De Omgevingswet in kernbegrippen

In 2019 zal hij in werking treden: de Omgevingswet. Het doel van deze wet is duidelijk: sneller en efficiënter initiatieven beoordelen. Een initiatiefnemer hoeft voor zijn vergunning alleen nog maar langs het loket omgevingsvergunning. Maar liefst zestien huidige beleidsterreinen komen in dit ene loket samen. En dit gaat haar vruchten afwerpen. De wettelijke beoordelingstijd, bijvoorbeeld, gaat van 26 naar acht weken. ‘Sneller en goedkoper dus’, aldus het slot van een introductiefilmpje.

Ik zal eerlijk met jullie zijn: ik heb mij pas sinds kort serieus ingelezen in deze nieuwe wet. Desalniettemin wil ik in dit artikel hetgeen ik heb opgestoken met jullie delen.

Omgevingswet -> omgevingsvisie -> omgevingsplan
Een kernbegrip binnen de Omgevingswet is de zogenoemde omgevingsvisie. Iedere gemeente beschrijft in deze visie hoe zij hun gemeente willen zien in de nabije toekomst. De gemeentelijke ambtenaren werken dit verder uit in een omgevingsplan. In dit plan is de gemeente ingedeeld in geometrisch afgebakende locaties. Vervolgens worden gebiedsgerichte functies en regels toegekend aan deze locaties.

Gebiedsgerichte functies
Klinkt lastig en vaag? Valt wel mee! Stel u een gemeenteplattegrond voor. Links ziet u bos. Deze locatie krijgt de functie natuurontwikkeling. Rechts ziet u een braakliggend terrein. Deze locatie krijgt de functie woonontwikkelingsgebied. Het centrum binnen de grachten bestaat uit veel rijksmonumenten en krijgt (onder andere) de functie cultuurhistorisch waardevol gebied. Uiteindelijk moeten deze functies niet een belemmering zijn, maar eerder een invitatie tot projectontwikkeling. Ook hiervoor is een nieuwe naam bedacht: uitnodigingsplanologie.

Gebiedsgerichte regels
Uit deze afgebakende locaties volgen regels die specifiek voor die ‘functielocaties’ gelden. In de praktijk: een burger kan niet – zonder omgevingsvergunning – zijn huis slopen als deze in een afgebakende cultuurhistorisch waardevol gebied ligt, en een projectontwikkelaar mag geen huizen bouwen in een gebied met de functie natuurontwikkeling. Opmerkelijk: voor de gemeente zelf gelden deze gebiedsgerichte regels ook. Ik heb begrepen dat een gemeente bijvoorbeeld geen huis als gemeentelijk monument kan aanwijzen als deze niet binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied ligt.

Samengevat: de kern van de wet
Elke gemeente schrijft een omgevingsvisie. Deze vertaalt zij in een omgevingsplan. Dit plan is eigenlijk een plattegrond van de gemeente. Het is online raadpleegbaar, en biedt geometrisch afgebakende locaties die verschillende functies dragen. Aan de hand van dit omgevingsplan kan een initiatiefnemer al bij voorbaat zien of zijn idee levensvatbaar is op een bepaalde locatie.

Een voetnoot: maatwerk?
De Omgevingswet is maatwerk. Elke gemeente mag er – binnen kaders – een eigen invulling aan geven. Zo kan men ervoor kiezen meer geluidshinder toe te laten op afgebakende locaties. Dit heet in de wet afwegingsruimte. Dit is positief; elke gemeente heeft immers andere prioriteiten. Maar, wat is het kader waarbinnen gemeenten mogen bewegen met betrekking tot de bescherming van ons erfgoed? Helaas heb ik hier geen antwoord op gevonden. Ik hoop dat dit een duidelijk en eng afgebakend kader is, want anders kan dit grote gevolgen hebben voor ons patrimonium.

The following two tabs change content below.

Gertjan de Boer

Gertjan de Boer (1989) werkt bij Natuurmonumenten. Hij studeerde Monumenten- en Landschapszorg in Antwerpen en werkte eerder bij Erfgoed Leiden, gemeente Groningen en gemeente De Ronde Venen. Als correspondent schrijft hij op persoonlijke titel.