De plaatsing, kleur en afwerking van zonnepanelen maakt soms het verschil. In dit geval had dit allemaal mooier gekund (zie onder). Foto: Gertjan de Boer

Zonnepanelen op monumenten – hoe zit het nou?

Het valt mij op dat de regelgeving rond zonnepanelen op monumenten voor veel mensen verwarrend is. Burgers weten niet of zij een omgevingsvergunning aan moeten vragen, noch aan welke regels zij zich moeten houden. Ook is het onduidelijk welke overheidslaag de regels bepaalt. In dit korte artikel zal ik duidelijk maken hoe het zit.

Regels van wie?
Het Rijk bepaalt wanneer een burger een omgevingsvergunning aan moet vragen. Voor zonnepanelen op monumenten is dit simpel: altijd. Het aanvragen van de omgevingsvergunning moet via het Omgevingsloket Online (OLO). De gemeente, waarin het monument staat, ontvangt de vergunningaanvraag en bepaalt of zij de vergunning voor zonnepanelen verleent.

Grote verschillen per gemeente
Doordat gemeenten besluiten over toekenning van de vergunning zijn er grote verschillen. Er zijn ‘strenge’ gemeenten met veel regels. Hierbij kan u denken aan: de panelen mogen niet zichtbaar zijn, ze zijn full-black uitgevoerd en ze moeten aaneengesloten worden geplaatst. Andere gemeenten zijn ‘soepel’. In mijn woongemeente, bijvoorbeeld, is een vergunning verleend voor zonnepanelen terwijl deze vanaf de winkelstraat zichtbaar zijn.

Uw mening
Het is duidelijk dat we hoe dan ook van fossiele brandstoffen af moeten. Door deze bewustwording neemt de roep toe om zonnepanelen op monumenten toe te staan. Sommige gemeenten – bijvoorbeeld Gorinchem – verruimden de regels binnen het beschermd stadsgezicht. Toch blijft er ook verzet. Wat vindt u? Moeten zonnepanelen op monumenten normaal worden? Of moeten we dit blijven reguleren door voorwaarden te stellen? Ik ben benieuwd.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed biedt gemeenten een handvest met richtlijnen. Veel gemeentes volgen deze al dan niet volledig. Het document vindt u hier(deze link werkt inmiddels niet meer)

De plaatsing, kleur en afwerking van zonnepanelen maakt soms het verschil. Dit voorbeeld toont aan hoe mooi het kan. Foto: Gertjan de Boer
The following two tabs change content below.

Gertjan de Boer

Gertjan de Boer (1989) werkt bij Natuurmonumenten. Hij studeerde Monumenten- en Landschapszorg in Antwerpen en werkte eerder bij Erfgoed Leiden, gemeente Groningen en gemeente De Ronde Venen. Als correspondent schrijft hij op persoonlijke titel.
  1. Allemaal geneuzel in de marge.
    Aan de ene kant stimuleert de gemeente zonneenergie maar via een of andere regelgeving weigert men toestemming.
    Hoezo spagaat of hypocrise?
    In Duitsland plaatst men panenelen op kerken!
    Willen we nu wel of geen Co2-vermindering?

  2. Natuurlijk willen we in Nederland onze klimaatdoelstellingen halen en Rijks en gemeentelijke monumenten zijn daar volgens ons geen uitzondering op. De vraag is echter op welke wijze we CO2 reductie voor monumenten willen realiseren. Onze opvatting hierover is dat het plaatsen van zonnepanelen op Rijks en gemeentelijke monumenten in principe verwerpelijk is. Het in stand houden van de beeldkwaliteit van een monument is een primaire taak en verantwoordelijkheid voor de monument eigenaar. En als monument eigenaar zou je dit ook eigenlijk niet moeten willen. En Co2 reductie? Denk eens eerst aan een gedegen gevelisolatie en vloerisolatie. Een hoog rendement CV installatie. Automatische temperatuur en ventilatie regeling. Besparingen op eigen gasverbruik is reduceren van Co2. Ook rekenen we ons vaak te rijk met zonnepanelen en wordt gemakshalve vergeten dat de Europese elektriciteits tarieven al jaren een dalende lijn vertonen. En zonnepanelen? Ja, ook die vragen om periodiek onderhoud en vervanging van onderdelen. Een subsidieregeling voor zonnepanelen kan hierdoor wel eens een perverse prikkel worden in plaats van een stimuleringsrekening voor de Co2 reductie. En wilt u per se zonnepanelen? Denk dan eens aan energiecoöperaties die in bijna alle delen van het land worden gerealiseerd.
    Monumenten verdien geen zonnepanelen zolang we in staat zijn goede alternatieven te realiseren. Voor monumenteigenaars en overheden ligt hier de uitdaging.

  3. Zonnepanelen zijn zelden mooi en monumenten moet je daarvan vrijwaren. De kern van de De Rijp is beschermd dorpsgezicht, waar de Monumentencommissie destijds bepaalde dat zonnepanelen zijn toegestaan mits ze van de openbare weg en -water niet zijn te zien.
    Zoek het in de ruimte en richt collectief een weiland in met zonnepanelen met haag erom.

  4. Dag John,

    Dank voor uw reactie. Ik begrijp uw redenatie en ben het met u eens dat wij eerst moeten zoeken naar alternatieven.

    Met uw opmerking om eerst de gevel en vloer te isoleren ben ik het echter niet eens. Door te isoleren stijgt de binnentemperatuur en neemt de (natuurlijke) ventilatie meestal af. Hierdoor neemt de luchtvochtigheid toe. Dit vocht zal neerslaan op de koudste plek, bijvoorbeeld tussen twee niet goed aangesloten isolerende platen. Als hier houtwerk achter zit heeft dit grote gevolgen voor het monument. Ik heb een huis gezien waar alle vloerbalken vervangen moesten worden door vochtschade. En vorige week sprak ik nog een monumentenwachter die op weg was naar een monument vol schimmels door (ondoordacht) isoleren…

    Wat ik hiermee wil zeggen is dat ik het vreemd vind dat isoleren nauwelijks ter discussie staat terwijl dit permanent schade aan kan richten. Zonnepanelen tasten weliswaar visueel het monument aan, maar richten geen blijvende schade aan. Hoe staat u hier tegenover?

    Groet,

    Gertjan

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto's te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dit opzicht meent rechten te hebben wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen met de redactie van de Erfgoedstem.