wat de nut en noodzaak is van diversiteit: ze vinden het essentieel dat hun organisaties alle Nederlanders vertegenwoordigen en zien ook in dat het noodzakelijk is inclusief te zijn om erfgoed voort te laten bestaan. Waar misschien nog slagen te maken zijn, is de bewustwording van alle werknemers binnen een organisatie, want je moet iedereen meekrijgen om echt inclusief te zijn. 

Groet, Mina