Mina Etemad in het fotolijstje, foto gemaakt door Elisabetta Agyeiwaa

Waar komt dat ‘diversiteitsdenken’ in de cultuursector toch vandaan?

Boerenkool met halal worst… even voorstellen

De redactie van de Erfgoedstem gaat de komende maanden op onderzoek uit naar culturele diversiteit in de gebouwde erfgoedsector. Aan de hand van brieven nemen reporters Mina en Alma de lezers mee in hun zoektocht.

Alma kennen jullie misschien nog van Op zoek naar Faro. Voor deze oerhollandse vrouw is diversiteit en inclusie een ver-van-haar-bed-show. De woorden ‘diversiteit’ en ‘inclusie’ komt zij in elk beleidstuk tegen, maar wat betekent dat nou eigenlijk? Levert het wat op voor zowel de ‘nieuwe’ als ‘oude’ Nederlander?

Voor Mina, die nieuw is in de erfgoedwereld, staat het onderwerp wat dichterbij. Als ex-vluchteling die in Iran geboren is en Nederland al decennia lang haar thuisland noemt, vraagt zij zich soms af: wat voor plek hebben of krijgen geschiedenissen zoals die van mij binnen ons erfgoed?

 

16 december 2021, Amsterdam

 

Beste Alma, 

Molens vind ik prachtig, de decennialange traditie van bloemencorso’s ontroeren me en ik ben er trots op dat Pride Amsterdam tot immaterieel erfgoed is verklaard. Maar in je brief stel je een interessante vraag: voel ik me als ‘nieuwe’ Nederlander verbonden met het Nederlands erfgoed? Nederland is mijn thuisland – ik woon hier immers al 28 jaar, na op mijn zesde uit Iran te zijn gevlucht – maar ik vraag me soms wel af in hoeverre een geschiedenis als die van mij tot het nationaal erfgoed behoort. 

Want de drie voorbeelden die ik hierboven noemde vind ik heel waardevol, maar ze voelen niet helemaal als van mij. Mijn achtergrond is er niet in weerspiegeld. Natuurlijk hoeft niet elk stukje erfgoed elke bevolkingsgroep te weerspiegelen, maar wat als er momenteel niets is dat mij representeert? Zou het niet mooi zijn als een geschiedenis als die van mij ook erkend wordt als zijnde van ons allemaal? Dat zou me het gevoel geven dat mijn levensverloop, net zoals die van talloze andere migranten in Nederland, er ook een is om te koesteren en te bewaren. 

Maar wat er dan als erfgoed bestempeld zou kunnen worden om mij dat gevoel te geven, dat weet ik niet. Er is zo gauw niet één specifiek gebouw waar ik aan moet denken, of een bepaalde traditie waarvan ik vind dat het van onschatbare immateriële waarde is. Maar wie weet brengt onze zoektocht de komende maanden mij wat antwoorden. 

Duurzaam doel

Ondertussen ben ik benieuwd naar hoe het er eigenlijk voor staat in de sector. Want reflecteren op diversiteit en inclusie binnen erfgoed is vast niet iets wat wij twee alleen doen. Daarom sprak ik met Maartje Goedhart en Shomara Roosblad, die zich bij de Boekmanstichting bezighouden met erfgoed, zodat zij me wat inzichten konden geven over de stand van zaken.

Goedhart zei dat ze verschuivingen ziet in de sector wat betreft diversiteit en inclusie, maar dat er nog wel een inhaalslag te maken valt: ‘Qua programmering en publiek zijn er verbeteringen, maar de partners en het personeel blijven achter; veel organisaties zijn bijvoorbeeld nog best wit en mannelijk. Het is belangrijk dat inspanningen voor diversiteit niet tijdelijk of incidenteel zijn, maar dat inclusie een duurzaam doel blijft.’

Wake-upcall

Een duurzaam doel bereik je volgens mij alleen als de maatschappij er in zijn geheel klaar voor is: is ons denken voldoende veranderd op het gebied van diversiteit en inclusie om grote verschuivingen te zien, vroeg ik me af. Goedharts collega Shomara Roosblad kon een aantal veranderingen noemen die het discours over diversiteit en inclusie hebben voortgestuwd. ‘In Nederland zijn steeds meer verschillende groepen komen wonen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de culturele achtergrond van mensen, dan merk ik dat de generatie van mijn moeder meer de instelling had: we passen ons wel aan. Mijn generatie denkt: ik ben hier geboren, ik doe ook mee en ik wil mezelf herkennen in kunst.’ 

Daarnaast dacht Roosblad dat internationalisering een grote rol speelt, want we zijn ons bewuster van de ontwikkelingen in andere landen. Denk bijvoorbeeld aan de Black Lives Matter-beweging die na de moord op George Floyd wereldwijd protesten ontketende. ‘Dat is een wake-upcall geweest voor de culturele sector hier. Mensen begonnen zich meer uit te spreken voor gelijkwaardigheid en je zag bijvoorbeeld open brieven gericht aan directies en beleidsmedewerkers met de roep om meer inclusie. Ook via initiatieven zoals Musea Bekennen Kleur en Theater Inclusief maken culturele instellingen hier werk van.’ 

Participatief burgerschap 

Het discours over diversiteit is de afgelopen jaren dus zeker veranderd, maar volgens Goedhart is ook de definitie van kunst veranderd: ’Als je kijkt naar erfgoed, dan ging het voorheen voornamelijk om de waarde van objecten zelf en om wat experts bepaalden dat erfgoed was. Nu is de betrokkenheid van mensen bij cultureel erfgoed belangrijker geworden; gemeenschappen kennen waarde toe aan cultuur en bepalen zo wat erfgoed is. Het zwaartepunt ligt dus meer bij participatief burgerschap met een streven naar meerstemmigheid en inclusie.

Skûtsjesilers en hiphoppers

Meer mensen betrekken bij erfgoed klinkt leuk, maar gebeurt dat ook daadwerkelijk, was de volgende vraag die door mijn hoofd spookte. Dus sprak ik met Marieke Brugman, adviseur Onderwijs en Cultuur bij Unesco. Zij ziet dat er goede slagen worden gemaakt, maar dat nog niet alle groepen worden bereikt, vooral als het gaat om jongerengroepen. ‘Voor de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland moet er bijvoorbeeld iemand zijn die een erfgoed aandraagt. Een skûtsjesilersclub uit Friesland of een lokale kaatsbalvereniging denkt na over behoud van tradities omdat ze daar al generaties mee bezig zijn. Op zo’n lijst staan zorgt voor meer bekendheid en voor het bewust zijn van erfgoedbehoud. Jongerentradities zitten anders in elkaar.’ 

Brugman gaf hiphop als voorbeeld, een culturele uitingsvorm waar minder een traditionele organisatie achter zit. ‘Bovendien zie je het op verschillende plekken, dus hoe krijg je zo’n traditie in beeld,’ vroeg ze zich af. ‘Daarnaast moeten de beoefenaars het gevoel hebben dat ze er iets aan hebben om op zo’n lijst te staan – wat levert het hen op? Dat zijn vraagstukken waar we mee bezig zijn.’

Dat lijkt me ook een interessant vraagstuk voor ons: wat levert het mensen op als ‘hun’ traditie of ‘hun’ gebouw op een erfgoedlijst komt te staan? Je noemde al de Essalam Moskee in Rotterdam en de ‘Bamiboot’ in Amsterdam. Misschien heb je ondertussen andere voorbeelden kunnen bedenken. En misschien kunnen we de gebruikers van die gebouwen vragen: wat zou het jou opleveren als je gebouw op een erfgoedlijst komt te staan? 

Groet,

Mina